De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
1.
Titel | Notulen van de gemeenteraad van 18/12/2025 |
Dienst | Secretariaat |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
De gemeenteraad vond plaats op 18/12/2025.
Juridische gronden
● Art. 32, 277 en 278 decreet lokaal bestuur
Advies
/
Motivatie
/
Financiële gevolgen
/
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de notulen van de gemeenteraadszitting van 18/12/2025 goed.
De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
2.
Titel | Meerjarenplan 2026-2031 - opmerkingen ABB |
Dienst | Financiën |
Feiten en context
Het Agentschap Binnenlands Bestuur bezorgde op 09/01/2026 een schrijven dat ter kennisname dient voorgelegd te worden aan de Gemeenteraad en de Raad voor Maatschappelijk Welzijn.
Dit schrijven bevat een aantal opmerkingen betreffende het meerjarenplan 2026-2031 waar rekening mee moet gehouden worden bij de volgende aanpassing van het meerjarenplan.
Het betreft opmerkingen over:
- Het gecumuleerd budgettair resultaat van vorig boekjaar (2025) dat werd aangepast naar 12 miljoen euro omdat dit een meer realistische startpositie is voor het meerjarenplan 2026-2031 dan het bedrag dat in het huidige meerjarenplan voor 2025 voorzien was (195 921€). Deze aanpassing gebeurde omwille van (nog) niet uitgevoerde investeringen in 2025 die voor een beter resultaat zorgen eind 2025 en de startpositie voor het nieuwe meerjarenplan danig verbeteren.
Deze afwijking had gedetailleerd beschreven moeten worden in de grondslagen en assumpties.
- Een aantal ontbrekende gegevens in de beleidsverklaring zoals het inwonersaantal, toegestane investeringssubsidies (ook opgenomen in bijlage 3 van het meerjarenplan) en ontvangsten uit algemene en werkingssubsidies (ook vermeld op p 36 van het meerjarenplan).
- Gegevens omtrent de pensioenverplichtingen met betrekking tot de voormalige uitvoerende mandatarissen en de statutairen, alsook de 2de pensioenpijler voor contractuelen. Deze gegevens zitten uiteraard opgenomen in de loonkost, maar werden inderdaad niet uitdrukkelijk apart vermeld in het meerjarenplan. Ook hier zal rekening mee gehouden worden voor de volgende aanpassing van het meerjarenplan.
Juridische gronden
/
Advies
/
Motivatie
/
Kennisname
De gemeenteraad neemt kennis van het schrijven van het Agentschap Binnenlands Bestuur van 09/01/2026 betreffende het meerjarenplan 2026-2031.
Joke Van Gansberghe Guido Schollen Houda Khamal Arbit Orhan Aydin Arlette De Ridder Kevin Desmet Laura Deneve Christian Andries Bernard Carpriau Isabelle Baele Gil Vandevoorde Monique Froment Veerle Haemers Didier Noltincx Géraldine Hermann Cedric Caeymaex Marc Joseph Mireille Van Acker Wies Herpol Roger Mertens Raf De Visscher Dirk Vandervelden Fatima Bouyidou Walter Vansteenkiste Erwin Ollivier Liv Crabbé Guido Schollen Houda Khamal Arbit Orhan Aydin Arlette De Ridder Kevin Desmet Laura Deneve Christian Andries Bernard Carpriau Isabelle Baele Gil Vandevoorde Monique Froment Veerle Haemers Didier Noltincx Géraldine Hermann Cedric Caeymaex Marc Joseph Mireille Van Acker Wies Herpol Roger Mertens Raf De Visscher Dirk Vandervelden Fatima Bouyidou Walter Vansteenkiste Erwin Ollivier Liv Crabbé Kevin Desmet Houda Khamal Arbit Dirk Vandervelden Liv Crabbé Arlette De Ridder Christian Andries Bernard Carpriau Laura Deneve Gil Vandevoorde Marc Joseph Orhan Aydin Wies Herpol Guido Schollen Roger Mertens Erwin Ollivier Didier Noltincx Cedric Caeymaex Veerle Haemers Monique Froment Raf De Visscher Walter Vansteenkiste Isabelle Baele Fatima Bouyidou Géraldine Hermann Mireille Van Acker aantal voorstanders: 22 , aantal onthouders: 3 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
3.
Titel | Belastingreglement omgevingsvergunningen |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 22 stemmen voor bij 3 onthoudingen (Mireille Van Acker, Géraldine Hermann en Fatima Bouyidou)
|
Raadslid Laura Deneve vervoegt de vergadering. |
Feiten en context
Op 23/10/2025 keurde de gemeenteraad het belastingreglement op omgevingsvergunningen goed voor de periode 2026-2031.
Op 19/11/2025 ontving het bestuur een brief van het ABB in het kader van het bestuurlijk toezicht met ref. G_Wemmel_7316. Er werd gevraagd om duidelijkheid te bezorgen over de verdubbeling van de opgesomde tarieven in geval van regularisatie. Het administratief dossier werd opgevraagd en de toezichtstermijn werd gestuit. Het college oordeelde in de zitting van 4/12/2025 dat een verdubbeling van de belasting ingeval van een regularisatie verantwoord is gezien de grote bijkomende werklast en dat het geen sanctionerende belasting betreft. Het ABB werd via het schrijven van 15/12/2025 ingelicht over deze collegebeslissing.
Bij de analyse van de vraag van het ABB werd vastgesteld dat er een fout geslopen was in de verwijzing naar andere artikels uit hetzelfde reglement, waardoor de aangepaste versie op 18/12/2025 werd goedgekeurd door de gemeenteraad. Conform de wettelijke bepalingen werd de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.
Op 14/01/2026 ontving ons bestuur een schrijven van het Agentschap Binnenlands Bestuur - afdeling Lokale Financiën (zie koppeling), waarbij het reglement gedeeltelijk wordt vernietigd. Het gaat om de vernietiging van het laatste punt van artikel 4.3 § 1, m.n. de verdubbeling van de tarieven in geval van regularisatie. Het gaat hier specifiek om een verdubbeling van bouwtaksen, niet van dossiertaksen.
Het ABB oordeelt dat het doorrekenen of verrekenen van de kosten die de gemeente maakt voor het werk dat voorafgaat aan de regularisatie, niet toegelaten is. Handhaving en het waken over de goede ruimtelijke ordening dient gefinancierd te worden met algemene middelen.
Ten aanzien van een betrokkene die een regularisatie aanvraagt, kan de aanrekening van administratiekosten aanzien worden als een (verdoken) sanctie. Deze (verdoken) sanctie zou zelfs hoger kunnen zijn dan de wettelijke minimumboete. Dit is uiterst belangrijk omwille van het non bis in idem-principe: men kan geen twee keer gesanctioneerd worden voor eenzelfde schending van de wet.
De vergoeding, i.e. de verdubbeling van de normale tarieven voor regularisaties, in de zin zoals vooropgesteld door ons reglement, komt neer op een schending van het recht en het algemeen belang.
