Joke Van Gansberghe Guido Schollen Houda Khamal Arbit Orhan Aydin Arlette De Ridder Kevin Desmet Laura Deneve Christian Andries Bernard Carpriau Isabelle Baele Gil Vandevoorde Monique Froment Veerle Haemers Didier Noltincx Géraldine Hermann Cedric Caeymaex Marc Joseph Mireille Van Acker Wies Herpol Roger Mertens Raf De Visscher Dirk Vandervelden Fatima Bouyidou Walter Vansteenkiste Erwin Ollivier Liv Crabbé Guido Schollen Houda Khamal Arbit Orhan Aydin Arlette De Ridder Kevin Desmet Laura Deneve Christian Andries Bernard Carpriau Isabelle Baele Gil Vandevoorde Monique Froment Veerle Haemers Didier Noltincx Géraldine Hermann Cedric Caeymaex Marc Joseph Mireille Van Acker Wies Herpol Roger Mertens Raf De Visscher Dirk Vandervelden Fatima Bouyidou Walter Vansteenkiste Erwin Ollivier Liv Crabbé Marc Joseph Monique Froment Guido Schollen Erwin Ollivier Houda Khamal Arbit Isabelle Baele Arlette De Ridder Dirk Vandervelden Walter Vansteenkiste Liv Crabbé Roger Mertens Christian Andries Bernard Carpriau Gil Vandevoorde Veerle Haemers Wies Herpol Raf De Visscher Cedric Caeymaex Laura Deneve Didier Noltincx Géraldine Hermann Orhan Aydin Kevin Desmet Fatima Bouyidou Mireille Van Acker aantal voorstanders: 20 , aantal onthouders: 5 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
5.
Titel | Aanpassing politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties |
Dienst | Integrale Veiligheid |
Stemming | Goedgekeurd met 20 stemmen voor bij 5 onthoudingen (Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
Op 23 januari 2026 werd in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 14 januari 2026
gepubliceerd tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de
gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het
parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met
automatisch werkende toestellen (verder ‘KB 14 januari 2026’ genoemd). De nieuwe bepalingen
treden in werking op 1 maart 2026.
Juridische gronden
- Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
- Koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de
overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de
verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
- de wet van 15 mei 2022 tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975
houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de
openbare weg, wat de reglementering van voortbewegingstoestellen betreft;
- het koninklijk besluit van 12 maart 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 1
december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van
het gebruik van de openbare weg.
- Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties
- Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en alle latere wijzigingen.
- Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, artikel 29 quater.
- Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, artikelen 119 en 135 §2
Advies
Dienst mobiliteit: positief advies. Als gevolg van de aanpassingen van de GAS-wet en de aanpassingen van de Wegcode diende het KB 9 maart 2014 aangepast te worden teneinde in overeenstemming te blijven met deze wet en dit besluit. Door het KB 14 januari 2026 wordt het KB 9 maart 2014 terug in
overeenstemming gebracht met de bepalingen van de GAS-wet en de Wegcode.
Motivatie
De inwerkingtreding van het KB 14 januari 2026 is op zich niet voldoende voor de toepassing in de
praktijk. Alvorens de wijzigingen te kunnen toepassen in de praktijk op het vlak van het verbaliserend
optreden en de bestraffing, dient de gemeenteraad zijn reglementen of verordeningen die betrekking
hebben tot GAS-4 aan te passen. Van zodra deze aanpassingen uitgevoerd zijn, kunnen ten
vroegste op 1 maart 2026 de nieuwe bepalingen toegepast worden in de praktijk.
Financiële gevolgen
/
Besluit
Artikel 1:
Volgende wijzigingen betreffende de gemeentelijke sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. Deze verordening bevat volgende wijzigingen:
Schrapping
- Artikel 4. (art. 22 ter, 1, 3° KB 1/12/1975):
Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die
aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87, of die op de
kruispunten alleen aangekondigd zijn door de verkeersborden A14, of die
gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en
F4b, is stilstaan en parkeren verboden op deze inrichtingen, behoudens
plaatselijke reglementering.
- Artikel 7. (art. 23.1,2° KB 1/12/1975)
Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:
– buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde
kommen, op eender welke berm;
– indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet
langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van
ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;
– indien de berm niet breed genoeg is, moet het voertuig gedeeltelijk op
de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;
– indien er geen bruikbare berm is, moet het voertuig op de rijbaan
opgesteld worden.
Artikel 8. (art. 23.2 KB 1/12/1975)
Fietsen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de
parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1
december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het
wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden
zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig
te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel
70.2.1.3°. f van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende
algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik
van de openbare weg.
Artikel 11. (art. 24, lid 1 KB 1/12/1975)
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke
plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de
andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen,
inzonderheid:
- op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar
de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn
het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te
verlaten om op het fietspad te rijden;
- op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de
oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor
fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
- in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de
verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan,
behoudens plaatselijke reglementering;
- op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten,
behoudens plaatselijke reglementering;
- op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten
behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet
meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die
verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
- op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor
voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65
m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten
minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.
Artikel 21. (art. 77.5 KB 1/12/1975)
Het stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen bedoeld in
artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende
algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik
van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen
moeten staan.
Artikel 23. (art. 68.3 KB 1/12/1975)
Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3 wanneer deze inbreuken
vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.
Artikel 24. (art. 71 KB 1/12/1975)
Het niet in acht nemen van het verkeersbord F103 wanneer deze
inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.
Toevoeging
- Artikel 7. (art. 23.1,2° KB 1/12/1975)
Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:
– Buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde
kommen, op eender welke berm;
– Indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet
langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van
ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;
– Indien de berm niet breed genoeg is, moet het geparkeerd voertuig
gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld
worden
– Indien er geen bruikbare berm is, moet het geparkeerd voertuig op de
rijbaan opgesteld worden
– Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig
opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op:
° de zijdelingse strook
° de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.
– Indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig
opgesteld worden op:
° de zijdelingse strook of
° de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is
Artikel 8. (art. 23.2 KB 1/12/1975)
Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten
buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het
koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op
de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg,
opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te
hinderen of onveilig te maken, behalve op de plaatsen gesignaleerd zoals
voorzien in de artikelen 70.2.1, 3°, f en 77.5, tweede lid van voormeld
koninklijk besluit.
De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een
verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die
parkeerstroken opgesteld worden.
Artikel 10. (art. 23.4 KB 1/12/1975)
Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerzones parkeerstroken
Artikel 11. (art. 24, lid 1 KB 1/12/1975)
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke
plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de
andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen,
inzonderheid:
1° op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de
fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het
fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om
op het fietspad te rijden;
2° op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de
oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor
fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
3° in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de
verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens
plaatselijke reglementering;
4° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten,
behoudens plaatselijke reglementering;
5° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten
behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer
dan 1,65 meter bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten
zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
6° op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor
voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65
meter bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten
minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
7° op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.
Artikel 12. (art. 25.1 KB 1/12/1975)
11° op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk
besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de
politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Artikel 21. (art. 77.5 KB 1/12/1975)
Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen
waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het
koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op
de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Artikel 2:
Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de korpschef van de politiezone, de sanctionerend ambtenaar, de griffie van de bevoegde politierechtbank en de procureur des Konings.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.