De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
1.
Titel | Notulen van de gemeenteraad van 23/10/2025 |
Dienst | Secretariaat |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
De gemeenteraad vond plaats op 23/10/2025.
Juridische gronden
● Art. 32, 277 en 278 decreet lokaal bestuur
Advies
/
Motivatie
/
Financiële gevolgen
/
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de notulen van de gemeenteraadszitting van 23/10/2025 goed.
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
2.
Titel | Jaarverslag 2024 |
Dienst | Secretariaat |
Feiten en context
Vanuit het managementteam en de diensten werd een jaarverslag met de belangrijkste feiten en cijfers van het jaar 2024 opgemaakt.
Juridische gronden
N.v.t.
Advies
/
Motivatie
N.v.t.
Kennisname
Op de zitting wordt een addendum voorgesteld nl: de samenkomst van de seniorenraad en de commissie omgeving in 2024 toevoegen.
De gemeenteraad neemt kennis van het jaarverslag 2024.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Erwin Ollivier Dirk Vandervelden Liv Crabbé Walter Vansteenkiste Houda Khamal Arbit Cedric Caeymaex Laura Deneve Guido Schollen Didier Noltincx Isabelle Baele Marc Joseph Veerle Haemers Roger Mertens Wies Herpol Raf De Visscher Gil Vandevoorde Bernard Carpriau Orhan Aydin Arlette De Ridder Christian Andries Fatima Bouyidou Géraldine Hermann Mireille Van Acker Kevin Desmet aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
3.
Titel | Meerjarenplan 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 17 stemmen voor bij 7 stemmen tegen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Raadslid Laura Deneve vervoegt de vergadering. |
Feiten en context
De nieuwe bewindsploegen die in 2025 zijn aangetreden moeten hun strategische en financiële planning voor de bestuursperiode van 2026 tot 2031 opmaken en vastleggen in het meerjarenplan voor de periode van 2026 tot 2031.
De vaststelling van het meerjarenplan behoort tot de voorbehouden bevoegdheden van de raad. Zowel de gemeenteraad als de OCMW-raad moet eerst elk zijn deel van het meerjarenplan goedkeuren. Daarna keurt de gemeenteraad het geheel goed.
Juridische gronden
- Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 143, vijfde lid, artikel 241, tweede lid, artikel 275, eerste lid, artikel 411, tweede lid, gewijzigd bij het decreet van 17 februari 2023, en artikel 489, derde lid.
- Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen
- Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleidsen beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen.
Advies
Advies MAT 13/11/2025:
Advies commissie financiën 13/11/2025:
Motivatie
In overleg tussen de administraties van de beide besturen, de mandatarissen en de Wemmelse belanghebbenden kwam het huidige meerjarenplan 2026-2031 tot stand.
Vertrekkende van een externe en interne omgevingsanalyse werden de behoeften van de stakeholders in kaart gebracht, zijn de zwaktes en sterktes van de besturen bloot gelegd en de bedreigingen en opportuniteiten bepaald waarop de besturen kunnen/moeten inspelen.
Ook het bestuursakkoord reikte informatie aan om te komen tot het vooropgestelde beleid geconcretiseerd via inhoudelijke beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties. Daaraan werden de financiële middelen gekoppeld.
Het meerjarenplan bestaat uit:
● de strategische nota
● de financiële nota
● de toelichting
Daarnaast wordt er ook nog verplichte documentatie beschikbaar gesteld aan het bestuur. In de toelichting staat ook vermeld waar aanvullende bijkomende documentatie bij het ontwerp van het meerjarenplan kan geraadpleegd worden. Hierin wordt onder andere de omgevingsanalyse opgenomen.
De gemeenteraad keurt op basis van het geïntegreerde meerjarenplan 2026-2031 eerst haar deel van het meerjarenplan goed en daarna het volledige meerjarenplan.
Financiële gevolgen
Beschikbaar budgettair resultaat:
2026: 967 352€
2027: 27 211€
2028: 47 942€
2029: 88 196€
2030: 25 056€
2031: 51 575€
Autofinancieringsmarge:
2026: 983 146€
2027: 1 392 293€
2028: 836 269€
2029: 649 022€
2030: 694 540€
2031: 966 591€
Besluit
Op de zitting wordt een amendement voorgesteld nl. op bladzijde 5:
"In dit meerjarenplan werd de opstart van GFT containers opgenomen in plaats van GFT zakken, alsook de verwachte indexering van de verkoopprijs van alle afvalrecipiënten, gecommuniceerd door Intradura aan alle deelnemende gemeenten"
wordt vervangen door
"In dit meerjarenplan werd de opstart van GFT containers opgenomen in plaats van GFT zakken, alsook de nog te bespreken indexering van de verkoopprijs van alle afvalrecipiënten, aangevraagd en voorgesteld door Intradura aan alle deelnemende gemeenten"
Dit amendement wordt goedgekeurd met 16 stemmen voor bij 7 stemmen tegen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet, Fatima Bouyidou). Laura Deneve is afwezig.
Op de zitting wordt een tweede amendement voorgesteld nl. op bladzijde 5 en bladzijde 58:
"• Bebouwde oppervlaktes < 200m²: 750 opcentiemen
• Bebouwde oppervlaktes tussen 200m² en 300m²: 780 opcentiemen
• Bebouwde oppervlaktes tussen 300m² en 500m²: 810 opcentiemen
• Bebouwde oppervlaktes groter dan 500m²: 850 opcentiemen "
wordt vervangen door
"- niet-geïndexeerd belastbaar KI kleiner dan €2.000,00: 750 opcentiemen
- niet-geïndexeerd belastbaar KI van €2.000,00 tot en met €3.999,00: 780 opcentiemen
- niet-geïndexeerd belastbaar KI van €4.000,00 tot en met €5.999,00: 810 opcentiemen
- niet-geïndexeerd belastbaar KI vanaf €6.000,00: 850 opcentiemen"
Dit amendement wordt goedgekeurd met 17 stemmen voor bij 7 stemmen tegen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet, Fatima Bouyidou).
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om haar deel van het meerjarenplan 2026-2031 vast te stellen.
Artikel 2
De gemeenteraad beslist om het deel van het OCMW van het meerjarenplan 2026-2031 goed te keuren.
Artikel 3
De gemeenteraad beslist om het meerjarenplan 2026-2031 in zijn geheel vast te stellen.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Roger Mertens Liv Crabbé Veerle Haemers Gil Vandevoorde Laura Deneve Guido Schollen Marc Joseph Bernard Carpriau Didier Noltincx Erwin Ollivier Isabelle Baele Cedric Caeymaex Wies Herpol Houda Khamal Arbit Walter Vansteenkiste Raf De Visscher Dirk Vandervelden Arlette De Ridder Orhan Aydin Kevin Desmet Mireille Van Acker Géraldine Hermann Christian Andries Fatima Bouyidou aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
4.
Titel | Belastingreglement op afgifte van administratieve stukken van bevolking en burgerlijke stand 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 17 stemmen voor bij 7 stemmen tegen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
Het belastingreglement op de afgifte van administratieve stukken van de dienst bevolking en burgerzaken is geldig tot en met aanslagjaar 2025. Het dient nu hernieuwd te worden voor de periode 2026-2031.
Juridische gronden
● Art. 41, 162 en 170§4 Grondwet
● Art. 40 en 41 Decreet Lokaal Bestuur
● Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
● Besluit Gemeenteraad van 25/02/2021 betreffende het belastingreglement op de afgifte van administratieve stukken van de dienst bevolking en burgerzaken
Advies
/
Motivatie
Gemeenten verrichten voor burgers heel wat administratieve prestaties inzake burgerzaken. Essentiële overheidstaken zijn als basisdienstverlening kosteloos voor de burger. De gemeente bekostigt haar kerntaken vanuit de algemene middelen.
Voor bijkomende administratieve prestaties kunnen gemeenten via een belasting wel een kostendekkende vergoeding vragen aan de burger.
De tarieven die de gemeente Wemmel daarvoor hanteert, zijn niet meer aangepast geweest sinds 2017. Uit een vergelijkende studie van deze tarieven met de omliggende gemeenten blijkt dat deze laag liggen. Daarom wordt beslist de tarieven met 30% te verhogen en jaarlijks te indexeren.
Verder worden enkele artikelen toegevoegd in het kader van de uitbreiding van het takenpakket van de dienst burgerzaken; anderzijds worden bepaalde artikels geschrapt omdat ze niet meer van toepassing zijn.
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op de budgetsleutel "GBB/0020-00/73150000/ Afgifte identiteitsbewijzen-paspoorten-trouwboekjes- uittreksels" voor € 75.000 in 2026 met jaarlijkse verhoging van € 1.000 tot 2031.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de afgifte van administratieve stukken van de
dienst bevolking en burgerzaken goed voor de periode 2026-2031.
Belastingreglement op de afgifte van administratieve stukken door de dienst bevolking en burgerzaken
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1 - grondslag
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031een belasting geheven op de afgifte van administratieve stukken op de dienst bevolking en burgerlijke stand.
Artikel 2 - belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie het administratief stuk wordt uitgereikt.
Artikel 3 - tarief
Het tarief van de belasting wordt vastgesteld als volgt:
§1. Elektronische identiteitskaart vanaf de leeftijd van 12 jaar
● Gewone procedure : kostprijs FOD Binnenlandse zaken + € 6,50 belasting
● Spoedprocedure: kostprijs FOD Binnenlandse zaken + € 18,20 belasting
● Spoedprocedure Brussel : kostprijs FOD Binnenlandse zaken + € 14,00 belasting
§2. Kids-ID voor Belgische kinderen jonger dan 12 jaar
● Gewone procedure : kostprijs FOD Binnenlandse zaken + € 4,00 belasting
● Spoedprocedure: kostprijs FOD Binnenlandse zaken + € 18,20 belasting
● Spoedprocedure Brussel : kostprijs FOD Binnenlandse zaken + € 14,00 belasting
§3. Elektronische verblijfskaarten (EVK)
● vanaf de leeftijd van 12 jaar (categorieën A/B/H/I/J/K/L)
○ Gewone procedure : kostprijs FOD Binnenlandse zaken + € 6,50 euro belasting
○ Spoedprocedure : kostprijs FOD Binnenlandse zaken + € 18,20 euro belasting
● vanaf de leeftijd van 12 jaar (categorieën EU/EU+/F/F+/M/N)
○ Gewone procedure : kostprijs FOD Binnenlandse zaken + € 6,50 euro belasting
○ Spoedprocedure : kostprijs FOD Binnenlandse zaken + € 18,20 euro belasting
● Onder 12 jaar (categorieën A/B/H/I/J/K/L)
○ Gewone procedure : kostprijs FOD Binnenlandse zaken + € 4,00 belasting
○ Spoedprocedure : kostprijs FOD Binnenlandse zaken + € 18,20 belasting
● Onder 12 jaar (categorieën EU/EU+/F/F+/M/N)
○ Gewone procedure : kostprijs FOD Binnenlandse zaken + € 4,00 belasting
○ Spoedprocedure : kostprijs FOD Binnenlandse zaken + € 18,20 belasting
§4. Aanvraag identiteits-en verblijfskaart vanaf 2e achtereenvolgende verlies, bovenop de normale prijs:
● Tweede keer verlies eID vanaf 12 jaar: € 11,50
● Tweede keer verlies elektronische verblijfskaart vanaf 12 jaar: € 11,50
● Tweede keer verlies Kids-ID: € 7,60
● Tweede keer verlies elektronische verblijfskaart onder 12 jaar: € 7,60
§5. Attest van immatriculatie € 6,50
§6. Rijbewijs in bankkaartmodel
● Voorlopig en permanent: Kostprijs FOD Mobiliteit en Vervoer + € 6,50 belasting
● Internationaal: Kostprijs FOD Mobiliteit en Vervoer + € 6,50 belasting
§7. Reispassen
● Reispassen voor personen ouder dan 18 jaar
○ Normale procedure : kostprijs FOD Buitenlandse Zaken + consulaire rechten + € 13,00 belasting
○ Spoedprocedure : kostprijs FOD Buitenlandse Zaken + consulaire rechten + € 39,00 belasting
○ Extreme spoedprocedure : kostprijs FOD Buitenlandse Zaken + consulaire rechten + € 30,00 belasting
● Reispassen voor personen jonger dan 18 jaar
○ Normale procedure : kostprijs FOD Buitenlandse Zaken + € 6,50 belasting
○ Spoedprocedure : kostprijs FOD Buitenlandse Zaken + € 19,50 belasting
○ Extreme spoedprocedure : kostprijs FOD Buitenlandse Zaken + consulaire rechten + € 15,00 belasting
● Reispassen voor vluchtelingen, staatlozen, vreemdelingen ouder dan 18 jaar
○ Normale procedure : kostprijs FOD Buitenlandse Zaken + € 13,00 belasting
○ Spoedprocedure : kostprijs FOD Buitenlandse Zaken + € 39,00 belasting
○ Extreme spoedprocedure : kostprijs FOD Buitenlandse Zaken + consulaire rechten + € 30,00 belasting
● Reispassen voor vluchtelingen, staatlozen, vreemdelingen jonger dan 18 jaar
○ Normale procedure : kostprijs FOD Buitenlandse Zaken + € 6,50 belasting
○ Spoedprocedure : kostprijs FOD Buitenlandse Zaken + € 19,50 belasting
○ Extreme spoedprocedure : kostprijs FOD Buitenlandse Zaken + consulaire rechten + € 15,00 belasting
§8.Voor de afgifte van allerlei attesten, uittreksels, afschriften e.d. : € 6,50
§9. Wettigen handtekening / Eensluidend verklaren van documenten: € 6,50
§10. Opmaak en afgifte van bijlages aan niet-EU burgers (m.u.v. de bijlage 19ter en de bijlage 22, deze zijn gratis): € 6,50
§11. Genealogische onderzoeken : € 50,00 / uur
§12. Afgifte nationaliteitsverklaring: € 50,00
§13. Voornaamswijziging:
● Algemeen: € 30,00
● In het kader van genderverandering: € 3,00
§14. Voor de kost van een gerechtsdeurwaarder in het kader van eenzijdige opzegging van een wettelijke samenwoning wordt een voorschot van € 500,00 gevraagd. Bij de eindafrekening wordt het saldo teruggestort.
§15. Alle bovenvermelde belastingtarieven (artikel 3 §1 tot en met §14) worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. Het totale tarief (kost FOD + consulaire rechten + belasting) wordt steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal.
Artikel 4 - betalingsvoorwaarden
De belasting wordt ingevorderd door contante betaling bij het afleveren van het document. De aan de belasting onderworpen personen (of instellingen) die een verzoek tot het bekomen van een ander stuk indienen, moeten op het ogenblik van hun aanvraag het bedrag van de belasting in bewaring geven indien dit document niet onmiddellijk bij de aanvraag kan afgegeven worden. Bij gebrek aan betaling wordt deze contantbelasting van ambtswege ingekohierd en is ze onmiddellijk opeisbaar.
Artikel 5 - vrijstellingen
Zijn vrijgesteld van de belasting:
● De stukken die krachtens de wet, een koninklijk besluit of een andere overheidsverordening kosteloos door het gemeentebestuur dienen te worden afgegeven;
● De stukken welke aan behoeftige personen worden afgegeven; de behoeftigheid wordt vastgesteld door elk overtuigend bewijsstuk;
● De machtigingen met betrekking tot godsdienstige of politieke demonstraties;
● De machtigingen met betrekking tot activiteiten die als dusdanig reeds het voorwerp zijn van de heffing van een belasting of retributie van de gemeente;
● De gerechtelijke en administratieve overheden, en de daarmee gelijkgestelde instellingen van openbaar nut;
● De afgifte van stukken, welke krachtens een wet, een koninklijk besluit of een overheidsverordening reeds aan de betaling van een recht ten behoeve der gemeente onderworpen is. Uitzondering wordt gemaakt voor de rechten welke de met het afgeven van reispassen belaste gemeente ambtshalve toekomen krachtens de wet van 21 december 2013;
● De afgifte van een nieuwe identiteitskaart ingevolge het verzoek tot vervanging van de vermelding "onbekwaam" door "vrijgesteld", uitgaand van een persoon met een beperking.