Juridische gronden
● Art. 41, 162 en 170§4 Grondwet
● Art. 40 en 41 Decreet Lokaal Bestuur
● Decreet 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
● Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25/04/2014
● Besluit gemeenterad 23/10/2025 betreffende de belasting op omgevingsvergunningen
● Besluit college 4/12/2025 betreffende de reactie op de vraag van het ABB m.b.t. het belastingreglement op omgevingsvergunningen
● Besluit gemeenterad 18/12/2025 betreffende de belasting op omgevingsvergunningen (aanpassing artikelnummers)
Motivatie
Het bestuur kan nog in beroep gaan tegen deze beslissing bij de Raad van State, maar stelt voor dit niet te doen en zich neer te leggen bij de beslissing van het Agentschap Binnenlands Bestuur omwille van volgende argumenten:
● de motivering is aanvaardbaar
● de analyse van de aangevraagde regularisaties van de voorbije jaren (2024-2025) leerde dat het meestal gaat over kleinschalige regularisaties waarbij totale tarief van de omgevingsvergunning beperkt is (slechts 7 à 8% van de totale opbrengst)
Het voorstel is dan ook het belastingreglement aan te passen en de formulering betreffende de verdubbeling in het kader van regularisatie te schrappen.
Financiële gevolgen
In het meerjarenplan 2026-2031 wordt op de budgetsleutel GBB/0020-00/73700000/Bouwen jaarlijks € 120.000 voorzien.
Besluit
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van de beslissing tot gedeeltelijke vernietiging van het belastingreglement op omgevingsvergunningen 2026-2031 meer bepaald de vernietiging van het laatste punt van artikel 4.3 § 1, m.n. de verdubbeling van de tarieven in geval van regularisatie.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt het aangepaste belastingreglement op omgevingsvergunningen en meldingen goed voor de periode 2026-2031.
Belasting op de omgevingsvergunningen en meldingen
Datum goedkeuring gemeenteraad: 26/02/2026
Datum publicatie website: 02/03/2026
Artikel 1 - Heffingstermijn
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting gevestigd
Op de meldingen en aanvragen zoals bedoeld in het decreet van 25/04/2014 over de omgevingsvergunning.
Op de aanvragen tot het bekomen van een planologisch attest.
Op de aanvragen tot het bekomen van een stedenbouwkundig attest.
Artikel 2 - Definities
Bouwvolume: is het bruto-volume van een constructie inclusief aanbouwen zoals overdekte buitenruimten, garages, veranda’s, …. Het bruto-volume wordt gemeten met inbegrip van de aansluitende onderkeldering, funderingsplaten, vloeren, buitenmuren, dak en tot in de helft van binnenmuren en scheidingsmuren met andere percelen.
Geveloppervlakte: bruto-oppervlakte inclusief raam- en deuropeningen.
Verharding: is per definitie een constructie en omvat alles wat geen groenaanleg is zoals betonverharding, asfalt, klinkers, grind, grasdallen, kunstgras, zwembad, …. Elk element dat wordt aangebracht op de grond waarbij het onderliggende ecosysteem kan verloren gaan, wordt als verharding beschouwd. Het wordt gemeten in m².
Geveloppervlakte: bruto-oppervlakte inclusief raam- en deuropeningen
Artikel 3 - belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de aanvrager.
Artikel 4 - tarief
Artikel 4.1 - basisbelasting dossierkosten
§1. Meldingen: €80,00
§2. Omgevingsvergunningen vereenvoudigde procedure:
● Voor stedenbouwkundige handelingen: €80,00
● Voor ingedeelde inrichtingen en activiteiten: €80,00
● Voor kleinhandelsactiviteiten: €80,00
● Voor wijzigingen van de vegetatie: €80,00
● Voor een project dat betrekking heeft op minstens twee van de bovenstaande vergunningsplichten: €120,00
● Voor het verkavelen van gronden: €80,00
● Voor het bijstellen van verkavelingen: €80,00
§3. Omgevingsvergunningen gewone procedure:
● Voor stedenbouwkundige handelingen: €120,00
● Voor ingedeelde inrichtingen en activiteiten: €120,00
● Voor kleinhandelsactiviteiten: €120,00
● Voor wijzigingen van de vegetatie: €120,00
● Voor een project dat betrekking heeft op minstens twee van de bovenstaande vergunningsplichten €200,00
● Voor het verkavelen van gronden: €120,00
● Voor het bijstellen van verkavelingen: €120,00
Artikel 4.2 - bijkomende belastingen
De basisbelasting omschreven in artikel 4.1 wordt verhoogd met volgende bedragen indien van toepassing:
● Indien milieu-effectenrapportageplichtig of veiligheidsrapportageplichtig : €1.000,00
● Indien openbaar onderzoek met publicatie in een dag- of weekblad: effectieve kost publicatie + beveiligde zending (€20,00 per stuk)
● Indien openbaar onderzoek met individuele kennisgeving: beveiligde zending (€20,00 per stuk)
● Aanvraag planologisch attest: € 1.000
Artikel 4.3 - bijkomende belastingen - bouwtaks
De basisbelasting omschreven in artikel 4.1 en de bijkomende belasting omschreven in artikel 4.2 worden verhoogd met volgende bedragen indien de aanvraag voor een omgevingsvergunning betrekking heeft op stedenbouwkundige handelingen voor het bouwen, herbouwen en/of verbouwen:
§1. Voor aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en regularisaties:
● Voor de aflevering van de beslissing:
○ Voor elk gebouwd, herbouwd gedeelte : €2,00/m³ bruto-bouwvolume
○ Voor geheel of gedeeltelijk wijzigen van de hoofdfunctie van een bebouwd onroerend goed: €1;00/m³ bouwvolume
○ Voor veranderingen aan de gevel : €1,00/m² geveloppervlakte (vrijstelling bij plaatsing van isolatie)
○ Voor verhardingen en reliëfwijzigingen: €2/m²
● Voor de nieuwbouw van een meergezinswoning tot en met 3 woonentiteiten wordt de belasting vermenigvuldigd met 1,5.
● Voor de nieuwbouw van een meergezinswoning vanaf 4 woonentiteiten wordt de belasting vermenigvuldigd met 2.
● Voor het creëren van bijkomende woongelegenheden binnen een bestaand volume wordt een bijkomende forfaitaire belasting van €750 per extra wooneenheid aangerekend.
§2. Voor een verkavelingsaanvraag en aanvragen tot bijstellen van verkavelingen:
● Voor de aflevering van de verkavelingsvergunning:
○ € 300,00 voor het 1ste lot
○ € 150,00 per extra lot
○ Voor de aflevering van de bijstelling verkavelingsvergunning:
○ € 300,00 per bijkomend lot
Vanaf het aanslagjaar 2027 worden alle hierboven vermelde tarieven gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025.
De bedragen worden steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal (art 4.1, 4.2,4.3§2) of tot op 1 cijfer na de komma (art 4.3.§1).
Artikel 5 - Vrijstellingen
Zijn vrijgesteld van deze belasting:
● Dossiers ingediend door of in naam van volgende entiteiten zijn vrijgesteld van de belasting:
● Overheidsinstanties
● Sociale huisvestingsmaatschappijen
● Instellingen van openbaar nut
Gelet op het openbare-dienst karakter van deze entiteiten is het niet wenselijk hun werking door deze belasting te verzwaren.
