5.

Titel

Aanpassing politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

Dienst

Integrale Veiligheid

Stemming

Goedgekeurd met 20 stemmen voor bij 5 onthoudingen (Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)

 

 

Feiten en context

Op 23 januari 2026 werd in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 14 januari 2026

gepubliceerd tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de

gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het

parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met

automatisch werkende toestellen (verder ‘KB 14 januari 2026’ genoemd). De nieuwe bepalingen

treden in werking op 1 maart 2026.

 

Juridische gronden

- Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

- Koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de

overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de

verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.

- de wet van 15 mei 2022 tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975

houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de

openbare weg, wat de reglementering van voortbewegingstoestellen betreft;

- het koninklijk besluit van 12 maart 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 1

december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van

het gebruik van de openbare weg.

- Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties

- Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en alle latere wijzigingen.

- Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, artikel 29 quater.

- Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, artikelen 119 en 135 §2

 

Advies

Dienst mobiliteit: positief advies. Als gevolg van de aanpassingen van de GAS-wet en de aanpassingen van de Wegcode diende het KB 9 maart 2014 aangepast te worden teneinde in overeenstemming te blijven met deze wet en dit besluit. Door het KB 14 januari 2026 wordt het KB 9 maart 2014 terug in

overeenstemming gebracht met de bepalingen van de GAS-wet en de Wegcode.

 

Motivatie

De inwerkingtreding van het KB 14 januari 2026 is op zich niet voldoende voor de toepassing in de

praktijk. Alvorens de wijzigingen te kunnen toepassen in de praktijk op het vlak van het verbaliserend

optreden en de bestraffing, dient de gemeenteraad zijn reglementen of verordeningen die betrekking

hebben tot GAS-4 aan te passen. Van zodra deze aanpassingen uitgevoerd zijn, kunnen ten

vroegste op 1 maart 2026 de nieuwe bepalingen toegepast worden in de praktijk.

 

Financiële gevolgen

/

 

Besluit

 

Artikel 1:

Volgende wijzigingen betreffende de gemeentelijke sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. Deze verordening bevat volgende wijzigingen:

Schrapping

- Artikel 4. (art. 22 ter, 1, 3° KB 1/12/1975):

Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die

aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87, of die op de

kruispunten alleen aangekondigd zijn door de verkeersborden A14, of die

gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en

F4b, is stilstaan en parkeren verboden op deze inrichtingen, behoudens

plaatselijke reglementering.

 

- Artikel 7. (art. 23.1,2° KB 1/12/1975)

Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:

– buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde

kommen, op eender welke berm;

– indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet

langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van

ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;

– indien de berm niet breed genoeg is, moet het voertuig gedeeltelijk op

de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;

– indien er geen bruikbare berm is, moet het voertuig op de rijbaan

opgesteld worden.

 

Artikel 8. (art. 23.2 KB 1/12/1975)

Fietsen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de

parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1

december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het

wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden

zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig

te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel

70.2.1.3°. f van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende

algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik

van de openbare weg.

 

Artikel 11. (art. 24, lid 1 KB 1/12/1975)

Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke

plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de

andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen,

inzonderheid:

- op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar

de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn

het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te

verlaten om op het fietspad te rijden;

- op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de

oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor

fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;

- in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de

verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan,

behoudens plaatselijke reglementering;

- op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten,

behoudens plaatselijke reglementering;

- op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten

behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet

meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die

verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;

- op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor

voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65

m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten

minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.

 

Artikel 21. (art. 77.5 KB 1/12/1975)

Het stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen bedoeld in

artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende

algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik

van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen

moeten staan.

 

Artikel 23. (art. 68.3 KB 1/12/1975)

Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3 wanneer deze inbreuken

vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.

 

Artikel 24. (art. 71 KB 1/12/1975)

Het niet in acht nemen van het verkeersbord F103 wanneer deze

inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.

 

Toevoeging

- Artikel 7. (art. 23.1,2° KB 1/12/1975)

Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:

– Buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde

kommen, op eender welke berm;

– Indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet

langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van

ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;

– Indien de berm niet breed genoeg is, moet het geparkeerd voertuig

gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld

worden

– Indien er geen bruikbare berm is, moet het geparkeerd voertuig op de

rijbaan opgesteld worden

– Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig

opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op:

° de zijdelingse strook

° de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.

– Indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig

opgesteld worden op:

° de zijdelingse strook of

° de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is

 

Artikel 8. (art. 23.2 KB 1/12/1975)

Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten

buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het

koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op

de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg,

opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te

hinderen of onveilig te maken, behalve op de plaatsen gesignaleerd zoals

voorzien in de artikelen 70.2.1, 3°, f en 77.5, tweede lid van voormeld

koninklijk besluit.

De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een

verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die

parkeerstroken opgesteld worden.

 

Artikel 10. (art. 23.4 KB 1/12/1975)

Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerzones parkeerstroken

 

Artikel 11. (art. 24, lid 1 KB 1/12/1975)

Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke

plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de

andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen,

inzonderheid:

1° op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de

fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het

fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om

op het fietspad te rijden;

2° op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de

oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor

fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;

3° in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de

verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens

plaatselijke reglementering;

4° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten,

behoudens plaatselijke reglementering;

5° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten

behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer

dan 1,65 meter bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten

zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;

6° op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor

voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65

meter bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten

minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;

7° op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.

 

Artikel 12. (art. 25.1 KB 1/12/1975)

11° op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk

besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de

politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

 

Artikel 21. (art. 77.5 KB 1/12/1975)

Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen

waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het

koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op

de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

 

Artikel 2:

Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de korpschef van de politiezone, de sanctionerend ambtenaar, de griffie van de bevoegde politierechtbank en de procureur des Konings.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.