Artikel 6 - Bezwaren
§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
§3. Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Wies Herpol Erwin Ollivier Mireille Van Acker Liv Crabbé Didier Noltincx Roger Mertens Isabelle Baele Bernard Carpriau Cedric Caeymaex Gil Vandevoorde Houda Khamal Arbit Guido Schollen Raf De Visscher Laura Deneve Arlette De Ridder Veerle Haemers Dirk Vandervelden Walter Vansteenkiste Marc Joseph Kevin Desmet Fatima Bouyidou Christian Andries Orhan Aydin Géraldine Hermann aantal voorstanders: 19 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 5 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
5.
Titel | Belasting op de aanvullende belasting op de personenbelasting 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 19 stemmen voor bij 5 stemmen tegen (Christian Andries, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
Het belastingreglement op de aanvullende belasting op de personenbelasting is geldig tot en met het aanslagjaar 2025 en moet hernieuwd worden.
Juridische gronden
● Art 41, 162 en 170 § 4 Grondwet
● Art 464-470/2 Wetboek van de inkomstenbelastingen
● Art. 40 en 41 Decreet Lokaal Bestuur
● Besluit gemeenteraad van 10/09/2020 betreffende het belastingreglement op de aanvullende belasting op de personenbelasting
Advies
/
Motivatie
Wegens het afschaffen van de algemene gemeentebelasting in 2021, werd de aanvullende belasting op de personenbelasting verhoogd van 6.5% naar 7.3% vanaf de ontvangsten van aanslagjaar 2021 (=berekend op het inkomstenjaar 2020).
Om een correctere verdeling van de belastingdruk te bekomen, werd beslist om het tarief voor de aanvullende personenbelasting te herbekijken naast het tarief van de opcentiemen op de onroerende voorheffing. Door het decreet van 15 mei 2018, dat artikel 41 van het decreet lokaal bestuur wijzigt, is het sinds 2019 toegelaten te differentiëren in het tarief voor de opcentiemen onroerende voorheffing.
Uitgaande van het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen, werd beslist om in combinatie met de differentiëring in de opcentiemen in functie van het kadastraal inkomen (KI) (zie reglement opcentiemen op de onroerende voorheffing - GR 20/11/25) het tarief voor de aanvullende personenbelasting te verlagen om zo een verschuiving van de belastingdruk te creëren van arbeid naar vermogen.
Op basis van deze redenering is het verantwoord om de aanvullende belasting op de personenbelasting te verlagen van 7.3 % naar 7.0%.
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-73010000 Aanvullende belasting op de personenbelasting" voor een jaarlijks bedrag van:
2020: € 8.538.041,51
2021: € 8.784.256
2022: € 8.653.970,55
2023: € 8.931.877,55
2024: € 8.915.532,55
2025: € 9.051.245,55
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement aanvullende belasting op de personenbelasting goed 2026-2031.
Belastingreglement op de aanvullende belasting op de personenbelasting
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1 - heffingstermijn
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2 - tarief
§1. De belasting wordt voor aanslagjaren 2026 tot en met 2031 gevestigd op 7.0% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar.
§2. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 3 - inning
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Marc Joseph Raf De Visscher Laura Deneve Veerle Haemers Roger Mertens Erwin Ollivier Isabelle Baele Houda Khamal Arbit Gil Vandevoorde Guido Schollen Didier Noltincx Cedric Caeymaex Liv Crabbé Dirk Vandervelden Bernard Carpriau Orhan Aydin Christian Andries Mireille Van Acker Géraldine Hermann Arlette De Ridder Kevin Desmet Fatima Bouyidou aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
6.
Titel | Gemeentelijke opcentiemen op Onroerende voorheffing 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 17 stemmen voor bij 7 stemmen tegen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
Het huidige belastingreglement op opcentiemen op de onroerende voorheffing is geldig tot en met 2025 en moet hernieuwd worden.
Juridische gronden
● Art. 170 §4 Grondwet
● Art. 464/1, 1° Wetboek Inkomstenbelastingen (10/04/1992)
● Art. 40 en 41 Decreet Lokaal Bestuur
● Art. 2.1.4.0.2 en 3.1.0.0.4 Vlaamse Codex Fiscaliteit
● Art. 3.1.0.0.3 Besluit Vlaamse Codex Fiscaliteit
● Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en alle latere wijzigingen;
● De omzendbrief KB/ABB 2019/02 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit;
● Besluit gemeenteraad 19/12/2019 betreffende de opcentiemen op de onroerende voorheffing
Advies
- Positief advies door het Agentschap Binnenlands Bestuur op 22/10/2025
- Technische uitvoerbaarheid is aangevraagd aan Vlabel (Vlaamse Belastingdienst). Hier worden geen problemen voorzien aangezien er al een bevestiging is voor 4 andere gemeenten die het principe van differentiëring opcentiemen op onroerende voorheffing op basis van het KI toepassen.
Motivatie
Momenteel ligt het tarief van de opcentiemen op onroerende voorheffing voor Wemmel op 693 terwijl het Vlaams gemiddelde op 895 ligt en het gemiddelde van de omliggende gemeenten 850 bedraagt.
Vanaf aanslagjaar 2026 is het wenselijk om dit reglement aan te passen, gezien de mogelijkheid om een gedifferentieerd tarief voor de opcentiemen onroerende voorheffing toe te passen. De differentiatie wordt mogelijk gemaakt door het decreet van 15 mei 2018, dat artikel 41 van het decreet lokaal bestuur wijzigt, en het sinds 2019 toelaat een gedifferentieerd tarief voor de opcentiemen onroerende voorheffing toe te passen.
De gemeente streeft ernaar een beleid te voeren waar het aangenaam en veilig is om te wonen. Om tegemoet te komen aan de noden van burgers, dienen middelen gezocht te worden, die op een evenwichtige en herverdeelbare wijze en volgens de draagkracht van de belanghebbenden kunnen gevestigd worden.
Het uitgewerkte getrapte systeem van differentiatie is opgebouwd op basis van het belastbaar Kadastraal Inkomen (KI). Daardoor dragen de meest kapitaalkrachtigen, in termen van onroerend goed, in verhouding meer bij tot de noden van de samenleving waar ze de dienstverlening en infrastructuur van gebruiken.
Er wordt beslist om dit tarief te differentiëren gaande van 750 tot 850 opcentiemen in functie van de bebouwde oppervlakte. Het tarief van 750 opcentiemen zal gelden voor niet-geïndexeerd belastbaar KI kleiner dan € 2.000 waartoe 80% van de Wemmelse KI's behoort.
Dit is verantwoord uitgaande van het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen, waarbij de hoogte van het KI een indicatie inhoudt van de draagkracht van de belastingplichtigen.
In combinatie met deze differentiëring wordt beslist om het tarief voor de aanvullende personenbelasting te verlagen om zo een verschuiving van de belastingdruk te creëren van arbeid naar vermogen.
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-73000000 Opcentiemen op de onroerende voorheffing" ten bedrage van:
2026: € 10.274.064
2027: € 10.585.519,91
2028: € 10.884.948,85
2029: € 11.101.747,56
2030: € 11.322.882,26
2031: € 11.548.439,64
Besluit
Op de zitting wordt een amendement voorgesteld nl.:
Op basis van het "advies technische uitvoerbaarheid" dat ons werd bezorgd door de Vlaamse Belastingsdienst op 19/11/2025 (zie koppeling) wordt voorgesteld om in de formulering in de differentiatie "tot en met" te gebruiken in de plaats van "tot" zodat alle KI's inbegrepen zijn.
Dit amendement wordt goedgekeurd met 17 stemmen voor bij 7 stemmen tegen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet, Fatima Bouyidou).
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de gemeentelijke opcentiemen op onroerende voorheffing goed voor de periode 2026-2031.
Gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026-2031 worden ten bate van de gemeente opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.
Artikel 2
Het bedrag van de opcentiemen wordt als volgt vastgelegd op basis van de grootte van het niet-geïndexeerd kadastraal inkomen (KI):
- niet-geïndexeerd belastbaar KI kleiner dan €2.000,00: 750 opcentiemen
- niet-geïndexeerd belastbaar KI van €2.000,00 tot en met €3.999,00: 780 opcentiemen
- niet-geïndexeerd belastbaar KI van €4.000,00 tot en met €5.999,00 810 opcentiemen
- niet-geïndexeerd belastbaar KI vanaf €6.000,00 850 opcentiemen
Artikel 2
De vestiging en inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse belastingdienst.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Bernard Carpriau Walter Vansteenkiste Didier Noltincx Liv Crabbé Wies Herpol Veerle Haemers Gil Vandevoorde Raf De Visscher Roger Mertens Erwin Ollivier Dirk Vandervelden Cedric Caeymaex Isabelle Baele Laura Deneve Guido Schollen Marc Joseph Houda Khamal Arbit Arlette De Ridder Orhan Aydin Mireille Van Acker Fatima Bouyidou Géraldine Hermann Kevin Desmet Christian Andries aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
7.
Titel | Belasting op aanplakborden 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 17 stemmen voor bij 7 stemmen tegen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
Het belastingreglement op aanplakborden geldt tot en met het aanslagjaar 2025 en moet vernieuwd worden.
Juridische gronden
•Grondwet Art 41, 162 en 170 § 4
•Invorderingsdecreet van 30/5/2008 over de vestiging, de invordering en de geschillen van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
•Art. 40 en 41 Decreet Lokaal Bestuur van 22/12/2017 art. 40 en 41
•Gemeenteraadsbesluit van 16/12/2021 betreffende het belastingreglement op aanplakborden
Advies
/
Motivatie
Een overvloed aan reclameborden veroorzaakt visuele vervuiling in het straatbeeld. Om de omgeving niet verder te laten overstemmen door reclame wordt een belasting geheven.
In het kader van de algemene stijging van de prijzen, wordt beslist de huidige tarieven in 2026 te verhogen ter compensatie van de niet doorgevoerde indexering sinds 2022 en vanaf dan jaarlijks te indexeren.
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-73422000 Reclameborden" voor € 8.600 in 2026 met jaarlijkse verhoging van € 100 tot 2031.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op aanplakborden goed voor de periode 2026-2031.
Belastingreglement op aanplakborden 2026-2031
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1 - heffingstermijn
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting gevestigd op aanplakborden.
Artikel 2 - definities
Onder aanplakborden wordt verstaan elke constructie, in onverschillig welk materiaal, geplaatst langs de openbare weg, of op een plaats in open lucht die zichtbaar is vanaf de openbare weg, waarop reclame wordt aangebracht door aanplakking, vasthechting, schildering of door elk ander middel, met inbegrip van muren of gedeelten van muren en omheiningen die gehuurd of gebruikt worden om er een reclame op aan te brengen.
Artikel 3 - tarief
Het jaarlijks bedrag van de belasting wordt vastgesteld op €20,00 per vierkante meter of gedeelte van een vierkante meter nuttige oppervlakte van het bord. De nuttige oppervlakte is de oppervlakte die voor aanplakking kan worden gebruikt, met uitzondering van de omlijsting. Voor de muren is evenwel alleen dat gedeelte van de muur belastbaar dat werkelijk voor reclame wordt gebruikt.
Het bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. Dit bedrag wordt steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele bedrag.
Artikel 4 - belastingplichtige
Belastingschuldige is hoofdzakelijk de natuurlijke of rechtspersoon die beschikt over het recht om gebruik te maken van het aanplakbord en, in bijkomende orde, als de gebruiker onbekend is, de eigenaar van de grond of van de muur waarop zich het bord bevindt.
Artikel 5 - vrijstellingen
Worden van de belasting vrijgesteld :
● de borden bestemd voor het aanbrengen van aanplakbrieven die onderworpen zijn aan de reglementaire aanplakkingsrechten ten voordele van de concessionaris van de openbare aanplakdienst;
● de publiciteitsborden die uitsluitend gebruikt worden op een bepaalde plaats om aan het publiek de handel of de nijverheid te doen kennen die daar uitgebaat wordt, de merken van de producten die daar verkocht worden of vervaardigd worden, het beroep dat er uitgeoefend wordt en, in het algemeen, de activiteiten die er plaatshebben;
● de borden welke uitsluitend voorbehouden zijn voor een openbare dienst of voor een werk of organisme zonder winstoogmerk van menslievende, artistieke, letterkundige, wetenschappelijke aard of van openbaar nut.
Artikel 6 - aangifte
Artikel 6.1 - aangifteformulier
De belastingplichtige ontvangt een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde datum moet worden teruggestuurd aan het gemeentebestuur. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is ertoe gehouden, uiterlijk 30 september van het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen. De aangifte is jaarlijks en geeft de toestand weer zoals deze zich voordoet op 1 januari van het aanslagjaar. Deze toestand dient als basis voor de toepassing van artikel 3 en 4.
De aangifte kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - financiële dienst, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Artikel 6.2 - afschaffing of wijziging
Elke afschaffing of wijziging van de belastbare installaties moet binnen de vijftien dagen aan het gemeentebestuur betekend worden; dit geldt eveneens voor elke plaatsing van borden die op 1 januari niet bestonden.
De belasting is voor het hele jaar verschuldigd indien het bord vóór 1 juli wordt geplaatst. Ze wordt met de helft verminderd voor de borden die in de loop van het tweede semester worden geplaatst of die vóór 1 juli worden weggenomen.
Artikel 6.3 - ambtshalve inkohiering
Bij gebreke aan aangifte of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen. De ambtshalve ingekohierde belastingen worden verhoogd met het dubbel van de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 7 - wijze van invordering en betaling
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 8 - bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden moet zulks uitdrukkelijk vragen in het bezwaarschrift.
De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Roger Mertens Guido Schollen Cedric Caeymaex Didier Noltincx Isabelle Baele Erwin Ollivier Kevin Desmet Mireille Van Acker Walter Vansteenkiste Dirk Vandervelden Raf De Visscher Liv Crabbé Marc Joseph Veerle Haemers Fatima Bouyidou Laura Deneve Orhan Aydin Géraldine Hermann Wies Herpol Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Arlette De Ridder Gil Vandevoorde Christian Andries aantal voorstanders: 23 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
8.
Titel | Belasting bedeling publicitair drukwerk 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 23 stemmen voor bij 1 onthouding (Christian Andries)
|
Feiten en context
Het huidige belastingreglement op publicitair drukwerk is geldig tot en met aanslagjaar 2025 en moet hernieuwd worden.
Juridische gronden
•Grondwet Art. 41, 162 en 170§4
•Decreet Lokaal Bestuur van 22/12/2017 Art. 40 en 41
•Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
•Gemeenteraadsbesluit van 21/11/2024 betreffende het belastingreglement op de bedeling van publicitair drukwerk
Advies
/
Motivatie
Het verspreiden van reclamebladen en drukwerken verhoogt het volume van het papierafval en brengt bijkomende kosten van onder meer afhaling en verwerking met zich mee.
Het is verantwoord om met het houden van een belastingreglement de kosten te financieren en de overlast zoveel mogelijk te beperken.
Het onderscheid tussen niet-geadresseerd en geadresseerd reclamedrukwerk is verantwoord. Niet-geadresseerd reclamedrukwerk wordt in alle brievenbussen gedeponeerd zonder dat de bestemmelingen hierom hebben gevraagd; geadresseerd drukwerk wordt selectief verspreid en komt slechts in een aantal brievenbussen terecht. De vervuiling voor deze laatste is bijgevolg kleiner.
In het kader van de algemene stijging van de prijzen, wordt beslist de geldende tarieven voor 2026 te verhogen ter compensatie van de niet doorgevoerde indexering sinds 2020 en vanaf dan jaarlijks te indexeren.