Artikel 6 - Wijze van invordering en betalingstermijn
§1. De belasting zoals omschreven in artikel 4.1 en 4.2 wordt contant geïnd en is verschuldigd op het moment van de aanvraag. Wanneer de contante belasting niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
§2. De belasting zoals omschreven in artikel 4.3 wordt ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7 - bezwaar
§1. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting en een belastingverhoging, bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden moet zulks uitdrukkelijk vragen in het bezwaarschrift. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:
● e-mail: fin@wemmel.be
● Post: gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● Via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
4.
Titel | Goedkeuring raamovereenkomst busvervoer |
Dienst | Patrimonium |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
De gemeente beschikt niet meer over eigen bussen voor het busvervoer dat werd aangeboden voor de gemeentelijke kleuter- en lagere scholen maar ook aan de niet gemeentelijke kleuter- en lagere scholen in Wemmel.
Op 24 juni 2021 werd voor de eerste keer een procedure uitgeschreven om deze dienstverlening voor één jaar extern te laten verlopen. Deze opdracht werd gegund op 23/9/2021.
Op 26/06/2023 werd door de gemeenteraad een nieuwe overheidsopdracht goedgekeurd, met een looptijd van 2 jaar. Deze opdracht werd gegund op het college van 16/03/2025 en stilzwijgend verlengd.
Een nieuwe overheidsopdracht is noodzakelijk om deze dienstverlening te kunnen verder zetten.
Deze opdracht wordt nu voorzien met een bijkomend perceel voor de vaste ritten op woensdagmiddag van de gemeentelijke en niet gemeentelijke lagere scholen naar de kinderopvang.
De ontwerpopdracht voor de opdracht “Raamovereenkomst voor het organiseren van busvervoer” werd gegund aan TriFinance Belgium, Uitbreidingstraat 80 te 2600 Berchem(Antw).
Juridische gronden
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36 en artikel 43.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Advies
/
Motivatie
In het kader van de opdracht “Raamovereenkomst voor het organiseren van busvervoer” werd een bestek met nr. D-2026-001 opgesteld door de ontwerper, TriFinance Belgium, Uitbreidingstraat 80 te 2600 Berchem(Antw).
Deze opdracht is opgedeeld in volgende percelen:
* Perceel 1 (Daguitstappen op afroep), raming: € 205.150,00 excl. btw of € 248.231,50 incl. 21% btw;
* Perceel 2 (Schoolzwemmen), raming: € 120.000,00 excl. btw of € 145.200,00 incl. 21% btw;
* Perceel 3 (Vaste rit naar kinderopvang), raming: € 16.000,00 excl. btw of € 19.360,00 incl. 21% btw.
De totale uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 341.150,00 excl. btw of € 412.791,50 incl. 21% btw.
Percelen 1, 2 en 3 worden afgesloten voor een duur van 48 maanden/4 schooljaren 2026/2027, 2027/2028, 2028/2029 en 2029/2030. De opdracht stopt definitief op 31 augustus 2030.
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.
De huidige opdracht wordt gesloten door middel van een raamovereenkomst met meerdere deelnemers waarbij niet alle voorwaarden in de raamovereenkomst zijn bepaald. De deelnemers zullen opnieuw in mededinging gesteld worden.
Het bestuur beschikte bij het opstellen van de lastvoorwaarden voor deze opdracht niet over de exact benodigde hoeveelheden.
Deze raming overschrijdt de limieten van de Europese bekendmaking.
Financiële gevolgen
In het MJP werden voor dit en komende jaren volgende budgetten voorzien:
Actienummer: GBB | Algemene Rekening: 0800-00/61300018/GEM/CBS/0/IP-GEEN | Beleidscode: 0800-00/61300018/GEM/CBS/0/IP-GEEN |
Goedgekeurd Budget: € 110.000,00 € | Effectieve uitgave/ontvangst: ______________ € | Saldo Budget: € 104.372,26 € |
Actienummer: GBB | Algemene Rekening: 0750-00/61300018/GEM/CBS/0/IP-GEEN | Beleidscode: 0750-00/61300018/GEM/CBS/0/IP-GEEN |
Goedgekeurd Budget: € 20.000,00 € | Effectieve uitgave/ontvangst: ______________ € | Saldo Budget: € 19.500,00 € |
Perceel 3 van de raamovereenkomst voor het busvervoer op woensdagmiddag wordt betaald met BOA-subsidie.
Geraamde uitgave over de looptijd van 2 jaar:
* Perceel 1 (Daguitstappen op afroep), raming: € 205.150,00 excl. btw of € 248.231,50 incl. 21% btw;
* Perceel 2 (Schoolzwemmen), raming: € 120.000,00 excl. btw of € 145.200,00 incl. 21% btw;
* Perceel 3 (Vaste rit naar kinderopvang), raming: € 16.000,00 excl. btw of € 19.360,00 incl. 21% btw.
Besluit
Artikel 1
Het bestek met nr. D-2026-001 en de raming voor de opdracht “Raamovereenkomst voor het organiseren van busvervoer”, opgesteld door de ontwerper, TriFinance Belgium, Uitbreidingstraat 80 te 2600 Berchem(Antw) worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 341.150,00 excl. btw of € 412.791,50 incl. 21% btw (48 maanden).
Artikel 2
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.
Artikel 3:
De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal en Europees niveau.
Artikel 4:
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het exploitatiebudget van 2026, op budgetcodes 0750-00/61300018/GEM/CBS/0/IP-GEEN (actie GBB) en 0800-00/61300018/GEM/CBS/0/IP-GEEN (actie GBB) en in het budget van de volgende jaren.
Joke Van Gansberghe Guido Schollen Houda Khamal Arbit Orhan Aydin Arlette De Ridder Kevin Desmet Laura Deneve Christian Andries Bernard Carpriau Isabelle Baele Gil Vandevoorde Monique Froment Veerle Haemers Didier Noltincx Géraldine Hermann Cedric Caeymaex Marc Joseph Mireille Van Acker Wies Herpol Roger Mertens Raf De Visscher Dirk Vandervelden Fatima Bouyidou Walter Vansteenkiste Erwin Ollivier Liv Crabbé Guido Schollen Houda Khamal Arbit Orhan Aydin Arlette De Ridder Kevin Desmet Laura Deneve Christian Andries Bernard Carpriau Isabelle Baele Gil Vandevoorde Monique Froment Veerle Haemers Didier Noltincx Géraldine Hermann Cedric Caeymaex Marc Joseph Mireille Van Acker Wies Herpol Roger Mertens Raf De Visscher Dirk Vandervelden Fatima Bouyidou Walter Vansteenkiste Erwin Ollivier Liv Crabbé Liv Crabbé Roger Mertens Christian Andries Bernard Carpriau Gil Vandevoorde Veerle Haemers Wies Herpol Raf De Visscher Cedric Caeymaex Laura Deneve Didier Noltincx Marc Joseph Monique Froment Guido Schollen Erwin Ollivier Houda Khamal Arbit Isabelle Baele Arlette De Ridder Dirk Vandervelden Walter Vansteenkiste Fatima Bouyidou Mireille Van Acker Géraldine Hermann Orhan Aydin Kevin Desmet aantal voorstanders: 20 , aantal onthouders: 5 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
5.
Titel | Aanpassing politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties |
Dienst | Integrale Veiligheid |
Stemming | Goedgekeurd met 20 stemmen voor bij 5 onthoudingen (Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
Op 23 januari 2026 werd in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 14 januari 2026
gepubliceerd tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de
gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het
parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met
automatisch werkende toestellen (verder ‘KB 14 januari 2026’ genoemd). De nieuwe bepalingen
treden in werking op 1 maart 2026.
Juridische gronden
- Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
- Koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de
overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de
verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
- de wet van 15 mei 2022 tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975
houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de
openbare weg, wat de reglementering van voortbewegingstoestellen betreft;
- het koninklijk besluit van 12 maart 2023 tot wijziging van het koninklijk besluit van 1
december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van
het gebruik van de openbare weg.
- Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties
- Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en alle latere wijzigingen.
- Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, artikel 29 quater.
- Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988, artikelen 119 en 135 §2
Advies
Dienst mobiliteit: positief advies. Als gevolg van de aanpassingen van de GAS-wet en de aanpassingen van de Wegcode diende het KB 9 maart 2014 aangepast te worden teneinde in overeenstemming te blijven met deze wet en dit besluit. Door het KB 14 januari 2026 wordt het KB 9 maart 2014 terug in
overeenstemming gebracht met de bepalingen van de GAS-wet en de Wegcode.
Motivatie
De inwerkingtreding van het KB 14 januari 2026 is op zich niet voldoende voor de toepassing in de
praktijk. Alvorens de wijzigingen te kunnen toepassen in de praktijk op het vlak van het verbaliserend
optreden en de bestraffing, dient de gemeenteraad zijn reglementen of verordeningen die betrekking
hebben tot GAS-4 aan te passen. Van zodra deze aanpassingen uitgevoerd zijn, kunnen ten
vroegste op 1 maart 2026 de nieuwe bepalingen toegepast worden in de praktijk.
Financiële gevolgen
/
Besluit
Artikel 1:
Volgende wijzigingen betreffende de gemeentelijke sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. Deze verordening bevat volgende wijzigingen:
Schrapping
- Artikel 4. (art. 22 ter, 1, 3° KB 1/12/1975):
Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die
aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87, of die op de
kruispunten alleen aangekondigd zijn door de verkeersborden A14, of die
gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en
F4b, is stilstaan en parkeren verboden op deze inrichtingen, behoudens
plaatselijke reglementering.
- Artikel 7. (art. 23.1,2° KB 1/12/1975)
Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:
– buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde
kommen, op eender welke berm;
– indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet
langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van
ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;
– indien de berm niet breed genoeg is, moet het voertuig gedeeltelijk op
de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;
– indien er geen bruikbare berm is, moet het voertuig op de rijbaan
opgesteld worden.
Artikel 8. (art. 23.2 KB 1/12/1975)
Fietsen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de
parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1
december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het
wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden
zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig
te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel
70.2.1.3°. f van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende
algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik
van de openbare weg.
Artikel 11. (art. 24, lid 1 KB 1/12/1975)
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke
plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de
andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen,
inzonderheid:
- op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar
de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn
het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te
verlaten om op het fietspad te rijden;
- op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de
oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor
fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
- in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de
verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan,
behoudens plaatselijke reglementering;
- op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten,
behoudens plaatselijke reglementering;
- op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten
behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet
meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die
verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
- op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor
voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65
m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten
minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.
Artikel 21. (art. 77.5 KB 1/12/1975)
Het stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen bedoeld in
artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende
algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik
van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen
moeten staan.
Artikel 23. (art. 68.3 KB 1/12/1975)
Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3 wanneer deze inbreuken
vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.
Artikel 24. (art. 71 KB 1/12/1975)
Het niet in acht nemen van het verkeersbord F103 wanneer deze
inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.
Toevoeging
- Artikel 7. (art. 23.1,2° KB 1/12/1975)
Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:
– Buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde
kommen, op eender welke berm;
– Indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet
langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van
ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;
– Indien de berm niet breed genoeg is, moet het geparkeerd voertuig
gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld
worden
– Indien er geen bruikbare berm is, moet het geparkeerd voertuig op de
rijbaan opgesteld worden
– Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig
opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op:
° de zijdelingse strook
° de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.
– Indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig
opgesteld worden op:
° de zijdelingse strook of
° de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is
Artikel 8. (art. 23.2 KB 1/12/1975)
Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten
buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het
koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op
de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg,
opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te
hinderen of onveilig te maken, behalve op de plaatsen gesignaleerd zoals
voorzien in de artikelen 70.2.1, 3°, f en 77.5, tweede lid van voormeld
koninklijk besluit.
De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een
verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die
parkeerstroken opgesteld worden.
Artikel 10. (art. 23.4 KB 1/12/1975)
Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerzones parkeerstroken
Artikel 11. (art. 24, lid 1 KB 1/12/1975)
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke
plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de
andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen,
inzonderheid:
1° op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de
fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het
fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om
op het fietspad te rijden;
2° op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de
oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor
fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
3° in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de
verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens
plaatselijke reglementering;
4° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten,
behoudens plaatselijke reglementering;
5° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten
behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer
dan 1,65 meter bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten
zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
6° op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor
voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65
meter bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten
minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
7° op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.
Artikel 12. (art. 25.1 KB 1/12/1975)
11° op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk
besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de
politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Artikel 21. (art. 77.5 KB 1/12/1975)
Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen
waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het
koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op
de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Artikel 2:
Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de korpschef van de politiezone, de sanctionerend ambtenaar, de griffie van de bevoegde politierechtbank en de procureur des Konings.
De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
6.
Titel | ICT-raamcontract - Stad Brugge |
Dienst | ICT |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
De stad Brugge heeft in samenwerking met het Agentschap Facilitair Bedrijf een bestek uitgeschreven voor het leveren van ICT-werkplekapparatuur: 'Raamovereenkomst voor het leveren van ICT-werkplekapparatuur' met als opdrachtnummer 2024/HFB/MPMO/122524.
Het voorwerp van deze raamovereenkomst omvat de levering van ICT-werkplekapparatuur en bijhorende dienstverlening. Onder bijhorende dienstverlening wordt onder andere het ter beschikking stellen van een bestelportaal en het voorzien van diensten na verkoop verstaan. Het aanbod zal voor het grootste deel diverse types laptops en in beperkte mate ook desktops en workstations bevatten. Bestellers kunnen steeds een servicecontract voor herstellingen on-site afsluiten voor de ICT-hardware die het voorwerp uitmaakt van deze raamovereenkomst.
De lokale overheden die zich situeren in het Vlaams Gewest kunnen ook afnemen van dit raamcontract.