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-73424000 verspreiding kosteloos reclamedrukwerk" voor de volgende bedragen:
2026 € 173.500
2027 € 177.000
2028 € 180.500
2029 € 184.000
2030 € 187.500
2031 € 190.000
Besluit
Enig artikel
De Gemeenteraad keurt het belastingreglement op publicitair drukwerk goed voor de periode 2026-2031.
Belastingreglement op de bedeling van publicitair drukwerk
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1 - heffingstermijn
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031een belasting gevestigd op de bedeling aan huis van publiciteitsbladen en - kaarten, alsook van catalogi en kranten, wanneer die drukwerken niet voorzien zijn van een adres. Hier wordt uitsluitend de bedeling bedoeld die kosteloos is voor de bestemmelingen.
Artikel 2 - definities
Als niet-geadresseerd wordt beschouwd ieder reclameblad of drukwerk dat niet wordt besteld in een omslag met vermelding van de naam en het adres van de bestemmeling en dat niet op onuitwisbare manier de naam en het adres van de bestemmeling vermeldt.
Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.
Artikel 3 - belastingplichtige
De belastingplichtige doet aangifte van de verspreiding van zijn reclamedrukwerk overeenkomstig de bepalingen van artikel 6.
De belasting is verschuldigd door de verantwoordelijke uitgever.
Wanneer de verantwoordelijke uitgever geen aangifte heeft gedaan overeenkomstig artikel 6, niet gekend is, of in staat van onvermogen verkeert, is de belasting solidair en ondeelbaar verschuldigd door de genieter onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het niet geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product wordt verspreid, de drukker of de verdeler van het reclamedrukwerk.
Wanneer de verantwoordelijke uitgever in het buitenland is gevestigd, is de belasting verschuldigd door de Belgische vestiging van de verantwoordelijke uitgever. Als er geen Belgische vestiging is, is de belasting solidair en ondeelbaar verschuldigd door de genieter onder wiens naam, logo of embleem het niet geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product wordt verspreid, de drukker of de verdeler van het reclamedrukwerk.
De drukker, de verdeler en de genieter (natuurlijk of rechtspersoon) onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het niet geadresseerde drukwerk of gelijkgesteld product wordt verspreid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. Daarom zal de gemeente de betaling van de belastingschuld kunnen vorderen bij een van deze schuldenaars zonder onderscheid en voorrangsregeling.
Artikel 4 - tarief
De tarieven bedragen:
● 0,030 euro per verspreid exemplaar beperkt tot eenbladig drukwerk.
● 0,080 euro per verspreid exemplaar en voor alle andere exemplaren.
Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. De bedragen worden steeds afgerond tot op 3 cijfers na de komma.
Artikel 5 - vrijstellingen
Worden vrijgesteld van die belasting :
● publicaties die bedeeld worden door de openbare diensten;
● publicaties die uitgegeven worden door politieke, filosofische, filantropische, culturele en sportieve verenigingen;
Artikel 6 - aangifte
Artikel 6.1 - aangifteformulier
§1. Vóór iedere bedeling moet iedere belastingplichtige bij het gemeentebestuur een aangifte indienen binnen de 14 dagen na de verspreiding met alle inlichtingen die nodig zijn voor de belasting.
De aangifte kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - financiële dienst, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
§2. Voor de periodieke bedelingen mag de aangifte op voorhand gedaan worden voor een periode van hoogstens één maand.
Artikel 6.2 - ambtshalve aangifte
Bij gebreke aan aangifte of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen. De ambtshalve ingekohierde belastingen worden verhoogd met het dubbel van de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 7 - opeisbaarheid
De datum van eisbaarheid wordt vastgesteld ofwel op de dag van de bedeling - in het geval van niet periodieke bedelingen - ofwel op de laatste dag van de periode die bestreken wordt door de in artikel 6 bedoelde aangifte.
Artikel 8 - wijze van invordering en betaaltermijn
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9 - Bezwaar
§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§3. Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● door middel van het formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
9.
Titel | Belasting op brandstofdistributieapparaten 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
Het belastingreglement op brandstofdistributieapparaten is geldig tot en met het aanslagjaar 2025 en moet vernieuwd worden.
Juridische gronden
•Grondwet Art 41, 162 en 170 §4
•Decreet van 30/5/2008 over de vestiging, de invordering en de geschillen van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
•Art. 40 en 41 Decreet Lokaal Bestuur van 22/12/2017 art. 40 en 41
•Gemeenteraadsbesluit van 16/12/2021 betreffende het belastingreglement op brandstofdistributieapparaten
Advies
/
Motivatie
Brandstofdistributieapparaten veroorzaken voor de gemeente bijkomende uitgaven inzake mobiliteit, infrastructuur, wegennet, netheid en veiligheid. Deze apparaten dragen evenwel niet bij tot deze bijkomende uitgaven. Het is dan ook billijk een deel van de kosten te financieren via behoud van het huidige reglement.
In het kader van de algemene stijging van de prijzen, worden de tarieven voor 2026 verhoogd in lijn met de niet doorgevoerde indexering sinds 2022 en vanaf dan jaarlijks geïndexeerd.
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-73605000 Benzine-, olie-persdrukpompen" voor € 5.100 in 2026 met jaarlijkse verhoging van € 100 tot 2031.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op brandstofdistributieapparaten goed voor de periode 2026-2031.
Belastingreglement op brandstofdistributieapparaten
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1 - heffingstermijn
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031een jaarlijkse belasting gevestigd op de brandstofdistributieapparaten.
Artikel 2 - belastbare grondslag
De belasting is verschuldigd op de brandstofdistributieapparaten die zich bevinden op de openbare weg of op privaat terrein langs de openbare weg.
Artikel 3 - tarief
Artikel 3.1 - jaarlijks tarief
Het jaarlijks bedrag van de belasting per toestel wordt vastgesteld op :
● € 500,00 voor de vaste toestellen
● € 250,00 voor de verplaatsbare toestellen.
Wanneer verschillende brandstofdistributieapparaten onder eenzelfde omhulsel worden samengevoegd of samengebracht, is de belasting voor elk apparaat verschuldigd.
Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. De bedragen worden steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele bedrag.
Artikel 3.2 - installatie in de loop van het jaar
Voor de toestellen die in de loop van het jaar worden geïnstalleerd, wordt de belasting berekend in overeenstemming met het aantal maanden installatie. Elke begonnen maand is volledig verschuldigd. Dezelfde regel is van toepassing voor de afgeschafte en niet vervangen toestellen.
Artikel 4 - belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het toestel. De houder van het toestel wordt, behoudens bewijs van het tegendeel, als dusdanig beschouwd.
Artikel 5 - aangifte
Artikel 5.1 - geldige aangifte
De eigenaar van belastbare toestellen is verplicht deze bij het gemeentebestuur aan te geven, met aanduiding van de aard en het aantal ervan. De belastingplichtige ontvangt een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde datum moet worden teruggestuurd aan het gemeentebestuur.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is ertoe gehouden, uiterlijk 30 september van het aanslagjaar, aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
De aangifte kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - financiële dienst, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Artikel 5.2 - onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte
Bij gebreke aan aangifte of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen. De ambtshalve ingekohierde belastingen worden verhoogd met het dubbel van de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 6 - wijze van invordering en betaling
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 7 - vrijstelling
De belasting is niet verschuldigd voor toestellen die niet toegankelijk zijn voor het publiek of die opgesteld zijn in garages of gelijkaardige instellingen en die van buiten uit niet zichtbaar zijn, noch aangekondigd worden.
Artikel 8 - bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
10.
Titel | Belastingreglement op het weghalen en bewaren van goederen gevonden op de openbare weg of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
Het huidige belastingreglement op het weghalen en bewaren van goederen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting is geldig tot en met aanslagjaar 2025 en dient vernieuwd te worden.
Juridische gronden
• Grondwet Art 41, 162 en 170 § 4
• Wet van 4/2/2020 houdende boek 3 "Goederen" van het Burgerlijk Wetboek
• Invorderingsdecreet van 30/5/2008 over de vestiging, de invordering en de geschillen van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
• Decreet Lokaal Bestuur van 22/12/2017 Art. 40 en 41
• Gemeenteraadsbesluit van 16/12/2021 betreffende de belasting op het weghalen en bewaren van goederen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting
Advies
/
Motivatie
Voor het afhandelen van verloren en achtergelaten voorwerpen zijn gemeenten verplicht zich te houden aan de specifieke regelgeving terzake (Wet van 4/2/2020 houdende boek 3 "Goederen" van het Burgerlijk Wetboek). Dit brengt een aantal rechten en plichten mee voor de gemeente.
De gemeente bezit, mits het respecteren van bepaalde voorwaarden, het retentierecht zolang de eigenaar de verplichting tot vergoeding van de redelijke kosten van bewaring, behoud en opsporing niet heeft nagekomen. Deze vergoedingen worden vastgelegd in het huidige belastingreglement.
In het kader van de algemene stijging van de prijzen, wordt beslist de huidige tarieven voor 2026 te verhogen ter compensatie van de niet doorgevoerde indexering sinds 2020 en vanaf dan jaarlijks te indexeren.
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-73140010 Weghalen, bewaren in beslag genomen goederen" voor volgende bedragen:
2026: € 3.000,00
2027: € 3.060,00
2028: € 3.120,00
2029: € 3.200,00
2030: € 3.280,00
2031: € 3.350,00
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op het weghalen en bewaren van goederen gevonden op de openbare weg of goederen op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting goed voor de periode 2026-2031.
Belasting op het weghalen en bewaren van goederen gevonden op de openbare weg of goederen op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1 - heffingstermijn
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt er een belasting gevestigd op het weghalen en bewaren door de gemeente van goederen overeenkomstig de wet van 4 februari 2020 houdende boek 3 "Goederen" van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot:
● gevonden op de openbare weg en/of aan het bestuur afgegeven
● op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting
Artikel 2 - belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de opgehaalde goederen.
Artikel 3 - tarief
De eigenaar van de weg te halen goederen is een belasting van € 95,00 verschuldigd, te vermeerderen met :
§1 De kosten van ophaling,
● ingezet personeel : € 65,00 per personeelslid en per begonnen uur. Het tarief wordt verhoogd met 50% voor prestaties uitgevoerd tussen 22u - 6u en met 100% op een zondag of wettelijke feestdag.
● ingezet rollend materieel: € 40,00 per rollend materieel en per begonnen uur
§2 De kosten voor opslag, als volgt berekend :
● € 0,60 /m³ en per dag voor alle opgeslagen goederen tussen ophaling door de gemeente en terugname van het goed door de eigenaar
§3 De stortkosten aan de op het moment van de storting geldende verwerkingsprijs.
Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. De bedragen worden steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal (§1) of tot op 1 cijfer na de komma (§2).
Artikel 4 - wijze van invordering
De belasting moet door de eigenaar voor terugname van het goed contant betaald worden, tegen afgifte van een ontvangstbewijs. Bij gebreke aan betaling wordt deze belasting een kohierbelasting. De belasting wordt dan ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 5 - bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden moet zulks uitdrukkelijk vragen in het bezwaarschrift.
De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan
28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Liv Crabbé Roger Mertens Dirk Vandervelden Wies Herpol Veerle Haemers Guido Schollen Marc Joseph Laura Deneve Raf De Visscher Isabelle Baele Cedric Caeymaex Gil Vandevoorde Bernard Carpriau Erwin Ollivier Walter Vansteenkiste Didier Noltincx Houda Khamal Arbit Géraldine Hermann Christian Andries Orhan Aydin Mireille Van Acker Fatima Bouyidou Kevin Desmet Arlette De Ridder aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
11.
Titel | Belasting op lichtreclame 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 17 stemmen voor bij 7 stemmen tegen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
Het huidige belastingreglement op lichtreclame is geldig tot en met 2025 en moet vernieuwd worden.
Juridische gronden
• Grondwet Art 41, 162 en 170 § 4
• Invorderingsdecreet van 30/5/2008 over de vestiging, de invordering en de geschillen van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
• Decreet Lokaal Bestuur van 22/12/2017 Art. 40 en 41
• Gemeenteraadsbesluit van 16/12/2021 betreffende het belastingreglement op lichtreclame
Advies
/
Motivatie
Reclameverlichting is een belangrijke veroorzaker van lichtvervuiling. De gemeentelijke omgeving wordt overschaduwd door tal van lichtreclames. Deze hebben een negatieve impact op de uitzicht van onze gemeente. Door deze visuele vervuiling voortgebracht door verlichte reclames en uithangborden is het heffen van een belasting verantwoord.
In het kader van de algemene stijging van de prijzen, wordt beslist de tarieven voor 2026 te verhogen in lijn met de niet doorgevoerde indexering sinds 2022 en vanaf dan jaarlijks te indexeren.
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-73423000 Lichtreclames" voor €26.500 in 2026 met jaarlijkse verhoging van € 500 tot 2031.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op lichtreclame goed voor de periode 2026-2031.
Belastingreglement op lichtreclame 2026-2031
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1 - heffingstermijn
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031een jaarlijkse en directe belasting gevestigd op de lichtreclames en reclames door lichtprojecties.
Artikel 2 - definities
Artikel 2.1 - lichtreclames
Onder lichtreclames verstaat men : deze welke bestaan uit elementen die zelf licht uitstralen.
Artikel 2.2 - reclames door lichtprojecties
Onder reclames door lichtprojecties verstaat men : deze welke door projectie van lichtstralen op een scherm verwezenlijkt worden.
Artikel 3 - vrijstellingen
Vallen niet onder toepassing van deze belasting :
● de lichtreclames die zich beperken tot naam en hoedanigheid van ter plaatse gevestigde handelszaken, voor zover zij 20 dm² niet overtreffen.
● de lichtreclames toebehorend aan publiekrechterlijke rechtspersonen, verenigingen zonder winstoogmerk en instellingen van openbaar nut.
Artikel 4 - tarief
Artikel 4.1
Het bedrag van de belasting wordt, per vierkante meter of gedeelte van een vierkante meter, vastgesteld op €50,00 voor de lichtgevende uithangborden, lichtreclames of de reclames door lichtprojecties.
Artikel 4.2
De lichtgevende binten, die geen geheel uitmaken met het uithangbord, worden belast niet naar rato van de oppervlakte welke zij begrenzen, maar naar rato van de lengte en dit tegen een bedrag van €0,35per lopende meter.
Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. De bedragen worden steeds afgerond tot het dichtstbijzijnde gehele bedrag (bedrag in art 4.1) of tot op twee cijfers na de komma (bedrag in art 4.2).
Artikel 5 - belastbare grondslag
De belastbare oppervlakte wordt als volgt berekend:
● indien het gaat over één enkele oppervlakte : naar rato van de afmetingen van het dispositief dat de reclame omvat en, indien het gaat om een onregelmatige meetkundige figuur, naar rato van de kleinste regelmatige meetkundige figuur waarin het dispositief kan gevat worden;
● indien de reclame meerdere zijden bevat, wordt de belasting berekend op basis van de totale oppervlakte van alle zijden die tegelijkertijd of achtereenvolgens zichtbaar zijn;
● indien de reclame zelf gevormd wordt door een volume, wordt de oppervlakte ervan forfaitair geacht het driedubbele te zijn van het product van de hoogte met de grootste breedte ervan;
● indien het dispositief van een apparaat de achtereenvolgende voorstelling of projectie toelaat van verschillende teksten of afbeeldingen, wordt de belasting zoveel maal ingevorderd als er verschillende voorstellingen of projecties zijn.
Elk belastbaar voorwerp wordt afzonderlijk beschouwd.
Artikel 6 - belastingplichtige
De belasting is verschuldigd :
● voor de reclame die als dusdanig bedoeld zijn, door de persoon die de activiteit uitoefent waarop het belastbaar voorwerp betrekking heeft ;
● voor de lichtreclames of de reclames door lichtprojecties die niet als uithangbord worden gebruikt, door de eigenaar ervan.
In beide gevallen is de belasting solidair verschuldigd door de eigenaar van het gebouw.
Artikel 7 - kortingen
De belasting is in haar geheel en voor het ganse jaar verschuldigd. Zij wordt nochtans met de helft verminderd :
● wanneer het uithangbord, de aanplakbrief of de reclame slechts na 30 juni van het aanslagjaar aangebracht wordt ;
● ingeval de belastbare materie verdwijnt vóór 1 juli van het betrokken aanslagjaar.
Artikel 8 - aangifte
Artikel 8.1
De belastingplichtige is verplicht een aangifte in te dienen bij het gemeentebestuur, met aanduiding van alle nodige gegevens. De belastingplichtige ontvangt een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, vóór de erin vermelde datum moet worden teruggestuurd aan het gemeentebestuur.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is ertoe gehouden aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
De aangifte kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - financiële dienst, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Artikel 8.2
De personen die in de loop van het aanslagjaar belastbaar worden en die waarvan de belastinggrondslag vermeerdert, moeten dit binnen een maand ter kennis brengen.
Artikel 8.3
Bij gebreke aan aangifte of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen. De ambtshalve ingekohierde belastingen worden verhoogd met het dubbel van de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 9 - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10 - bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting en de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen.
De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Isabelle Baele Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Roger Mertens Marc Joseph Veerle Haemers Raf De Visscher Liv Crabbé Cedric Caeymaex Laura Deneve Didier Noltincx Wies Herpol Gil Vandevoorde Walter Vansteenkiste Erwin Ollivier Guido Schollen Dirk Vandervelden Géraldine Hermann Orhan Aydin Mireille Van Acker Christian Andries Kevin Desmet Fatima Bouyidou Arlette De Ridder aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
12.
Titel | Belasting op parkeerplaatsen 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 17 stemmen voor bij 7 stemmen tegen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
Het belastingreglement op parkeerplaatsen is geldig tot en met aanslagjaar 2025 en moet hernieuwd worden.
Juridische gronden
● Art 41, 162 en 170 § 4 Grondwet
● Decreet over de vestiging, de invordering en de geschillen van provincie- en gemeentebelastingen (30/05/2008)
● Art. 40 en 41 Decreet Lokaal Bestuur
● Besluit gemeenteraad 19/12/2019 betreffende het belastingreglement op parkeerplaatsen
Advies
/
Motivatie
(Toenemende) parkeerplaatsen brengen extra mobiliteitsproblemen met zich mee. Parkeerplaatsen hebben ook als gevolg dat de schaarse en kostbare ruimte beperkt wordt.
Het is daarom verantwoord hiervoor een belasting te heffen.
In het kader van de algemene stijging van de prijzen, wordt beslist de tarieven voor 2026 te verhogen ter compensatie van de niet doorgevoerde indexering sinds 2020 en vanaf dan jaarlijks te indexeren.
Door in artikel 9 "bezwaar" te verwijzen naar het invorderingsdecreet van 30/05/2008 mogen de specifieke bepalingen geschrapt worden.
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-73611000 Parkeerplaatsen" voor € 57.000 in 2026 met jaarlijkse verhoging van € 1.000 tot 2031.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op parkeerplaatsen goed voor de periode 2026-2031.
Belastingreglement op parkeerplaatsen
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1 - heffingstermijn
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting gevestigd op parkeerplaatsen.
Artikel 2 - definities
Worden als parkeerplaats beschouwd : elke plaats gesitueerd in openlucht op een privaat onroerend goed waarop een voertuig kan gestald worden. Als parkeerplaats wordt beschouwd elke afgebakende plaats, of bij gebreke hieraan elke oppervlakte van 12,5 m² ingericht of gebruikt voor stalling of parkeren van voertuigen, met uitzondering van de ruimten ingericht als oprit of toegang tot een overdekte parkeerplaats of garage.
Artikel 3 - belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door iedere natuurlijke of rechtspersoon die de parkeerplaatsen ter beschikking stelt in de zin van het artikel 2 van het reglement. In geval van meerdere belastingplichtigen zijn zij hoofdelijk gebonden tot de betaling van de belasting.
Artikel 4 - belastbare grondslag
De belasting is verschuldigd per aanslagplaats voor het hele aanslagjaar welke ook de datum van aanvang of de datum van stopzetting van de ter beschikking stelling is.
Artikel 5 - tarief
Artikel 5.1 - basistarief
De belasting wordt vastgesteld op € 50,00 per parkeerplaats.
Artikel 5.2 - korting
Het tarief wordt herleid naar € 40,00voor parkeerplaatsen aangelegd met waterdoorlatende materialen of uitgerust met een buffering en/of infiltratiesysteem bij een niet-doorlatend verhard oppervlak.
Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. De bedragen worden steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele bedrag.
Artikel 6 - vrijstellingen
Zijn vrijgesteld van de belasting:
● minder dan 3 parkeerplaatsen;
● parkeerplaatsen gereserveerd voor gehandicapten;
● parkeerplaatsen welke ten dienste staan van de erediensten, de gesubsidieerde onderwijsinstellingen, de ziekenhuizen, de klinieken, de poliklinieken, de dispensaria, erkende rusthuizen, de culturele centra en weldadigheidswerken met uitzondering van de parkeerruimten gebruikt in het kader van winstgevende of handelspraktijken;
● parkeerplaatsen welke ten dienste staan van de kantoren bezet door openbare rechtspersonen met uitzondering van de parkeerruimten gebruikt in het kader van winstgevende of handelspraktijken.
Artikel 7 - aangifte
Artikel 7.1 - aangifte
De belastingplichtige is verplicht deze bij het gemeentebestuur aan te geven. De belastingplichtige ontvangt een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor 31 maart van het aanslagjaar moet worden teruggestuurd aan het gemeentebestuur.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is ertoe gehouden uiterlijk op 31 maart van het aanslagjaar aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
De aangifte kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - financiële dienst, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Artikel 7.2 - gebrek aan, onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte
Bij gebreke aan aangifte of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen. De ambtshalve ingekohierde belastingen worden verhoogd met het dubbel van de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 8 - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9 - bezwaar
§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting en de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§3. Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Wies Herpol Didier Noltincx Houda Khamal Arbit Dirk Vandervelden Raf De Visscher Roger Mertens Cedric Caeymaex Walter Vansteenkiste Guido Schollen Bernard Carpriau Gil Vandevoorde Laura Deneve Erwin Ollivier Marc Joseph Liv Crabbé Veerle Haemers Isabelle Baele Kevin Desmet Géraldine Hermann Mireille Van Acker Orhan Aydin Fatima Bouyidou Arlette De Ridder Christian Andries aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
13.
Titel | Belasting op wegwijzers naar bedrijven en instellingen 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 17 stemmen voor bij 7 stemmen tegen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
Het belastingreglement op wegwijzers naar bedrijven en instellingen is geldig tot en met het aanslagjaar 2025 en moet hernieuwd worden.
Juridische gronden
● Art 41, 162 en 170 § 4 Grondwet
● Invorderingsdecreet van 30/05/2008 over de vestiging, de invordering en de geschillen van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
● Art. 40 en 41 Decreet Lokaal Bestuur
● Besluit gemeenteraad 19/12/2019 betreffende het belastingreglement op wegwijzers naar bedrijven en instellingen
Advies
/
Motivatie
Een wildgroei van wegwijzers naar bedrijven en instellingen creëert een negatieve impact op het esthetisch karakter van de gemeente. Via een belastingreglement wordt de wildgroei tegen gegaan doordat er gewaakt wordt over het aantal wegwijzers en de uniformiteit ervan.
In het kader van de algemene stijging van de prijzen, wordt beslist het tarief voor 2026 te verhogen ter compensatie van de niet doorgevoerde indexering sinds 2020 en vanaf dan jaarlijks te indexeren.
Door in artikel 8 "bezwaar" te verwijzen naar het invorderingsdecreet van 30/05/2008 mogen de specifieke bepalingen geschrapt worden.
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-73426000 Privé-wegwijzers" voor € 2.040 in 2026 met jaarlijkse verhoging van € 40 tot 2031.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op wegwijzers naar bedrijven en instellingen goed voor de periode 2026-2031.
Belastingreglement op wegwijzers naar bedrijven en instellingen voor de periode 2026-2031
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1 - heffingstermijn
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijks belasting gevestigd op de wegwijzers geplaatst op verzoek van bedrijven en instellingen.
Artikel 2 - belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door het bedrijf of de instelling op wiens verzoek de wegwijzers werden geplaatst indien de verzoeker een rechtspersoon is, of door de exploitant indien het bedrijf of instelling geen rechtspersoon is.
Artikel 3 - vrijstelling
De belasting is niet verschuldigd voor wegwijzers geplaatst op het terrein zelf van het bedrijf of van
de instelling.
Artikel 4 - tarief
De jaarlijkse belasting wordt vastgesteld op € 90,00 per wegwijzer en wordt beperkt tot 4 wegwijzers.
Dit tarief wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. Het bedrag wordt steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele bedrag.
Artikel 5 - aangifte
Artikel 5.1 - jaarlijkse aangifte
De belastingplichtige is verplicht jaarlijks bij het gemeentebestuur aangifte te doen van de op zijn verzoek geplaatste wegwijzers op een door het college van burgemeester en schepenen vastgelegd formulier. Deze aangifte moet ingediend worden voor 31 januari van het aanslagjaar.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is gehouden uiterlijk op 31 januari van het aanslagjaar , aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
De aangifte kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - financiële dienst, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Artikel 5.2 - gebrek aan, onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte
Bij gebrek aan aangifte binnen de in het voorgaand artikel gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen. De ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag kan slechts geldig worden ingekohierd gedurende een periode van drie jaar volgend op 1 januari van het aanslagjaar. Deze termijn wordt met twee jaar verlengd bij overtreding van de belastingverordening met het oogmerk te bedriegen of met de bedoeling schade te berokkenen. De ambtshalve ingekohierde belastingen worden verhoogd met het dubbel van de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 6 - verwijderen wegwijzers
Indien de tussenkomst van de strafrechtbank noodzakelijk is, heeft het college van burgemeester en schepenen het recht de wegwijzers die het voorwerp uitmaken van het geding ambtshalve te laten verwijderen en dit op kosten van de in gebreke blijvende belastingplichtige.
Artikel 7 - wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
De invordering gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Artikel 8 - bezwaar
§1. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting en de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
§3. Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
14.
Titel | Retributiereglement voor deelname aan activiteiten ingericht onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Uitgesteld |
Dit punt werd uitgesteld naar een andere zitting.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Roger Mertens Christian Andries Erwin Ollivier Kevin Desmet Isabelle Baele Géraldine Hermann Walter Vansteenkiste Fatima Bouyidou Guido Schollen Liv Crabbé Arlette De Ridder Wies Herpol Veerle Haemers Raf De Visscher Dirk Vandervelden Bernard Carpriau Houda Khamal Arbit Gil Vandevoorde Didier Noltincx Cedric Caeymaex Marc Joseph Laura Deneve Orhan Aydin Mireille Van Acker aantal voorstanders: 23 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
15.
Titel | Retributie uitvoeren werken ten laste van derden 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 23 stemmen voor bij 1 onthouding (Mireille Van Acker)
|
Feiten en context
Het retributiereglement op het uitvoeren van werken ten laste van derden is geldig tot en met 31/12/2025 en moet verlengd worden.
Juridische gronden
● Art. 41, 162 en 170§4 Grondwet
● Art. 40 en 41 Decreet Lokaal Bestuur
● Beslissing gemeenteraad 19/12/2019 betreffende het retributiereglement voor het uitvoeren van werken ten laste van derden
Advies
/
Motivatie
Soms moeten er werken uitgevoerd worden voor derden naar aanleiding van het ambtshalve opkuisen van terreinen, het verwijderen van verloren voorwerpen op het openbaar domein, enz. Voor het uitvoeren van deze werken worden billijke tarieven bepaald.
In het kader van de algemene stijging van de prijzen, wordt beslist de huidige tarieven voor 2026 te verhogen ter compensatie van de niet doorgevoerde indexering sinds 2020 en vanaf dan jaarlijks te indexeren.
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0680-00-70038003 Ambtshalve opkuis" voor € 5.000 in 2026 met jaarlijkse verhoging van € 100 tot 2031.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor het uitvoeren van werken ten laste van derden
goed voor de periode 2026-2031.
Retributiereglement voor het uitvoeren van werken ten laste van derden
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1 - termijn
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt er een retributie geheven voor het uitvoeren van werken ten laste van derden door de gemeente.
Artikel 2 - tarieven
§1. De kosten voor het uitvoeren van deze werken worden als volgt berekend
● ingezet personeel : € 65,00 per personeelslid en per begonnen uur. Het tarief wordt verhoogd met 50% voor prestaties uitgevoerd tussen 22u - 6u en met 100% op een zondag of wettelijke feestdag.
● ingezet rollend materieel : € 40,00 per rollend materieel en per begonnen uur
● administratiekosten : € 65,0 forfaitair
§2. De kosten voor opslag worden als volgt berekend :
€ 0,60 /m³ en per dag voor alle opgeslagen goederen tussen ophaling door de gemeente en terugname van het goed door de eigenaar.
§3. De stortkosten aan de op het moment van de storting geldende verwerkingsprijs.
§4. De kosten die betaald werden aan een derde die in opdracht van de gemeente deze werken uitvoerde.
Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. De bedragen worden steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal (art 2 §1) of tot op 1 cijfer na de komma (art 2 §2).
Artikel 3 - verschuldigde
§1. De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de noodzakelijke werken.
§2. Indien deze persoon niet gekend is, wordt de retributie ambtshalve gevestigd ten laste van de eigenaar(s) van het perceel waar de werken worden uitgevoerd. Allen zijn hoofdelijk gehouden tot het betalen van de retributie.
Artikel 4 - betalingsvoorwaarden
§1. De retributie is invorderbaar onmiddellijk na de uitvoering van de werken en opmaak van de invorderingsstaat. Betalingen gebeuren per overschrijving na ontvangst van de factuur per mail of op papier. Betwisting van de factuur kan tot aan de vervaldatum.
§2. In geval van niet-betaling van de factuur op de vervaldatum wordt een herinneringsbrief opgestuurd. Indien hieraan geen gevolg wordt gegeven, wordt een schriftelijke aangetekende brief met vraag tot betaling gezonden. Wanneer deze tweede aanmaning vereist is, wordt een administratiekost aangerekend van €20. Bij niet betaling van de factuur na aangetekend schrijven volgt de invordering via dwangbevel overeenkomstig artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Guido Schollen Gil Vandevoorde Raf De Visscher Cedric Caeymaex Roger Mertens Bernard Carpriau Liv Crabbé Veerle Haemers Dirk Vandervelden Laura Deneve Walter Vansteenkiste Didier Noltincx Marc Joseph Houda Khamal Arbit Erwin Ollivier Isabelle Baele Wies Herpol Fatima Bouyidou Kevin Desmet Orhan Aydin Mireille Van Acker Christian Andries Géraldine Hermann Arlette De Ridder aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
16.
Titel | Belasting op inname openbaar domein 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 17 stemmen voor bij 7 stemmen tegen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
Het huidige belastingreglement op inname openbaar domein is geldig tot 31/12/2025 en moet verlengd worden.
Juridische gronden
•Grondwet Art. 170 §4;
•Decreet lokaal bestuur van 22/12/2017 Art. 40 en 41
•Invorderingsdecreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
•Gemeenteraadsbesluit van 16/12/2021 betreffende het belastingreglement op de inname openbaar domein
Advies
/
Motivatie
De inname van het openbaar domein zorgt voor overlast bij de weggebruikers en de mobiliteit in het algemeen. Omdat er daardoor tijdelijk een gewijzigde verkeerssituatie ontstaat, dient hiervoor door de gemeente de nodige signalisatie aangebracht te worden. Diegenen die een tijdelijk exclusief recht op het gebruik van de openbare ruimte wensen moeten hiervoor dan ook een billijke vergoeding betalen.