Deze opdracht werd gegund aan Dustin Belgium nv., Wingepark 5a 3310 te Rotselaar.
De verwachte sluitingsdatum van deze opdracht is voorzien ergens in de week van 14 april 2025.
De opdracht heeft een initiële looptijd van 3 jaar te rekenen vanaf de datum van sluiting. Aansluitend op deze initiële looptijd kan deze opdracht driemaal worden verlengd met een periode van telkens 1 jaar. De totale looptijd van deze opdracht bedraagt dus 6 jaar.
Juridische gronden
Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, in het bijzonder artikel 42, § 1, 1°, a.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, in het bijzonder de artikels 29/1.
De gemotiveerde gunningsbeslissing van het college van burgemeester en schepenen van Brugge en van het Facilitair Bedrijf van 4 februari 2025.
Advies
/
Motivatie
Door gebruik te maken van dit raamcontract is het gemeentebestuur vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren. Omdat zij zelf geen gunningsprocedure moet voeren bespaart de gemeente tijd en geld.
De schaalgrootte van de stad Brugge laat toe om gunstiger voorwaarden te krijgen dan mogelijk is op niveau van het bestuur. De behoeftes van het bestuur stemmen overeen met de bepalingen van het bestek.
Het gebruik van het raamcontract houdt geen exclusiviteit in. Na toetreding is er geen afnameverplichting.
Financiële gevolgen
De toetreding tot deze raamovereenkomst heeft op zich geen financiële gevolgen.
Wanneer aankopen worden gedaan of dienstverlening wordt afgenomen, zal hierbij de aankoopprocedure van het lokaal bestuur gevolgd worden.
Besluit
Artikel 1
De deelname aan de 'Raamovereenkomst voor het leveren van ICT-werkplekapparatuur' - 2024/HFB/MPMO/122524 van de stad Brugge in samenwerking met het Agentschap Facilitair Bedrijf wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
7.
Titel | ICT-raamcontract - Gemeente Kampenhout |
Dienst | ICT |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
De gemeente Kampenhout heeft een raamovereenkomst voor de verwerving van diensten inzake
cloud, cybersecurity, infrastructuur, netwerken, procesautomatisering en aankoop van bijbehorende
hardware/software. Door in te tekenen op deze overeenkomst kunnen wij aan interessante
voorwaarden hardware en software aankopen en/of beroep doen op de diensten inzake cloud,
cybersecurity, infrastructuur, netwerken en procesautomatisering.
Juridische gronden
Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017;
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, in het bijzonder artikel 42, § 1, 1°, a;
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake
overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, in het bijzonder
de artikels 29/1;
De gemotiveerde gunningsbeslissing van het college van burgemeester en schepenen van
Kampenhout van 6 maart 2023;
Advies
/
Motivatie
Door gebruik te maken van dit raamcontract is het gemeentebestuur vrijgesteld van de verplichting
om zelf een gunningsprocedure te organiseren.
Omdat we zelf geen gunningsprocedure moeten voeren besparen we tijd en geld. De gemeente
Kampenhout beschikt over een grotere technisch expertise voor het voeren van dergelijke
gunningsprocedure.
De schaalgrootte van de gemeente Kampenhout laat toe om gunstiger voorwaarden te bekomen dan
mogelijk is op niveau van het bestuur.
De behoeftes van het bestuur stemmen overeen met de bepalingen van het bestek. Het gebruik van
het raamcontract houdt geen exclusiviteit in.
Financiële gevolgen
De toetreding tot deze raamovereenkomst heeft op zich geen financiële gevolgen.
Wanneer aankopen worden gedaan of dienstverlening wordt afgenomen, zal hierbij de aankoopprocedure van het lokaal bestuur gevolgd worden.
Besluit
Artikel 1
De deelname aan het "Raamovereenkomst voor de verwerving van diensten inzake cloud,
cybersecurity, infrastructuur, netwerken, procesautomatisering en aankoop van bijbehorende
hardware/software", wordt goedgekeurd.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Joke Van Gansberghe Guido Schollen Houda Khamal Arbit Orhan Aydin Arlette De Ridder Kevin Desmet Laura Deneve Christian Andries Bernard Carpriau Isabelle Baele Gil Vandevoorde Monique Froment Veerle Haemers Didier Noltincx Géraldine Hermann Cedric Caeymaex Marc Joseph Mireille Van Acker Wies Herpol Roger Mertens Raf De Visscher Dirk Vandervelden Fatima Bouyidou Walter Vansteenkiste Erwin Ollivier Liv Crabbé Guido Schollen Houda Khamal Arbit Orhan Aydin Arlette De Ridder Kevin Desmet Laura Deneve Christian Andries Bernard Carpriau Isabelle Baele Gil Vandevoorde Monique Froment Veerle Haemers Didier Noltincx Géraldine Hermann Cedric Caeymaex Marc Joseph Mireille Van Acker Wies Herpol Roger Mertens Raf De Visscher Dirk Vandervelden Fatima Bouyidou Walter Vansteenkiste Erwin Ollivier Liv Crabbé Marc Joseph Houda Khamal Arbit Walter Vansteenkiste Laura Deneve Dirk Vandervelden Wies Herpol Cedric Caeymaex Erwin Ollivier Veerle Haemers Gil Vandevoorde Roger Mertens Christian Andries Liv Crabbé Monique Froment Kevin Desmet Orhan Aydin Isabelle Baele Didier Noltincx Raf De Visscher Arlette De Ridder Bernard Carpriau Guido Schollen Mireille Van Acker Fatima Bouyidou Géraldine Hermann aantal voorstanders: 22 , aantal onthouders: 3 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
8.
Titel | ICT-raamcontract - C-smart |
Dienst | ICT |
Stemming | Goedgekeurd met 22 stemmen voor bij 3 onthoudingen (Mireille Van Acker, Géraldine Hermann en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
/
Juridische gronden
● artikel 41, tweede lid, 10° van het Decreet Lokaal Bestuur (of artikel 56, §3 of § 4 GD);
● de wetgeving op de overheidsopdrachten, inzonderheid op de artikelen 2, 6°, 43, § 1, tweede lid en 47 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
● de principiële beslissing van de raad van bestuur van Cipal dv van 27 april 2023 tot gunning via een openbare procedure van de overheidsopdracht waarvan het voorwerp bestaat uit “Verwerving van ict-infrastructuur en bijhorende dienstverlening”.
● de in uitvoering van deze beslissing door de raad van bestuur van Cipal dv goedgekeurde opdrachtdocumenten, inzonderheid:
○ het selectiedocument waar het stelt (punt 3.7): “Cipal dv zal in de zin van artikel 2, 6° van de Wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten, in het kader van onderhavige opdracht kunnen optreden als aankoopcentrale voor alle deelnemers in de dienstverlenende vereniging Cipal. Deze besturen zullen zich, net als hun verenigingen en verzelfstandigde entiteiten, op de aankoopcentrale kunnen beroepen om een totaaloplossing in het kader van de te sluiten raamovereenkomst die het voorwerp uitmaakt van deze opdracht, af te nemen, zonder dat zij verplicht zijn af te nemen via deze raamovereenkomst.