In het kader van een betere handhaving van de verplichte aanvraag tot inname, wordt beslist om een ambtshalve verhoging toe te passen op belastingplichtigen die hun aanvraag niet of niet tijdig aangevraagd hebben. Deze ambtshalve heffing wordt verhoogd met het dubbel van de verschuldigde belasting.
In het kader van de algemene stijging van de prijzen, wordt beslist de tarieven voor 2026 te verhogen ter compensatie van de niet doorgevoerde indexering sinds 2022 en vanaf dan jaarlijks te indexeren.
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-73610000 Andere inname openbaar domein" voor € 92.000 in 2026 met jaarlijkse verhoging van € 2.000 tot 2031.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op inname openbaar domein goed voor de periode 2026-2031.
Belastingreglement op inname openbaar domein
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie: 01/12/2025
Artikel 1: Voorwerp
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting gevestigd op het privaat in gebruik nemen van het openbaar domein. Voor de toepassing van dit reglement verstaat men onder "openbaar domein":
● de openbare weg, met inbegrip van de bermen, voetpaden en de ruimten aangelegd als
aanhorigheden van de verkeerswegen en voornamelijk bestemd voor het parkeren van
voertuigen; de berm is de ruimte of het gedeelte van de weg dat niet in de rijweg begrepen
is. De openbare weg is dat gedeelte van het gemeentelijk grondgebied dat in hoofdorde
bestemd is voor het verkeer van personen of voertuigen en voor iedereen toegankelijk is
binnen de bij wetten, besluiten en reglementen bepaalde perken. Het omvat tevens, binnen
dezelfde perken, de installaties voor het vervoer en de bedeling van goederen, energie en
signalen.
● de parken, openbare tuinen, pleinen en speelterreinen.
Artikel 2: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de vergunning en bij ontstentenis ervan de eigenaar van het onroerend goed.
Artikel 3: Tarief
§1. De belasting wordt als volgt vastgesteld en geldt per aanvraag:
- Voor het plaatsen van verkeersborden E1 (=parkeerverbod): € 55,00 forfaitair
- Voor de inname van de openbare ruimte: € 20,00/dag
§2.Voor een verlenging van een lopende inname wordt een administratieve kost aangerekend van € 25.
§3. Bij gebrek aan aangifte zoals vermeld in artikel 6 of bij laattijdige aangifte, wordt de belasting ambtshalve geheven. De ambtshalve heffing wordt verhoogd met het dubbel van het verschuldigde tarief zoals bepaald in §1.
Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. De bedragen worden steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele bedrag.
Artikel 4: Afmetingen
§1. De bezetting van het openbaar domein wordt beperkt tot een straatlengte van 30m. De breedte kan nooit een weghelft overtreden, noch een overblijvende breedte laten die minder is dan 3m.
§2. Van deze afmetingen kan worden afgeweken na toelating van het college van burgemeester en schepenen en mits gemotiveerd verzoek.
Artikel 5: Vrijstellingen
Van de belasting op het gebruik van het openbaar domein zijn vrijgesteld:
● De ingebruikname die is toegestaan krachtens een contract
● De nutsmaatschappijen
● De veiligheidsdiensten
● De erkende maatschappijen voor sociale woningbouw voor de bouw van sociale woningen. De socioculturele en sportieve organisaties of verenigingen voor zover de evenementen op de openbare ruimte voorafgaandelijk werden toegestaan door het college van burgemeester en schepenen
● De uitvoerende werken aan gebouwen van openbare diensten
Artikel 6: Aangifteverplichting
§1. De aangifte tot inname van openbaar domein dient ten minste 5 werkdagen voor de geplande inname aangevraagd te worden. De aangifte vermeldt alle elementen die noodzakelijk zijn voor het berekenen van de belasting.
§2. De aanvraag kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
● via het loket financiën, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
§3. Een verlenging moet minstens 1 werkdag voor de vervaldag van de lopende periode van een reeds toegekende inname aangevraagd worden zoals beschreven in artikel 6 §2.
§4. De belastingplichtige die de termijn van de inname wenst in te korten, is gehouden - uiterlijk de dag na het ophouden van de inname - hiervan aangifte te doen bij het gemeentebestuur. Het vroegtijdig beëindigen van de inname kan pas aanvaard worden vanaf het moment dat dit aan het gemeentebestuur wordt medegedeeld. In het andere geval zal de belasting verschuldigd zijn voor de periode waarvoor aangifte werd.
§5. Een uitbreiding van een reeds toegekende inname wordt beschouwd als een nieuwe aanvraag en dient aangevraagd te worden zoals beschreven in art 6 §1 en §2.
Artikel 7: Betalingswijze
§1.De contantbelasting wordt via overschrijving op de rekening van het gemeentebestuur gestort of contant ingevorderd tegen afgifte van een betalingsbewijs op het ogenblik van de aanvraag tot inname/verlenging van lopende inname/uitbreiding van lopende inname van het openbaar domein.
§2.Bij gebrek aan betaling wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. Dit kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet. Bij niet-betaling binnen de termijn volgen invorderingsmaatregelen conform het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Artikel 8: Bezwaar
§1. De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting en de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
§3. Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Veerle Haemers Fatima Bouyidou Laura Deneve Marc Joseph Roger Mertens Walter Vansteenkiste Houda Khamal Arbit Arlette De Ridder Raf De Visscher Didier Noltincx Bernard Carpriau Isabelle Baele Wies Herpol Kevin Desmet Liv Crabbé Guido Schollen Cedric Caeymaex Dirk Vandervelden Orhan Aydin Erwin Ollivier Géraldine Hermann Gil Vandevoorde Christian Andries Mireille Van Acker aantal voorstanders: 22 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
17.
Titel | Belasting op uitbatingsvergunningen 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 22 stemmen voor bij 2 onthoudingen (Christian Andries en Mireille Van Acker)
|
Feiten en context
Het belastingreglement op uitbatingsvergunningen is geldig tot en met aanslagjaar 2025 en moet vernieuwd worden.
Juridische gronden
- Artikel 170, § 4 van de Gecoördineerde Grondwet;
- Artikel 40, § 1 en artikel 41, lid 2, 14° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
- Artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet;
- Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering, en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen;
- Gemeenteraadsbesluit betreffende het uitbatingsreglement voor bepaalde inrichtingen van 20/05/2021;
- Gemeenteraadsbesluit betreffende de belasting op uitbatingsvergunningen van 20/05/2021
Advies
/
Motivatie
In het kader van de uniformisering van reglementen binnen de politiezone AMOW werd in 2021 een nieuw uitbatingsreglement goedgekeurd dat de bestaande reglementen vervangt. Dit reglement voorziet een uitbreiding van de vergunningsplicht (o.m. nachtwinkels, shishabars, nachtclubs, opslagplaatsen voor schroot, ...). Daarbij hoorde ook een nieuw belastingreglement op uitbatingsvergunningen (los van de belasting op economische vestigingen) dat werd opgemaakt en goedgekeurd in de GR van 20/05/2021.
In de loop van 2021-2025 werden geen aanslagbiljetten opgemaakt omdat er zich in deze periode geen dergelijke etablissementen hebben gevestigd op Wemmel. Om anticiperen op eventuele toekomstige vestigingen is het aangewezen dit reglement te hernieuwen.
In het kader van de algemene stijging van de prijzen, wordt beslist de geldende tarieven voor 2026 te verhogen ter compensatie van de niet doorgevoerde indexering sinds 2021 en vanaf dan de jaarlijkse indexering te blijven volgen met als basis december 2025.
Financiële gevolgen
De ontvangsten in het kader van deze belastingen zullen geboekt worden op de budgetsleutel "0020-00-73408000 Uitbatingsvergunning Nachtwinkels en phoneshops"
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op uitbatingsvergunningen goed voor de periode 2026-2031.
Belastingreglement op de uitbatingsvergunningen
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum van publicatie: 01/12/2025
Artikel 1
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031een belasting gevestigd op de afgifte van een uitbatingsvergunning en een jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning.
Artikel 2
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1) Uitbatingsvergunning: de vergunning die wordt afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen in het kader van het uitbatingsreglement voor bepaalde inrichtingen.
2) Afgifte van een uitbatingsvergunning: de eerste toekenning van een uitbatingsvergunning voor een bepaalde belastingplichtige voor een uitbating van een inrichting. Een hernieuwing van een uitbatingsvergunning geldt niet als een afgifte van een uitbatingsvergunning.
3) Inrichting: een plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres en die voor de consument toegankelijk is.
4) Uitbater: de natuurlijke persoon of personen, de feitelijke vereniging of de rechtspersoon voor wiens rekening en risico de inrichting wordt uitgebaat.
Artikel 3
§ 1. De eenmalige belasting op de afgifte van een uitbatingsvergunning bedraagt € 7.400 voor
de afgifte van een uitbatingsvergunning.
§ 2. De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning bedraagt € 1.900 voor het hebben van een uitbatingsvergunning op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 4
De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning wordt niet opgelegd in het jaar van de afgifte van de uitbatingsvergunning.
De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning is ondeelbaar: de stopzetting of vermindering van de uitbating, het verval van rechtswege, de administratieve schorsing of intrekking van de uitbatingsvergunning of de tijdelijke of definitieve sluiting van de inrichting tijdens het aanslagjaar kan niet leiden tot een vermindering of kwijtschelding van de belasting.
Artikel 5
§ 1. De belasting op de afgifte van een uitbatingsvergunning is verschuldigd door de uitbater op wiens naam de uitbatingsvergunning wordt toegekend.
§ 2. De jaarlijkse belasting op het hebben van een uitbatingsvergunning is verschuldigd door de houder van de uitbatingsvergunning op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 6
De in artikel 3 vermelde tarieven worden gekoppeld aan de evolutie van de consumptieprijsindex. Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de volgende formule:
[huidig tarief] x consumptieprijsindexcijfer van de maand december die aan de aanpassing voorafgaat
/ consumptieprijsindexcijfer van de maand december 2025.
Artikel 7
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Bij niet-betaling binnen de termijn volgen invorderingsmaatregelen conform het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Artikel 9
§ 1. De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
§3. Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan
● 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Artikel 10
Dit belastingreglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Veerle Haemers Orhan Aydin Walter Vansteenkiste Didier Noltincx Laura Deneve Kevin Desmet Wies Herpol Cedric Caeymaex Roger Mertens Dirk Vandervelden Houda Khamal Arbit Gil Vandevoorde Marc Joseph Géraldine Hermann Liv Crabbé Arlette De Ridder Guido Schollen Isabelle Baele Christian Andries Bernard Carpriau Raf De Visscher Erwin Ollivier Fatima Bouyidou Mireille Van Acker aantal voorstanders: 23 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
18.
Titel | Retributie plaatsrecht op markten 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 23 stemmen voor bij 1 onthouding (Mireille Van Acker)
|
Feiten en context
Het belastingreglement plaatsrecht op markten is geldig tot en met aanslagjaar 2025 en moet vernieuwd worden.
Juridische gronden
● Art 41, 162 en 170 § 4 Grondwet
● Koninklijk besluit betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten (24/09/2006)
● Art. 40 en 41 Decreet Lokaal Bestuur
● Art. 177 Decreet Lokaal Bestuur
● Beslissing gemeenteraad van 27/03/2025 betreffende het gemeentelijk reglement op markten en kermissen
● Beslissing gemeenteraad van 19/12/2019 betreffende de belasting op plaatsrecht op markten
Advies
/
Motivatie
De wekelijkse markt geeft aan de marktkramers een mogelijkheid om hun waren te verkopen. De organisatie van een wekelijkse markt zorgt voor bijkomend administratief en technisch werk. Het is dus billijk dat daar een vergoeding wordt gevraagd.
In het kader van de algemene stijging van de prijzen, wordt beslist de geldende tarieven voor 2026 te verhogen ter compensatie van de niet doorgevoerde indexering sinds 2020 en vanaf dan jaarlijks te indexeren.
Gezien de specificiteit van deze doelgroep en om flexibel en snel te kunnen inspelen op wijzigingen die zich van week tot week kunnen voordien, is het aangewezen de vergoedingen te innen via een retributie (opmaak van een factuur) in plaats van via een belasting (die geïnd wordt via een kohier). Hiertoe dient het reglement aangepast te worden voor wat de inningsprocedure betreft aangezien het Invorderingsdecreet van 30/05/2008 niet meer van toepassing is en dat ook de bezwaarprocedure anders verloopt.
Financiële gevolgen
Deze ontvangsten zijn in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-73600000 Plaatsrecht markten " voor € 45.900 in 2026 met jaarlijkse verhoging van € 900 tot 2031.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het retributiereglement op plaatsrecht op markten goed voor de periode 2026-2031.
Retributiereglement op plaatsrecht op markten
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1 - Aanslag
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van markten.
Artikel 2 - Verschuldigde
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de standplaats en hoofdelijk mede verschuldigd door de uitbater van het kraam.
Artikel 3 - tarief
§1.Het tarief van de standplaatsen van de wekelijkse openbare markt wordt vastgesteld op
● € 7,00 per maand en per strekkende meter of gedeelte ervan voor de houder van een abonnement.
● € 4,50 per marktdag en per strekkende meter of gedeelte ervan voor marktkramers op risico die geen houder zijn van een abonnement.
§2. Iedere handelaar die gebruik maakt van de mogelijkheid tot aansluiting op het elektriciteitsnet is een bijkomend forfaitair bedrag van € 6,50 per marktdag verschuldigd.
Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. De bedragen worden steeds afgerond tot op 1 cijfer na de komma.
Artikel 4 - betalingsvoorwaarden
§1. Betalingen gebeuren per overschrijving na ontvangst van de factuur per mail of op papier.
§2. Voor de houder van een abonnement: Het standgeld dient per kwartaal te worden betaald vóór de twintigste dag van de maand voorafgaand aan het kwartaal waarop de betaling betrekking heeft. Na betaling wordt aan de belanghebbende een abonnementsbewijs op naam afgeleverd.
§3. Voor de marktkramer op risico : Het standgeld wordt betaald na ontvangst van een factuur conform de voorwaarden vermeld op de factuur.
§4. De aansluiting op het elektriciteitsnet wordt verrekend in de factuur.
§5. Betwistingen van de factuur kunnen ingediend worden tot 30 dagen na de factuurdatum. Indien geen beroep ingesteld wordt bij het schepencollege, dan wordt de schuldvordering als onbetwist en opeisbaar beschouwd in de zin van artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
§6. In geval van niet-betaling op de vervaldatum wordt een herinneringsbrief opgestuurd. Indien hieraan geen gevolg wordt gegeven, wordt een schriftelijke aangetekende brief met vraag tot betaling gezonden. Wanneer deze tweede aanmaning vereist is, wordt een administratiekost aangerekend van €20. Bij niet betaling van de factuur na aangetekend schrijven volgt de invordering via dwangbevel overeenkomstig artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Guido Schollen Veerle Haemers Arlette De Ridder Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Géraldine Hermann Marc Joseph Cedric Caeymaex Laura Deneve Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Didier Noltincx Dirk Vandervelden Gil Vandevoorde Orhan Aydin Raf De Visscher Christian Andries Roger Mertens Wies Herpol Fatima Bouyidou Erwin Ollivier Kevin Desmet Mireille Van Acker aantal voorstanders: 22 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
19.
Titel | Retributie op standplaats voor foorinrichtingen, kermisattracties en marktkramen 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 22 stemmen voor bij 2 onthoudingen (Mireille Van Acker en Kevin Desmet)
|
Feiten en context
Het belastingreglement op het vaststellen van standplaatsvergoedingen voor foorinrichtingen, kermisattracties en marktkramen geldt tot en met het aanslagjaar 2025 en moet vernieuwd worden.