(…)
Cipal dv zal in het kader van onderhavige opdracht tevens kunnen optreden als aankoopcentrale voor (zonder dat deze entiteiten verplicht zijn af te nemen via deze
raamovereenkomst) :
● Alle andere Vlaamse gemeente- en OCMW-besturen, hun verenigingen en verzelfstandigde entiteiten;
○ het bestek waar het stelt (punt 4.8): “Cipal dv oefent de overkoepelende leiding van en het overkoepelende toezicht op de uitvoering van de raamovereenkomst uit, terwijl de afnemer de leiding van en het toezicht op de levering van de door de afnemer geplaatste bestelling uitoefent.”
○ Het bestek waar het stelt (punt 4.6): “Gezien de raamovereenkomst niet exclusief is, behoudt de opdrachtgever - net als elke andere afnemer - steeds de vrijheid om een bepaalde aankoop niet via het raamcontract maar volgens de gewone procedures, die de wet op de overheidsopdrachten toelaat, te voeren.”;
● de beslissing van de raad van bestuur van Cipal dv van 20 juni 2024 waarbij voornoemde opdracht wordt gegund aan Dustin Belgium nv met maatschappelijke zetel te Wingepark 5B, 3110 Rotselaar.
Advies
/
Motivatie
● De voornoemde opdracht van Cipal dv “Raamovereenkomst voor de verwerving van ict-infrastructuur en bijhorende dienstverlening” (Bestek nr. CSMRTINFRA23) is een raamovereenkomst met één leverancier en Cipal dv treedt hierbij op als aankoopcentrale in de zin van artikelen 2,6° en 47 van de wet van 17 juni 2016;
● De gemeente kan van de mogelijkheid tot afname van de raamovereenkomst via de aankoopcentrale gebruik maken waardoor zij/het krachtens artikel 47, § 2 van de wet van 17 juni 2016 is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren;
● Het is aangewezen dat de gemeente gebruik maakt van de aankoopcentrale om volgende redenen:
○ de in de raamovereenkomst voorziene ICT-infrastructuur voldoen aan de behoefte van het bestuur;
○ het bestuur moet zelf geen gunningsprocedure voeren wat een besparing aan tijd en geld betekent;
○ Cipal dv beschikt over knowhow en technische expertise inzake de aankoop van ICT-infrastructuur door aanbestedende overheden;
● De gemeente is niet verplicht tot enige afname van de raamovereenkomst (geen afnameverplichting);
Financiële gevolgen
De toetreding tot deze raamovereenkomst heeft op zich geen financiële gevolgen.
Wanneer aankopen worden gedaan of dienstverlening wordt afgenomen, zal hierbij de aankoopprocedure van het lokaal bestuur gevolgd worden.
Besluit
Artikel 1
De gemeente doet een beroep op de aankoopcentrale van Cipal dv voor de aankoop van ICT- infrastructuur aangeboden via de raamovereenkomst “Raamovereenkomst voor de verwerving van ict-infrastructuur en bijhorende dienstverlening” (Bestek nr. CSMRTINFRA23).
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Joke Van Gansberghe Guido Schollen Houda Khamal Arbit Orhan Aydin Arlette De Ridder Kevin Desmet Laura Deneve Christian Andries Bernard Carpriau Isabelle Baele Gil Vandevoorde Monique Froment Veerle Haemers Didier Noltincx Géraldine Hermann Cedric Caeymaex Marc Joseph Mireille Van Acker Wies Herpol Roger Mertens Raf De Visscher Dirk Vandervelden Fatima Bouyidou Walter Vansteenkiste Erwin Ollivier Liv Crabbé Guido Schollen Houda Khamal Arbit Orhan Aydin Arlette De Ridder Kevin Desmet Laura Deneve Christian Andries Bernard Carpriau Isabelle Baele Gil Vandevoorde Monique Froment Veerle Haemers Didier Noltincx Géraldine Hermann Cedric Caeymaex Marc Joseph Mireille Van Acker Wies Herpol Roger Mertens Raf De Visscher Dirk Vandervelden Fatima Bouyidou Walter Vansteenkiste Erwin Ollivier Liv Crabbé Raf De Visscher Liv Crabbé Guido Schollen Wies Herpol Bernard Carpriau Erwin Ollivier Marc Joseph Gil Vandevoorde Veerle Haemers Arlette De Ridder Walter Vansteenkiste Roger Mertens Monique Froment Houda Khamal Arbit Dirk Vandervelden Kevin Desmet Christian Andries Isabelle Baele Cedric Caeymaex Didier Noltincx Laura Deneve Fatima Bouyidou Géraldine Hermann Mireille Van Acker Orhan Aydin aantal voorstanders: 21 , aantal onthouders: 4 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
9.
Titel | Verlenging erkenning Wemmelse verenigingen |
Dienst | Cultuur |
Stemming | Goedgekeurd met 21 stemmen voor bij 4 onthoudingen (Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
● De gemeenteraad heeft op 19/6/2025 een overgangsjaar goedgekeurd waarbij de reeds erkende verenigingen erkend zouden blijven tot eind 2025. Nieuwe verenigingen die aan alle erkenningsvoorwaarden voldeden, werden ook erkend tot eind 2025.
● Dit was in afwachting van de opmaak van een nieuw erkenningsreglement.
● Dit nieuwe erkenningsreglement is nog niet klaar, waardoor de erkende Wemmelse verenigingen niet meer kunnen rekenen op de voordelen zoals voorrang gebruik infrastructuur, goedkoper tarief logistieke ondersteuning en subsidies.
● De dienst VTW stelt voor de overgangsperiode te verlengen tot wanneer het nieuwe erkenningsreglement goedgekeurd werd.
● De dienst VTW heeft de vraag gekregen om gelijktijdig de subsidiereglementen aan te passen en een nieuw logistiek reglement uit te schrijven.
Juridische gronden
Erkenningsreglement Wemmelse verenigingen (GR van 15/12/2022)
Advies
De dienst VTW geeft positief advies.
Motivatie
● indien men geen bijkomende overgangsperiode goedkeurt, zijn alle verenigingen opnieuw verplicht een erkenningsaanvraag in te dienen. Sommige verenigingen zouden daarbij hun erkenning verliezen.
● Omwille van hun onderlinge verbanden is het logisch om de 4 reglementen gelijktijdig te behandelen.
Financiële gevolgen
/
Besluit
Artikel 1
De gemeenteraad keurt een overgangsjaar goed waarbij de huidige erkende verenigingen erkend blijven tot wanneer het nieuwe erkenningsreglement goedgekeurd is.
Artikel 2
De gemeenteraad vraagt aan de dienst VTW de volgende drie reglementen, omwille van de onderlinge verbanden, gelijktijdig aan te passen:
● erkenningsreglement Wemmelse verenigingen (GR van 15/12/2022)
● subsidiereglement erkende Wemmelse jeugdverenigingen (GR van 15/12/2022)
● subsidiereglement sportverenigingen (GR van 9/1/2014)
● reglement op de logistieke ondersteuning (laatst aangepast op GR van 26/06/2014
De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
10.
Titel | Bestek voor buitenschoolse en vakantieopvang |
Dienst | Flankerend onderwijs |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
Voor de organisatie van de buitenschoolse opvang en vakantieopvang dient er een nieuwe overheidsopdracht uitgeschreven te worden.
De huidige dienstverlener is de vzw 3W+ en de opdracht eindigt op 31 augustus 2026.
De buitenschoolse opvang betreft:
● Voor- en naschoolse opvang (inclusief woensdagnamiddag)
● Middagtoezicht
● Opvang op schoolvrije dagen
De vakantieopvang betreft opvang tijdens de schoolvakanties voor kinderen van alle Wemmelse kleuter- en lagere scholen en voor kinderen die in Wemmel wonen, maar er niet schoollopen.
Het gemeentebestuur Wemmel besteedt de buitenschoolse- en vakantieopvang voor kinderen van 2,5 jaar tot en met 12 jaar uit aan één of meerdere opdrachtnemers, volgens de lokale erkenningskaders van buitenschoolse opvang en vakantieopvang van de gemeente Wemmel.
Hiermee wordt, voor de Nederlandstalige scholen, de voor- en naschoolse opvang (en schoolvrije dagen) geregeld volgens het Vlaamse Decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten, met name het BOA-decreet, waarmee wordt gestreefd naar ontspanning, spel en ontwikkeling in een warme, inclusieve omgeving.
Om deze reden wordt de GO! Inclusiecampus mee in het opvangaanbod voorzien.
Voor de Franstalige scholen en de Wemmelse vakantieopvang, beslist het gemeentebestuur om dezelfde richtlijnen op te volgen en aldus uniformiteit te garanderen voor alle scholen binnen de gemeente.
De totale looptijd van de opdracht bedraagt maximaal 6 jaar, met aanvangsdatum 1 september 2026. De maximale duurtijd van 6 jaar wordt als volgt opgedeeld:
● De basisopdracht heeft een looptijd tot en met 31 augustus 2030.
● De opdracht kan nogmaals worden verlengd na expliciete goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen voor een periode van 12 maanden onder dezelfde voorwaarden als de oorspronkelijke opdracht, voor zover wijzigingen in de wetgeving geen wezenlijke invloed hebben op de financiering of de (erkennings)voorwaarden van de opdracht en de opdrachtnemer, en voor zover de opdrachtnemer nog steeds voldoet aan het lokaal erkenningskader en de bepalingen van het bestek en de dienstverlening geen aanleiding heeft gegeven tot klachten. Eventuele stopzetting wordt minimaal zes maanden voorafgaand aan een mogelijke verlenging aan de opdrachtnemer meegedeeld.
● Hiermee zal de duurtijd van de opdracht de termijn van 6 jaar niet overschrijden.
De overeenkomst neemt automatisch een einde op 31 augustus 2032 zonder verdere formaliteiten.
Juridische gronden
De opdracht heeft o.a. betrekking op de organisatie, exploitatie en/of ondersteuning van kinderopvang. Deze dienstverlening wordt door het gemeentebestuur Wemmel aangeduid als een dienst van algemeen economisch belang (DAEB). Hiermee wordt vermeden dat er een overcompensatie en té grote winstmarge wordt genomen door de opdrachtnemer.
● DAEB-Vrijstellingsbesluit (Besluit C(2011)9380). Voor DAEB-steun op basis van het DAEB-Vrijstellingsbesluit met betrekking tot sociale behoeften geldt geen plafond op de DAEB compensatiesteun. Dit geldt onder andere voor DAEB’s op het gebied van zorg en kinderopvang.
Verder voldoet de opdracht aan volgende wetgevingen:
● Wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en latere wijzigingen.
● Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
● Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
● Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
● Het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB), Welzijnswet en Codex over het welzijn op het werk.
● Decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid; de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, de wet van 10 mei 2007 tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde, door racisme of xenofobie ingegeven daden en de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen.
● Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, meer bepaald hoofdstuk Vbis. Bijzondere bepalingen betreffende geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.8. Wet van 11 februari 2013 tot vaststelling van sancties en maatregelen voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen.
● Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
● Alle persoonsgegevens die door de opdrachtnemer tijdens de plaatsingsprocedure en de uitvoering van de opdracht worden overgemaakt aan de aanbestedende overheid, kunnen worden verwerkt in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de AI-Verordening (Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828).
● Cao nr. 32bis van 7 juni 1985 (gewijzigd op 23 april 2019) en verdere wijzigingen.
● Alle relevante Europese richtlijnen, Belgische wetgeving en Vlaamse decreten.
● De gemeente Wemmel is een faciliteitengemeente. De opdrachtnemer dient zich te houden aan de vigerende taalwetgeving.
Advies
/
Motivatie
In het kader van de opdracht "Organisatie van de buitenschoolse- en vakantieopvang" werd een bestek met nr. D-2026-006 opgesteld door de Dienst Flankerend Onderwijs en Kinderopvang.
Het bestek omvat alle voorwaarden waaraan een dienstverlener dient te voldoen om een kwalitatieve buitenschoolse- en vakantieopvang te organiseren.
T.o.v. de vorige opdracht wordt in het bestek het volgende gewijzigd:
● Het gemeentebestuur splits de opdracht op in 3 percelen om meer opdracht-nemers de kans te geven om een offerte in te dienen:
○ Perceel 1: buitenschoolse opvang in Nederlandstalige scholen
Perceel 2: buitenschoolse opvang in Franstalige scholen
Perceel 3: vakantieopvang
● Prijsherziening kan jaarlijks aangevraagd worden door de opdrachtnemer vanaf januari 2028. De gezondheidsindex is van toepassing op de opdracht. Ook ouderbijdragen volgen deze regeling.
● De gunning wordt gebaseerd op een globale prijs, exclusief ouderbijdragen, maar de opdracht wordt maandelijks afgerekend op basis van werkelijke prestaties. Het gemeentebestuur kan aldus nagaan of het ratio kind/begeleider wordt toegepast zoals beschreven in de opdracht.
Er wordt in het bestek de nadruk gelegd op enkele specifieke vereisten:
● Voldoende capaciteit voor een veilig middagtoezicht en een begeleider voor de slaapzaal bij de kleuters
● Kwalitatief hoogwaardig huiswerktoezicht
● Beperking van het aantal vrijwilligers tot maximaal 20%
● Op woensdagnamiddag, tijdens de vakantie en schoolvrije dagen: een gevarieerd activiteitenaanbod per leeftijdsgroep
● Duidelijke visie op inclusie
De nieuwe opdracht zal uitgevoerd worden vanaf september 2026.
De uitgave voor deze opdracht werd in het meerjarenplan geraamd op:
● € 958 956,00 excl. BTW voor 2026
● € 978 035,00 excl. BTW voor 2027
● € 997 595,70 excl. BTW voor 2028
● € 1 017 547,61 excl. BTW voor 2029
● € 1 037 898,57 excl. BTW voor 2030
De raming is gebaseerd op een eerste verhoging van het budget (in vergelijking met 2025) van 10%, voor de specifieke vereisten die werden opgenomen in het bestek en het voldoen aan de voorwaarden van het BOA-decreet.