Juridische gronden
● Art 41, 162 en 170 § 4 Grondwet
● Art. 40 en 41 Decreet Lokaal Bestuur
● Art 177 Decreet Lokaal Bestuur
● Koninklijk besluit betreffende de uitoefening en organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie (24/09/2012)
● Koninklijk besluit betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten (24/09/2006)
● Beslissing gemeenteraad van 27/03/2025 betreffende het gemeentelijk reglement op markten en kermissen
● Beslissing gemeenteraad van 19/12/2019 betreffende de belasting op het vaststellen van standplaatsvergoedingen voor foorinrichtingen, kermisattracties en marktkramen
Advies
/
Motivatie
Het openbaar domein wordt door foorinrichtingen, kermisattracties en marktkramen gedurende enkele dagen ingenomen waardoor het niet kan gebruikt worden door het publiek. Bovendien zorgen deze inrichtingen voor bijkomend administratief en technisch werk. Het is daarom verantwoord om hiervoor een vergoeding te vragen.
In het kader van de algemene stijging van de prijzen, wordt beslist de geldende tarieven voor 2026 te verhogen ter compensatie van de niet doorgevoerde indexering sinds 2020 en vanaf dan jaarlijks te indexeren.
Gezien de specificiteit van deze doelgroep en om flexibel en snel te kunnen inspelen op wijzigingen die zich van week tot week kunnen voordien, is het aangewezen de vergoedingen te innen via een retributie (opmaak van een factuur) in plaats van via een belasting (die geïnd wordt via een kohier). Hiertoe dient het reglement aangepast te worden voor wat de inningsprocedure betreft aangezien het Invorderingsdecreet van 30/05/2008 niet meer van toepassing is en dat ook de bezwaarprocedure anders verloopt.
Financiële gevolgen
Deze ontvangst is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-73601000 Plaatsrecht kermissen" voor € 1.730 in 2026 met jaarlijkse verhoging van € 30 tot 2031.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement het vaststellen van standplaatsvergoedingen voor foorinrichtingen, kermisattracties en marktkramen goed voor de periode 2026-2031.
Retributiereglement op het vaststellen van standplaatsvergoedingen voor foorinrichtingen, kermisattracties en marktkramen
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1 - Aanslag
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven als vergoeding voor het gebruik van een standplaats voor de foorinrichtingen, de kermisattracties en marktkramen opgericht op de openbare weg, op pleinen of op eigendommen palend aan de openbare weg, ter gelegenheid van kermissen, foren en markten die in de gemeente gehouden worden.
Artikel 2 - Verschuldigde
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de standplaats. Zij is hoofdelijk mede verschuldigd door de uitbater van de instelling. De retributie is verschuldigd bij de beslissing van het college van burgemeester en schepenen houdende toekenning van een standplaats aan de aanvrager.
Artikel 3 - tarief
Het tarief wordt per standplaats vastgesteld als volgt :
Artikel 3.1 - 24 uur of minder
Voor de standplaatsen van foorinrichtingen of kermisattracties en marktkramen die 24 uur of minder van hun standplaats gebruik maken, moet er een tarief betaald worden van € 2,00 per strekkende meter of gedeelte ervan, met een minimum van € 20,00 per inrichting.
Artikel 3.2 - voertuigen
Voor de standplaatsen waar auto’s, vrachtwagens, landbouwvoertuigen en moto’s geplaatst worden, moet er een tarief betaald worden van € 4,00 per tentoongesteld voertuig, met een minimum van € 20,00 per exposant.
Artikel 3.3 - meer dan 24 uur
Voor de standplaatsen van foorinrichtingen of kermisattracties en marktkramen die langer dan 24 uur en minder dan 14 dagen gebruik maken van hun standplaats, moet er een tarief betaald worden van € 4,00 per strekkende meter of gedeelte ervan, met een minimum van € 30,00 per inrichting. Voor het bepalen van de voorgevellengte van ronde foorinrichtingen of kermisattracties wordt de diameter in aanmerking genomen.
Artikel 3.4 - elektriciteit
Iedere handelaar die gebruik maakt van de mogelijkheid tot aansluiting op het elektriciteitsnet is een bijkomend forfaitair bedrag van € 6,50 per marktdag verschuldigd.
Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. De bedragen worden steeds afgerond tot op 1 cijfer na de komma.
Artikel 4 - vrijstellingen
Vallen niet onder de toepassing van dit reglement :
● de markten waarbij dieren tentoongesteld worden, met uitzondering van de marktkramen die opgericht worden met de bedoeling deze dieren te verkopen;
● de kindermarkten;
● de verkoop of het te koop stellen van waren of goederen door een gevestigd handelaar op de openbare weg, vóór zijn winkel, voor zover het kraam of het schraag kan beschouwd worden als de normale voortzetting van de instelling en dat de er tentoongestelde waren van dezelfde aard zijn als die welke binnen verkocht worden;
● de wekelijkse zondagsmarkt.
Artikel 5 - betalingsvoorwaarden
§1. Betalingen gebeuren per overschrijving na ontvangst van de factuur per mail of op papier.
§2. Betwistingen van de factuur kunnen ingediend worden tot 30 dagen na de factuurdatum. Indien geen beroep ingesteld wordt bij het schepencollege, dan wordt de schuldvordering als onbetwist en opeisbaar beschouwd in de zin van artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
§3. In geval van niet-betaling van de factuur op de vervaldatum wordt een herinneringsbrief opgestuurd. Indien hieraan geen gevolg wordt gegeven, wordt een schriftelijke aangetekende brief met vraag tot betaling gezonden. Wanneer deze tweede aanmaning vereist is, wordt een administratiekost aangerekend van €20. Bij niet betaling van de factuur na aangetekend schrijven volgt de invordering via dwangbevel overeenkomstig artikel 177 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Guido Schollen Houda Khamal Arbit Marc Joseph Veerle Haemers Gil Vandevoorde Roger Mertens Didier Noltincx Raf De Visscher Bernard Carpriau Wies Herpol Cedric Caeymaex Laura Deneve Erwin Ollivier Walter Vansteenkiste Liv Crabbé Isabelle Baele Géraldine Hermann Mireille Van Acker Kevin Desmet Fatima Bouyidou Orhan Aydin Christian Andries Arlette De Ridder Dirk Vandervelden aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 8 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
20.
Titel | Gemeentelijk retributiereglement voor het afleveren van een machtiging voor de exploitatie van standplaatstaxi op de openbare weg 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 16 stemmen voor bij 8 onthoudingen (Christian Andries, Dirk Vandervelden, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
Het gemeentelijk retributiereglement voor het afleveren van een machtiging voor de exploitatie van standplaatstaxi op de openbare weg is geldig tot en met 31 december 2025 en moet hernieuwd worden.
Juridische gronden
● Art. 40§3 DLB
● Decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer.
● Besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer
● Besluit gemeenteraad 20/05/2021 betreffende het gemeentelijk retributiereglement voor het afleveren van een machtiging voor de exploitatie van standplaatstaxi op de openbare weg
Advies
/
Motivatie
De gemeente kan taxistandplaatsen inrichten, maar is daartoe niet verplicht. Voorlopig is er een taxistandplaats aanwezig in de gemeente en het aangewezen deze voorlopig te behouden en de noodzaak tot al dan niet behouden van deze plaats te bekijken bij de implementatie van het mobiliteitsplan.
Aangezien het decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer geen rechtsgrond biedt voor de inning van een gemeentelijke retributie voor de machtigingen die uitgereikt worden voor de exploitatie van standplaatstaxi’s, blijft een afzonderlijk retributiereglement nodig.
In het kader van de algemene stijging van de prijzen, wordt beslist de huidige tarieven in 2026 te verhogen en te indexeren.
Financiële gevolgen
Deze ontvangsten moeten in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen worden onder de budgetsleutel "0020-00-73414001 Machtiging standplaatstaxi".
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk retributiereglement voor het afleveren van een machtiging voor de exploitatie van standplaatstaxi op de openbare weg goed voor de periode 2026-2031.
Gemeentelijk retributiereglement voor het afleveren van een machtiging voor de exploitatie van standplaatstaxi op de openbare weg
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1.
Voor de jaren 2026 tot en met 2031wordt een jaarlijkse retributie gevestigd voor machtigingen voor het exploiteren van standplaatstaxi's verleend door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 2.
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersonen die houder is van de machtiging op het moment van de afgifte.
Artikel 3.
De niet-geïndexeerde retributie is per afgeleverde machtiging vastgesteld op € 125,00 per jaar.
Artikel 4.
Het bedrag in artikel 3 wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. Het bedrag wordt steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele bedrag.
Artikel 5.
Volgende situaties geven geen aanleiding tot een aanpassing van het bedrag van de retributie zoals vastgesteld onder artikel 3:
- het niet langer gebruik maken van de taxistandplaatsen;
- de opschorting of intrekking van de machtiging;
- het buiten werking stellen van één of meer voertuigen, om welke reden ook.
Artikel 6.
De retributie wordt ingevorderd door middel van een factuur. Zonder betalingsbewijs wordt de machtiging niet verleend.
Artikel 7
Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 8
Het reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig Art. 286 - 287 DLB.
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
21.
Titel | Belasting op taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder - 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
Het belastingreglement op taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder is geldig tot en met aanslagjaar 2025 en moet hernieuwd worden.
Juridische gronden
● Art 40-41 Decreet Lokaal Bestuur
● Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
● Nieuwe taxiwetgeving
- Art. 8 Decreet betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer (29/03/2019)
- Art. 6 BVR betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer (19/11/2019)
● Beslissing gemeenteraad 20/05/2021 betreffende het belastingreglement op taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder
Advies
/
Motivatie
Het gemeentebestuur is bevoegd voor het afleveren van de vergunningen voor taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder en voor de controle op de afgeleverde vergunningen.
Momenteel worden alle vergunningen en bestuurderspassen afgeleverd onder de nieuwe taxi wetgeving met name het decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer (Taxidecreet 2019) en het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2019 betreffende de exploitatievoorwaarden voor het individueel bezoldigd personenvervoer. Daarom dient de gemeente geen aparte tarieven meer vast te leggen maar kan verwezen worden naar de websitewebsite van Departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid.
Het huidige reglement wordt vernieuwd ten behoeve van de invordering.
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-73414000 Taxidiensten" voor volgende bedragen:
2026: € 15.300
2027: € 15.600
2028: € 16.000
2029: € 16.300
2030: € 16.600
2031: € 17.000
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder goed voor de periode 2026-2031.
Belastingreglement op taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder - aanslagjaren 2026-2031
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1 - Belastbare grondslag
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting geheven op de door het college van burgemeester en schepenen verleende vergunningen voor het exploiteren van taxidiensten en op diensten voor het verhuren van voertuigen met bestuurder.
Artikel 2 - Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die houder is van de vergunning op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 3 - Tarieven
De toegepaste tarieven zijn deze die opgelegd worden door het Vlaams Gewest. Hiervoor wordt verwezen naar de website van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken van de Vlaamse overheid.
(https://www.vlaanderen.be/taxi/vergunning-individueel-bezoldigd-personenvervoer-taxivergunning).
Artikel 4 - Indexering
De tarieven in artikel 3 worden aangepast aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen (basis 2004). Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2000. De bedragen worden afgerond naar boven tot op twee cijfers na de komma.
Artikel 5 - Vestiging van de belasting
De belasting voor taxidiensten en de belasting voor een dienst voor het verhuren van voertuigen met bestuurder is verschuldigd voor het hele jaar, onafhankelijk van het moment waarop de vergunning wordt afgegeven.
Artikel 6 - Wijze van invordering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7 - Betaling
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.Bij niet-betaling binnen de termijn volgen invorderingsmaatregelen conform het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Artikel 8 - Bezwaar
§1. De belastingplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
§3. Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Wies Herpol Liv Crabbé Isabelle Baele Houda Khamal Arbit Walter Vansteenkiste Roger Mertens Marc Joseph Veerle Haemers Guido Schollen Bernard Carpriau Gil Vandevoorde Erwin Ollivier Cedric Caeymaex Laura Deneve Didier Noltincx Raf De Visscher Géraldine Hermann Arlette De Ridder Fatima Bouyidou Orhan Aydin Christian Andries Kevin Desmet Mireille Van Acker Dirk Vandervelden aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
22.
Titel | Belasting op het aanleggen van trottoirs 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 16 stemmen voor bij 7 stemmen tegen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou) bij 1 onthouding (Dirk Vandervelden)
|
Feiten en context
Het huidige belastingreglement op het aanleggen van trottoirs is geldig tot en met aanslagjaar 2025 en moet vernieuwd worden.
Juridische gronden
•Grondwet Art. 170 § 4;
•Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen van provincie- en gemeentebelastingen;
•Decreet lokaal bestuur art 40-41;
•Gemeenteraadsbesluit van 16/12/2021 betreffende het belastingreglement op het aanleggen van trottoirs
Advies
/
Motivatie
Het is passend alle door de gemeente gedane uitgaven voor de aanleg, de verbetering en de uitrusting van de openbare wegen door een verhaalbelasting te dekken. Alhoewel deze werken van algemeen belang zijn, dragen ze ook rechtstreeks bij tot de verhoging van de waarde der eigendommen gelegen langsheen de verbeterde of uitgeruste wegen. Het is dus nodig ten laste van deze begunstigden een bijzondere belasting in te voeren, "verhaalbelasting" genaamd.
De aangelanden die op eigen kosten het trottoir hebben aangelegd, en wanneer deze nog in degelijke toestand is, worden niet aan de belasting onderworpen, daar zij reeds de kosten tot een uitgerust gaanpad hebben gedragen.
Voor de lopende en toekomstige werkzaamheden m.b.t. het aanleggen van trottoirs is het aangewezen deze belasting te behouden en zonder wijziging opnieuw te verlengen.
Financiële gevolgen
De ontvangst van deze belasting is opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031 op budgetsleutel "0020-00-73230000 Leggen trottoirs" voor een jaarlijks bedrag € 20.000.
Besluit
Enig artikel
Belastingreglement op het aanleggen van trottoirs
Datum goedkeuring gemeenteraad : 20/11/2025
Datum publicatie : 01/12/2025
Artikel 1 - Voorwerp
§1. Worden onderworpen aan een directe belasting, waarbij de door de gemeente gedane kosten worden teruggevorderd, de al dan niet aangelande eigendommen gelegen langsheen openbare wegen of gedeelten van openbare wegen, waarlangs trottoirs worden aangelegd, vernieuwd of verbreed.
De kosten voor vernieuwing kunnen slechts worden teruggevorderd na een termijn van 10 jaar vanaf de aanleg van het trottoir, zo zijn aanleg het voorwerp heeft uitgemaakt van een regelmatige toelating, en de aanleg is geschied volgens de bij de toelating opgelegde voorwaarden.
In dit geval wordt de terugvorderbare uitgave, berekend overeenkomstig artikel 3, verminderd met de werkelijke kostprijs van de vroegere particuliere aanleg.
Als einddatum van de termijn van 10 jaar wordt enerzijds de derde kalenderdag volgend op de datum waarop het College van Burgemeester en Schepenen de aanvang der werken heeft bevolen genomen, anderzijds als bewijs van uitvoeringsdatum van de door de eigenaar uitgevoerde werken de datum waarop de werken werden gefactureerd.
De gemeente zal onder geen enkel beding het verschil tussen de terugvorderbare uitgave en de werkelijke kostprijs van de vroegere particuliere aanleg, indien dit laatste bedrag het hoogste is, aan de belastingplichtige moeten betalen.
§2. Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op 100 % van de som van de verhaalbare uitgaven, benevens de intresten. De duur van de terugbetaling wordt vastgesteld op 10 jaar.
Artikel 2 - Terugvorderbare uitgaven
De terugvorderbare uitgaven zijn:
● de kosten voor het opmaken van het ontwerp
● de kosten der grondwerken;
● de kosten van het wegnemen der bestaande bedekking;
● de kosten der fundering en van de nieuwe bedekking; evenals van het plaatsen ervan;
● de kosten van toezicht en aanbesteding die 8 % van de kostprijs niet mogen overschrijden;
Artikel 3 - Prijs
De terugvorderbare uitgave die ieder eigendom treft is gelijk aan de éénheidsprijs per strekkende meter vermenigvuldigd met de lengte van het eigendom aan de straatzijde, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 4.