Nadien wordt het budget jaarlijks geïndexeerd met 2%:
| MJP | raming | stijging |
2025 |
| € 853.000,00 |
|
2026 | € 958 956,00 | € 938.300,00 | 10% |
2027 | € 978 035,00 | € 957.066,00 | 2% |
2028 | € 997 595,70 | € 976.207,32 | 2% |
2029 | € 1 017 547,61 | € 995.731,47 | 2% |
2030 | € 1 037 898,57 | € 1.015.646,10 | 2% |
De geraamde bedragen worden in bijlage in detail beschreven.
Deze raming overschrijdt de limieten van de Europese bekendmaking. Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. Hierdoor verkrijgt het bestuur mogelijkheid om te onderhandelen over de kosten en uitvoering of minstens een verduidelijking te krijgen over de voorziene uitgaven.
Financiële gevolgen
Actienummer: GBB | Algemene Rekening: 0870- 00/61300018/GEM/CBS/0/IPGEEN
| Beleidscode: 0870- 00/61300018/GEM/CBS/0/IPGEEN
|
Goedgekeurd Budget:
€ 958 956,00 excl. BTW voor 2026 € 978 035,00 excl. BTW voor 2027 € 997 595,70 excl. BTW voor 2028 € 1 017 547,61 excl. BTW voor 2029 € 1 037 898,57 excl. BTW voor 2030 | Effectieve uitgave/ontvangst:
€ 938 300,00 excl. BTW voor 2026 € 957 066,00 excl. BTW voor 2027 € 976 207,32 excl. BTW voor 2028 € 995 731,47 excl. BTW voor 2029 € 1 015 646,10€ excl. BTW voor 2030
| Saldo Budget excl. BTW:
€ 20 656,00 voor 2026 € 20 969,00 voor 2027 € 21 388,38 voor 2028 € 21 816,14 voor 2029 € 22 252,47 voor 2030 |
Besluit
Artikel 1
De gemeenteraad keurt het bestek met nr D-2026-006 opgesteld door de Dienst Flankerend Onderwijs en Kinderopvang goed.
Artikel 2
De gemeenteraad gaat akkoord met de desbetreffende wijzigingen en specifieke vereisten die werden toegevoegd aan het bestek nr D-2026-006 opgesteld door de Dienst Flankerend Onderwijs en Kinderopvang.
Artikel 3
De gemeenteraad keurt de geraamde uitgave voor deze opdracht goed:
€ 938 300,00 excl. BTW voor 2026
€ 957 066,00 excl. BTW voor 2027
€ 976 207,32 excl. BTW voor 2028
€ 995 731,47 excl. BTW voor 2029
€ 1 015 646,10€ excl. BTW voor 2030
Artikel 4
De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel de opdracht te gunnen bij wijze van vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
11.
Titel | Kinderopvang - adviescriteria |
Dienst | Opgroeien |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
Wanneer het aantal gesubsidieerde opvangplaatsen wordt uitgebreid, vraagt Opgroeien lokale besturen om advies. Lokale besturen weten waar de nood aan betaalbare opvang het grootst is. Spreiding van de locaties, zodat er in de volledige gemeente een aanbod aan kinderopvang is, en bereikbaarheid zijn belangrijke criteria.
Bij een uitbreidingsronde krijgen alle aanvragen punten van het lokaal bestuur op basis van vooraf bepaalde criteria.
Door het toekennen van scores rangschikt het lokaal bestuur de aanvragen en beslist het lokaal bestuur mee met het agentschap Opgroeien wie de bijkomende subsidies zal ontvangen.
In het beslissingskader zijn telkens ook de criteria van Opgroeien te lezen, net als eventuele voorrangscriteria.
Het lokaal bestuur heeft een taak betreffende het lokaal beleid kinderopvang. Die taak houdt in dat het lokaal bestuur :
1° een Lokaal Overleg Kinderopvang opricht;
2° beleidsdoelstellingen voor kinderopvang bepaalt;
3° een advies kan geven aan het agentschap over de uitbreiding van vergunde kinderopvangplaatsen enerzijds en over de toekenning van subsidieerbare kinderopvangplaatsen anderzijds, rekening houdend met de lokale context binnen het eigen grondgebied;
4° lokale actoren en gebruikers informeert.
Het lokaal bestuur treedt bij de uitvoering van de taak, vermeld in het eerste lid, neutraal op, onder andere door de rol van lokale regisseur en de rol van organisator te scheiden.
Een goed advies is gebaseerd op de strategische meerjarenplanning van het lokaal bestuur. Daarnaast moet het advies voldoen aan enkele formele voorwaarden:
● Transparantie, objectief en relevant: De procedure en criteria waarop het advies gebaseerd is, moeten duidelijk, relevant en objectief zijn. Het lokaal bestuur motiveert deze keuzes.
● Afstemming met het Lokaal Overleg Kinderopvang (LOK): De procedure en criteria worden vooraf voorgelegd aan het LOK voor advies.
● Toegankelijkheid: De procedure en criteria zijn publiek raadpleegbaar en worden tijdig bekendgemaakt aan organisatoren, zodat zij hiermee rekening kunnen houden bij hun aanvraag.
Juridische gronden
Bevoegdheidsgrond
- Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikelen 77 en 78;
Toepasselijke regelgeving
- Besluit van de Vlaamse regering van 22 november 2013 houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters;
- Besluit van de Vlaamse regering van 9 mei 2014 houdende de procedures voor de aanvraag en de toekenning van de vergunning en de subsidies voor gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters;
- Besluit van de Vlaamse regering van 24 mei 2013 houdende het lokaal beleid kinderopvang;
Advies
Een positief advies van het Lokaal Overleg Kinderopvang en Gezin (LOKG) op datum van 8 januari 2026.
Motivatie
Lokale besturen spelen een belangrijke rol in het Vlaamse kinderopvangbeleid. Door hun nauwe betrokkenheid bij gezinnen, opvanginitiatieven en lokale netwerken hebben ze een goed zicht op de opvangnoden in hun gemeente of stad. Daarom betrekt Opgroeien hen actief bij beslissingen over het aanbod van kinderopvang.
Door het opmaken van transparante, objectieve en relevante adviescriteria, krijgt het lokaal bestuur inspraak in het toekennen van inkomensgerelateerde plaatsen in de gemeente.
De adviesciteria bevinden zich in bijlage.
Financiële gevolgen
/
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de adviescriteria inzake kinderopvang baby's en peuters goed.
De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
12. BESLOTEN ZITTING
De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
13. BESLOTEN ZITTING
De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
14. BESLOTEN ZITTING
De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
15. BESLOTEN ZITTING
De gemeenteraadszitting van 26 februari 2026
16.
Titel | Mondelinge vragen |
Dienst | Secretariaat |
VRAGEN VAN GEMEENTERAADSLEDEN
In toepassing van art. 32 en 278 van het decreet lokaal bestuur kan het zittingsverslag (audio-opname) beluisterd worden op de website www.wemmel.be. De mondelinge vragen starten om 20u28.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.