De éénheidsprijs per strekkende meter wordt bekomen door het geheel der verhaalbare uitgaven te delen door de totale lengte der eigendommen aan de straatzijde.
Wanneer het gaat om een afgesneden of afgeronde hoek gevormd door 2 openbare wegen, wordt de lengte ervan voor de helft aangerekend langs elke straatzijde.
Wanneer het gaat om herstelling van een destijds aangelegde trottoir wordt een éénheidsprijs per strekkende meter, zoals bepaald hierboven, beperkt tot € 100 per strekkende meter.
Wanneer een eigenaar zijn trottoir wenst te laten aanleggen door de gemeente is de belasting contant bij aanvraag verschuldigd. Artikel 7 vervalt in dit geval.
Artikel 4 - Meerdere eigendommen
Wanneer er twee of meer eigendommen of gedeelten van eigendommen gelegen zijn binnen een der zones welke zich langs beide zijden van de weg uitstrekken, over een diepte van 12 meter, dan wordt de belasting, welke berekend wordt overeenkomstig art. 3, verdeeld onder de betrokken eigenaars in verhouding tot de oppervlakte welke zij binnen de betrokken strook bezitten.
Wanneer er een strook non-aedificandi bestaat, wordt er voor de berekening van de diepte van 12 meter zoals bedoeld in alinea 1, met de diepte van deze strook geen rekening gehouden.
Artikel 5 - Dubbele aanslag
In de mate waarin de stroken, bepaald in het voorgaande artikel, elkaar dekken, kan een eigendom of een gedeelte van een eigendom niet tweemaal worden belast wegens werken uitgevoerd in twee verschillende wegen.
Wanneer werken gelijktijdig aan 2 verschillende wegen uitgevoerd worden, geldt de vrijstelling voor de belasting welk verschuldigd is voor de werken aan de weg waar de belasting het laagst is. Dit artikel is niet van toepassing op de hoekterreinen.
Artikel 6 - Ligging op een hoek
De eigendom of gedeelte van een eigendom gelegen op de hoek van twee openbare wegen of van twee gedeelten van de openbare en dat langs elk van deze wegen of gedeelten van de weg aan de straatzijde gelegen is, wordt vrijgesteld :
Deze bepaling is slechts van toepassing wanneer de assen van de wegen of gedeelten van openbare wegen tegenover het betrokken eigendom een hoek vormen van ten hoogste 120°.
Bovendien worden de door onderhavig artikel toegestane vrijstellingen slechts berekend op een maximale gevellengte van het eigendom van 20 m langs elke weg of gedeelte van een weg.
Wanneer het gaat om een afgesneden of afgeronde hoek wordt de lengte ervan voor de helft aangerekend langs elke straatzijde of gedeelte van een straatzijde.
De verkaveling of de wijziging van de oppervlakte van een eigendom brengt geen verandering in de bij onderhavig artikel bepaalde vrijstellingen.
Artikel 7 - Interesten
De jaarlijkse belasting omvat de jaarlijkse schijf van het terug te betalen kapitaal dat aangewend werd ter betaling der terugvorderbare uitgaven, vermeerderd met het bedrag van de interest die op het niet teruggestort gedeelte moet worden betaald. De jaarlijkse belastingen kunnen worden berekend onder de vorm van vaste jaarlijkse bedragen.
De toe te passen rentevoet is deze welk door Belfius toegepast wordt op het tweede semester van het vorig kalenderjaar voor aan de gemeente toegestane leningen voor de financiering van werken van dezelfde aard als die welk aanleiding geven tot de belasting.
Zo de werken worden uitgevoerd zonder lening zal de aflossingstermijn vastgesteld worden op 10 jaar terwijl de intrest zal gelijkgesteld worden met deze van Belfius voor leningen op lange termijn.
Artikel 8 - Vervroegde terugbetaling
De belastingplichtige kan, ten allen tijde, het eigendom ontlasten van het bedrag der terugvorderbare uitgave, die erop betrekking heeft, door aan de gemeente het bedrag der nog niet eisbare schijven van het kapitaal te storten.
De interest is steeds verschuldigd voor het jaar tijdens hetwelk de betaling plaats heeft.
Artikel 9 - De belasting slaat op het eigendom en is verschuldigd door de eigenaar.
Ingeval er een recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik bestaat is de belasting verschuldigd door de opstalhouder, de erfpachter of de vruchtgebruiker terwijl de eigenaar hoofdelijk mede de belasting verschuldigd is.
Wanneer het eigendom bestaat uit een gebouw met meerdere appartementen, waarop de verschillende eigenaars een uitsluitend recht hebben, dan wordt de belasting die betrekking heeft op het gebouw, verdeeld onder hen in de verhouding van hun respectief aandeel in de gemeenschappelijke gedeelten.
Ingeval van overgang van onroerende zakelijke rechten, wordt de nieuwe eigenaar belastingplichtig vanaf 1 januari volgend op de datum der akte die hem het recht toekent.
Artikel 10 - Invordering
Worden op rol gebracht de schuldenaren, aangeduid zoals bepaald in artikel 9 ingevolge hun hoedanigheid van belastingplichtige op 1 januari volgend op de voltooiing der werken en op 1 januari van ieder volgend aanslagjaar.
De belasting wordt ingevorderd en de geschillen worden beslecht overeenkomstig de bepalingen van het invorderingsdecreet van 30 mei 2008.
Een bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Artikel 11 - De eerste jaarlijkse belasting
De eerste jaarlijkse belasting is verschuldigd op de eerste januari volgend op de voltooiing der werken, vastgesteld door een besluit van het College van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 12 - Uitstel
De belasting wordt uitgesteld in de volgende gevallen:
● Wanneer de huidige belastingplichtige vrijgesteld is ingevolge de wetten en besluiten;
● Voor de terreinen waarop het ingevolge een beslissing van de overheid niet toegelaten of niet mogelijk is te bouwen; ter zake worden de aaneenpalende terreinen, die aan eenzelfde eigenaar toebehoren, als één geheel beschouwd.
● Voor de niet-bebouwde terreinen welke gelegen zijn in de landelijke zone van de gemeente. Deze landelijke zone omvat : de groenzone, de landbouwzone en alle andere zones waarop het in beginsel niet toegelaten is exclusief woongebieden op te richten zoals vermeld in het goedgekeurd gewestplan, zoals het desgevallend gewijzigd zal worden.
Wanneer de toestand om reden waarvan de belasting uitgesteld werd, geheel of gedeeltelijk een einde neemt vóór het verstrijken van een periode van 10 jaar te rekenen vanaf het eerste aanslagjaar, is de jaarlijkse belasting verschuldigd vanaf 1 januari hieropvolgend.
Indien bij het verstrijken der 10 jaren, deze toestand nog geen einde genomen heeft, wordt het goed definitief vrijgesteld.
Artikel 13 - Vroegere bepalingen
De bepalingen van de vroeger van kracht zijnde reglementen op de verhaalbelastingen blijven van kracht op de toestanden die tijdens hun heffingstermijn ontstonden.
Artikel 14 - Opheffing of niet hernieuwing
Ingeval van opheffing of niet hernieuwing van de verordening vóór het verstrijken van de terugbetalingstermijn bepaald bij artikel 1 §2, betaalt de gemeente aan de bij artikel 8 bedoelde belastingplichtigen de kapitaalschijven terug die betrekking hebben op de nog overblijvende jaren. Ingeval van vermindering van de belastingvoet tijdens dezelfde periode, gebeurt de terugbetaling op dezelfde manier naar rato van het verschil tussen de bedragen en het saldo van de betalingsduur.
Artikel 15 - Geldigheid
Het huidig reglement is toepasselijk op de werken voor het aanleggen, vernieuwen en verbreden van trottoirs waarvan de voltooiing gelegen is tijdens de dienstjaren 2026 tot en met 2031.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Wies Herpol Erwin Ollivier Bernard Carpriau Raf De Visscher Veerle Haemers Walter Vansteenkiste Didier Noltincx Guido Schollen Houda Khamal Arbit Cedric Caeymaex Laura Deneve Isabelle Baele Roger Mertens Liv Crabbé Gil Vandevoorde Marc Joseph Mireille Van Acker Arlette De Ridder Christian Andries Fatima Bouyidou Orhan Aydin Géraldine Hermann Kevin Desmet Dirk Vandervelden aantal voorstanders: 16 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
23.
Titel | Reglement verhaalbelasting zate-wegenuitrusting-riolen 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 16 stemmen voor bij 7 stemmen tegen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou) bij 1 onthouding (Dirk Vandervelden)
|
Feiten en context
Het huidig belastingreglement "verhaalbelasting op het verwerven van de zate van de openbare weg, op de wegenuitrusting en op de riolen" is geldig tot en met aanslagjaar 2025 en moet verlengd worden.
Juridische gronden
• Art. 170 § 4 Grondwet;
• Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen van provincie- en gemeentebelastingen;
• Decreet lokaal bestuur van 22/12/2017 art 40-41
• Gemeenteraadbesluit van 16/12/2021 betreffende het belastingreglement op verhaalbelasting op het verwerven van de zate van de openbare weg, op de wegenuitrusting en op de riolen
Advies
/
Motivatie
De gemeente voorziet in de aanleg, de verbreding en de uitrusting van de wegen. Het zijn uitgaven van algemeen belang die er bovendien toe bijdragen een verhoging in de hand te werken van de verkoopwaarde van de eigendommen, gelegen langsheen de aangelegde, verbeterde of uitgeruste wegen.
Het is daarom billijk dat deze uitgaven geheel of gedeeltelijk door een belasting worden gecompenseerd en verhaald worden op de rechtstreeks begunstigden.
Deze verhaalbelasting wordt tot op heden steeds gevestigd op bewoners wiens eigendom grenst aan reeds uitgevoerde werken bedoeld in het reglement, waarbij momenteel nog verschillende afbetalingen in jaarlijkse schijven lopende zijn. Ook zijn er uitgevoerde werken waarvan de kosten nog verhaald dienen te worden. Daarom is het logisch dat dit belastingreglement opnieuw wordt verlengd ter compensatie van deze gerealiseerde uitgaven.
Het is aangewezen deze belasting te behouden en zonder wijzigingen te verlengen.
Financiële gevolgen
Er worden in het meerjarenplan 2026-2031 op budgetsleutel "0020-00-73290000 Afbetaling kapitaal verhaalbelasting" volgende budgetten voorzien:
2026: € 70.000
2027: € 341.000
2028: € 70.000
2029: € 70.000
2030: € 70.000
2031: € 70.000
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het reglement op verhaalbelasting op het verwerven van de zate van de openbare weg, op de wegenuitrusting en op de riolen goed voor de periode 2026-2031.
Reglement op verhaalbelasting op het verwerven van de zate van de openbare weg, op de wegenuitrusting en op de riolen
Datum goedkeuring gemeenteraad : 20/11/2025
Datum publicatie : 01/12/2025
OP HET VERWERVEN VAN DE ZATE VAN DE OPENBARE WEG
Artikel 1 - Voorwerp
§1. Worden onderworpen aan een rechtstreekse jaarlijkse belasting waarbij de door de gemeente gedane kosten, geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd, de al dan niet aangelande eigendommen die gelegen zijn langs openbare wegen of gedeelten van openbare wegen die worden aangelegd, verbreed, rechtgetrokken of verlengd.
De belasting is toepasselijk ongeacht of er al dan niet inlijving van een particulier eigendom is geweest ingevolge afstand onder bezwarende titel, ruiling of onteigening.
§2. De duur van de terugbetalingen zal overeenstemmen met de leningstermijn toegestaan door de kredietverlener.
Artikel 2 - Terugvorderbare uitgaven
De terugvorderbare uitgaven zijn:
● de kosten voor het opstellen der plannen. Wanneer deze plannen opgemaakt werden door eigen diensten zullen de percentages, volgens de door de Bestendige Deputatie vastgestelde normen aangerekend worden;
● de prijs der verwervingen hetzij door onteigening, hetzij door afstand in der minne van de terreinen die in de zate van de nieuwe of verbrede weg werden opgenomen;
● de waarde van de terreinen die door de gemeente werden afgestaan, of er ruiling is of niet;
● de kosten der noodzakelijke akten, certificaten en getuigschriften;
Van het bedrag van deze uitgaven wordt afgetrokken de waarde volgens schatting, van de gebeurlijke overschotten van de vroegere weg.
Artikel 3 - Prijs
Al. 1.- : Bij het aanleggen van nieuwe wegen met een maximum breedte van 13 meter zal het bedrag van de kosten zoals bepaald in art. 2 aan 100 % in rekening gebracht worden bij het berekenen van de taks.
Al. 2.- : Wanneer deze wegen een grotere breedte hebben zal het bedrag van de kosten voor een weg voorzien in alinea 1 van onderhavig artikel aan 100 % verhaald worden. Voor de rest van de breedte zullen de kosten aan 50 % in rekening gebracht worden.
Al. 3.- : Wanneer de weg een grotere breedte heeft dan 24 m., zullen alleen de kosten van een weg van deze breedte op de in al. 2 van dit artikel bepaalde wijze gerecupereerd worden.
Al. 4.- : Bij verbreding van een bestaande weg zal 50 % van de kosten van de verbreding verhaald worden.
Artikel 4 - Eenheidsprijs
De belasting die iedere eigendom treft, is gelijk aan de eenheidsprijs per strekkende meter vermenigvuldigd met de lengte van het eigendom aan de straatzijde.
De eenheidsprijs per strekkende meter wordt bekomen door het geheel der verhaalbare uitgaven te delen door tweemaal de totale lengte.
Voor de hoeken gevormd door twee openbare wegen zal de eigenaar ontslagen worden van de belasting :
● langs de smalste weg ingeval van gelijktijdige uitvoering van de werken;
● langs de laatst aangelegde weg ingeval van niet-gelijktijdige uitvoering.
Deze ontlasting wordt beperkt tot :
● 6 meter bij gesloten bebouwing;
● 20 meter bij half-open of open bebouwing.
Beide cijfers worden vermeerderd met de diepte van de opgelegde non-aedificandi zones langs de breedste of eerst aangelegde weg.
Deze bepaling is slechts van toepassing wanneer de twee rooilijnen een hoek vormen van ten hoogste 120°.
Wanneer het gaat om een afgesneden of afgeronde hoek wordt de lengte ervan voor de helft aangerekend langs elke straatzijde.
Artikel 5 - Verdeling belasting
Wanneer twee of meer eigendommen gelegen zijn binnen één van de zones die zich langs weerszijden van de weg uitstrekken, over een diepte van 12 meter, dan wordt de belasting die berekend wordt, overeenkomstig art. 3, verdeeld onder de betrokken eigenaars in verhouding tot de hun toebehorende oppervlakte binnen de betrokken strook.
Op het snijpunt van twee wegen wordt de strook zijdelings afgebakend door de bissectrice van de hoek. Wanneer er een strook non-aedificandi bestaat, wordt er geen rekening gehouden met de diepte dezer stroken voor de berekening van de diepte van 12 meter zoals bedoeld in alinea 1.
Artikel 6 - Interesten
De jaarlijks te betalen belasting omvat de jaarlijkse schijf van het terug te betalen kapitaal dat aangewend werd ter betaling van de terugvorderbare uitgaven, vermeerderd met het bedrag van de intrest die op het niet-teruggestorte gedeelte moet worden betaald.
De toe te passen rentevoet is deze welke door Belfius toegepast wordt op het tweede semester van het vorig kalenderjaar voor aan de gemeente toegestane leningen voor de financiering van werken en verrichtingen van dezelfde aard als die welke aanleiding geven tot de belasting.
Zo de werken of verrichtingen worden uitgevoerd zonder lening, zal de aflossingstermijn vastgesteld worden op 20 jaar terwijl de intrest zal gelijkgesteld worden met deze van Belfius voor leningen op lange termijn.
Artikel 7 - Vervroegde terugbetaling
De belastingplichtige kan, ten allen tijde, het eigendom ontlasten van het bedrag der terugvorderbare uitgaven, die erop betrekking heeft, door aan de gemeente de waarde te storten van het totaal bedrag der nog niet eisbare schijven van het kapitaal.
De intrest is steeds verschuldigd voor het jaar tijdens hetwelk de betaling plaats heeft.
Artikel 8 - De belasting slaat op het eigendom en is verschuldigd door de eigenaar
Ingeval er recht van opstal of een recht van erfpacht bestaat, is de belasting verschuldigd door de opstalhouder of de erfpachter, terwijl de eigenaar hoofdelijk mede de belasting verschuldigd is. Wanneer het eigendom bestaat uit een gebouw met meerdere appartementen, waarop de verschillende eigenaars een uitsluitend recht hebben, dan wordt de belasting die betrekking heeft op het gebouw, verdeeld onder hen in de verhouding van hun aandeel in het belaste eigendom.
Bij deze berekening kunnen, bij beslissing van de gemeenteraad achtergelegen bouwpercelen en de gebouwen met toegang tot de openbare weg in aanmerking genomen worden.
Ingeval van overgang van onroerende zakelijke rechten, wordt de nieuwe titularis belastingplichtige vanaf 1 januari volgend op de datum van de akte die hem het recht op eigendom toekent.
Artikel 9 - Invordering
Worden op rol gebracht de schuldenaren, aangeduid zoals bepaald in het artikel 8, ingevolge hun hoedanigheid van belastingplichtige op 1 januari volgend op de voltooiing van de ondernemingen en op 1 januari van ieder volgend belastingdienstjaar.
De belasting wordt ingevorderd en de geschillen worden beslecht overeenkomstig de bepalingen van het invorderingsdecreet van 30 mei 2008.
Een bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Artikel 10 - Verschuldigd
De eerste jaarlijkse belasting is verschuldigd op de 1ste januari volgend op de voltooiing der ondernemingen, vastgesteld door een besluit van het College van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 11 - Uitstel
De belasting wordt uitgesteld in volgende gevallen :
Deze landelijke zone omvat : de groenzone, de landbouwzone en alle andere zones waarop het in beginsel niet toegelaten is exclusief woongebieden op te richten zoals vermeld in het goedgekeurd gewestplan, zoals het desgevallend gewijzigd zal worden.
Wanneer de toestand om reden waarvan de belasting uitgesteld werd geheel of gedeeltelijk een einde neemt voor het verstrijken van de afbetalingsperiode, te rekenen vanaf het eerste belastingdienstjaar, is de jaarlijkse belasting verschuldigd vanaf 1 januari hieropvolgend.
Indien bij het verstrijken van de afbetalingsperiode deze toestand nog geen einde genomen heeft, wordt het goed definitief vrijgesteld.
Voor de toepassing van 2° in alinea 1 worden de aaneenpalende terreinen die aan éénzelfde eigenaar toebehoren, beschouwd als één geheel.
Artikel 12 - Geldigheid
Het huidig reglement is toepasselijk op de bewerkingen tot verwerving van de zate der openbare wegen waarvan de voltooiing gelegen is tijdens de dienstjaren 2026 tot en met 2031. Het wordt van kracht na bekendmaking overeenkomstig het Decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 13 - Vroegere bepalingen
De vroegere reglementen zijn van kracht voor werken waarvan het einde plaats had binnen hun toepassingsperiode onder voorbehoud van toepassing van artikel 14.
Artikel 14 - Opheffing of niet hernieuwing
Ingeval van opheffing of niet-hernieuwing van de verordening voor het verstrijken van de terugbetalingstermijn bepaald bij artikel 1 § 2, betaalt de gemeente aan de bij artikel 7 bedoelde belastingplichtigen de kapitaalschijven terug die betrekking hebben op de nog overblijvende jaren.
Ingeval van vermindering van de belastingvoet tijdens diezelfde periode, gebeurt de terugbetaling op dezelfde manier naar rato van het verschil tussen de bedragen en het saldo van de belastingduur.
OP DE WEGENUITRUSTING
Artikel 1 - Voorwerp
§1. Worden onderworpen aan een jaarlijkse directe belasting waarbij de door de gemeente gedane kosten worden teruggevorderd, de al dan niet aangelande eigendommen langsheen openbare wegen of gedeelten van openbare wegen waarin grondwerken en wegbedekkingen worden uitgevoerd, trottoirbanden geplaatst, of een welkdanige wegenuitrusting wordt aangebracht.
§2. De duur van de terugbetaling zal overeenstemmen met de leningstermijn toegestaan door de kredietverlener.
Artikel 2 - Uitvoering
Deze werken worden uitgevoerd, hetzij door de gemeentediensten, hetzij door een openbare of private onderneming.
Artikel 3 - Terugvorderbare uitgaven
De uitgaven die voor terugvordering in aanmerking komen zijn :
● de kosten voor het opmaken van het ontwerp; wanneer het ontwerp opgemaakt wordt door eigen diensten zullen de percentages, volgens het door de Bestendige Deputatie vastgestelde normen, aangerekend worden;
● de kosten van de grondwerken, de funderingen en de wegbedekkingen;
● de kosten van de boordstenen en hun plaatsing;
● de kosten van de uitrusting nodig voor de afvoer van waters, andere dan afvalwaters;
● de kosten van toezicht en aanbesteding, die 8 % van de kosten der werken niet mogen overschrijden;
● de kosten voortspruitende uit de technische moeilijkheden die ondervonden worden bij het uitvoeren der werken ingevolge die toestand van de bodem of om welkdanige andere oorzaak.
Van het bedrag van deze uitgaven wordt afgetrokken, de waarde volgens schatting van de terugvorderbare oude materialen en wegenuitrustingen.
Artikel 4 - Prijs
§1. Bij het aanleggen van totaal nieuwe wegen met een maximum breedte van 7 meter voor het rijvak, zal het bedrag zoals bepaald in art. 3 aan 100 % in rekening gebracht worden bij de berekening van de taks.
§2. Wanneer deze wegen een rijvak hebben van meer dan 7 meter, dan zal het bedrag van de kosten voorzien in § 1 van onderhavig artikel aan 100 % verhaald worden. Voor de rest van de breedte zullen de kosten aan 50 % in rekening gebracht worden.
§3. Wanneer een rijvak een grotere breedte heeft dan 14 meter, zullen alleen de kosten van een rijvak van deze breedte op de in § 2 van dit artikel bepaalde wijze gerecupereerd worden.
§4. Bij verbreding van een bestaande weg, zal 50 % van de kosten van verbreding betaald worden.
Artikel 5 - Eenheidsprijs
De belasting die iedere eigendom treft, is gelijk aan de éénheidsprijs per strekkende meter vermenigvuldigd met de lengte van het eigendom aan de straatzijde.
De éénheidsprijs per strekkende meter wordt bekomen door het geheel der verhaalbare uitgaven te delen door tweemaal de totale lengte van de weg.
Voor de hoeken gevormd door de twee openbare wegen zal de eigenaar ontslagen worden van de belasting:
● langs de laatst aangelegde weg ingeval van niet-gelijktijdige uitvoering;
● langs de smalste weg ingeval van gelijktijdige uitvoering.
Deze ontlasting wordt beperkt tot :
● 6 meter bij gesloten bebouwing;
● 20 meter bij half-open of open bebouwing.
Beide cijfers worden vermeerderd met de diepte van de opgelegde non-aedificandi zones langs de breedste of eerst aangelegde weg.
Deze bepaling is slechts van toepassing wanneer de twee rooilijnen een hoek vormen van ten hoogste 120°.
Wanneer het gaat om een afgesneden of afgeronde hoek, wordt de lengte ervan voor de helft aangerekend langs elke straatzijde.
Voor de bestaande gebouwen gelegen in de zones beschreven in artikel 12 wordt de belastbare lengte van het eigendom aan de straatzijde beperkt tot de breedte van het gebouw aan de straatzijde vermeerderd met 10 m. evenwel beperkt tot de breedte aan de straatzijde.
De breedte aan de straatzijde wordt bepaald door de afstand te nemen tussen de 2 loodlijnen op de straat die de rooilijnen van het gebouw zijn.
Artikel 6 - Verdeling belasting
Wanneer er twee of meer eigendommen gelegen zijn binnen één der zones die zich langs weerszijden van de weg uitstrekken over een diepte van 12 meter, dan wordt de belasting welke berekend overeenkomstig art. 3 verdeeld onder de betrokken eigenaars in verhouding tot de hun toebehorende oppervlakte binnen de betrokken strook.
Op het snijpunt van twee wegen wordt de strook zijdelings afgebakend door de bissectrice van de hoek.
Wanneer er een strook non-aedificandi bestaat, wordt er geen rekening gehouden met de diepte dezer stroken voor de berekening van de diepte van 12 meter zoals bedoeld in alinea 1.
In de mate dat de stroken elkaar dekken, kan een eigendom niet tweemaal worden belast wegens werken achtereenvolgens uitgevoerd aan twee verschillende wegen.
Artikel 7 - Interesten
De jaarlijkse te betalen belasting omvat de jaarlijkse schijf van het terug te betalen kapitaal dat aangewend werd ter betaling van de terugvorderbare uitgaven, vermeerderd met het bedrag van de intrest die op het niet teruggestorte gedeelte moet worden betaald.
De toe te passen rentevoet is deze welke door Belfius toegepast wordt op het tweede semester van het vorig kalenderjaar voor aan de gemeente toegestane leningen voor de financiering van werken van dezelfde aard als die welke aanleiding geven tot de belasting.
Zo de werken worden uitgevoerd, zonder lening zal de aflossingstermijn vastgesteld worden op 20 jaar terwijl de intrest zal gelijkgesteld worden met deze van Belfius voor leningen op lange termijn.
Artikel 8 - Vervroegde terugbetaling
De belastingplichtige kan, ten allen tijde, het eigendom ontlasten , van het bedrag der terugvorderbare uitgave, die erop betrekking heeft door aan de gemeente de waarde te storten van het totaal bedrag der nog niet eisbare schijven van het kapitaal. De intrest is steeds verschuldigd voor het jaar tijdens hetwelk de betaling plaats heeft.
Artikel 9 - De belasting slaat op de eigendom en is verschuldigd door de eigenaar
Ingeval er een recht van opstal of een recht van erfpacht bestaat, is de belasting verschuldigd door de opstalhouder of de erfpachter, terwijl de eigenaar hoofdelijk mede de belasting verschuldigd is. Wanneer het eigendom bestaat uit een gebouw met meerdere appartementen, waarop de verschillende eigenaars een uitsluitend recht hebben, dan wordt de belasting die betrekking heeft op het gebouw, verdeeld onder hen in de verhouding van hun aandeel in het belaste eigendom.
Bij deze berekening kunnen bij beslissing van de gemeenteraad achteringelegen percelen en gebouwen met toegang tot de openbare weg in aanmerking worden genomen.
Ingeval van overgang van onroerende zakelijke rechten wordt de nieuwe titularis belastingplichtige vanaf 1 januari volgend op de datum der akte die hem het recht toekent.
Artikel 10 - Invordering
Worden op rol gebracht de schuldenaren, aangeduid zoals bepaald in artikel 9, ingevolge hun hoedanigheid van belastingplichtige op 1 januari volgend op de voltooiing der werken en op 1 januari van ieder volgend belastingdienstjaar.
De belasting wordt ingevorderd en de geschillen worden beslecht overeenkomstig de bepalingen van het invorderingsdecreet van 30 mei 2008.
Een bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Artikel 11 - Verschuldigd
De eerste jaarlijkse belasting is verschuldigd op de 1ste januari volgend op de voltooiing van de onderneming, vastgesteld door een besluit van het College van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 12 - Uitstel
De belasting wordt uitgesteld in volgende gevallen :
Wanneer de toestand om reden waarvan de belasting uitgesteld werd, geheel of gedeeltelijk een einde neemt voor het verstrijken van de afbetalingsperiode, te rekenen vanaf het eerste belastingjaar, is de jaarlijkse belasting verschuldigd vanaf 1 januari hieropvolgend.
Indien bij het verstrijken van de afbetalingsperiode deze toestand nog geen einde genomen heeft, wordt het goed definitief vrijgesteld.
Voor de toepassing van het 2) van alinea 1 worden de aaneenpalende terreinen die aan éénzelfde eigenaar toebehoren, beschouwd als één geheel.
Artikel 13 - Geldigheid
Het huidig reglement is toepasselijk op de werken voor wegenuitrusting waarvan de voltooiing gelegen is tijdens de dienstjaren 2026 tot en met 2031. Het wordt van kracht na bekendmaking overeenkomstig de wet overeenkomstig het Decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 14 - Vroegere reglementen
De vroegere reglementen zijn van kracht voor werken waarvan het einde plaats had binnen hun toepassingsperiode, onder voorbehoud van toepassing van artikel 15.
Artikel 15 - Opheffing of niet hernieuwing
Ingeval van opheffing of niet-hernieuwing van de verordening voor het verstrijken van de terugbetalingstermijn bepaald bij artikel 1 § 2, betaalt de gemeente aan de bij artikel 8 bedoelde belastingplichtigen de kapitaalschijven terug die betrekking hebben op de nog overblijvende jaren.
Ingeval van vermindering van de belastingvoet tijdens diezelfde periode, gebeurt de terugbetaling op dezelfde manier naar rato van het verschil tussen de bedragen en het saldo van de betalingsduur.
OP DE RIOLEN
Artikel 1 - Voorwerp
§1. de al dan niet aangelande eigendommen gelegen langsheen openbare wegen of gedeelten van openbare wegen waarin de riolen gelegd worden, worden onderworpen aan een jaarlijkse rechtstreekse belasting waarbij de door de gemeente gedane kosten worden teruggevorderd.
§2. het totaal bedrag van de belasting is niet hoger dan het bedrag van de terugvorderbare uitgaven plus de intresten.
De duur van de terugbetaling zal overeenstemmen met de leningstermijn toegestaan door de kredietverlener.
Artikel 2 - Uitvoering
Deze werken worden uitgevoerd, hetzij door de gemeentediensten, hetzij door een openbare of private onderneming.
Artikel 3 - Terugvorderbare uitgaven
De terugvorderbare uitgaven zijn :
● de kosten voor het opmaken van het ontwerp; wanneer deze plannen opgemaakt worden door eigen diensten, zullen de percentages volgens de door de Bestendige Deputatie vastgestelde normen, aangerekend worden;
● de kosten van verwijderen en terugplaatsen van de wegbedekking, de trottoirs en trottoirbanden;
● de kosten die voortspruiten uit de technische moeilijkheden die men ontmoet bij het uitvoeren van het werk, wegens de aard van de bodem of welkdanige andere oorzaak ook;
● de kosten van toezicht en aanbesteding, die 8 % van de kosten der werken niet mogen overschrijden;
● de kosten voor de aanleg van de riolering voor de Droog Weer Afvoer (DWA = rioolwaterafvoer) en van de plaatsing ervan alsmede van alle bijhorigheden.
Zijn niet terugvorderbaar :
● de kosten voor de aanleg van de riolering voor de Regen Water Afvoer (RWA) en van de plaatsing ervan alsmede van alle bijhorigheden.
Wanneer het riool een grotere ovale doorsnede heeft dan 80/120 of een gelijkaardige doorsnede, valt het verschil tussen de kosten der werken, bedoeld in alinea 1, die werkelijk uitgevoerd worden, en de schatting van de kosten van die werken, zo de gemeente een riool van bovenbedoeld type had geplaatst, ten laste van de gemeente.
Artikel 4 - Prijs
De terugvorderbare uitgave die betrekking heeft op iedere eigendom is gelijk aan de éénheidsprijs per strekkende meter, vermenigvuldigd met de lengte van het eigendom langs de weg of langs gedeelten van openbare wegen waarin de riolering gelegd wordt, onafgezien van hetgeen bepaald wordt in art. 5.
De éénheidsprijs per strekkende meter wordt bekomen door het totaal bedrag van de terugvorderbare uitgaven te delen door de totale lengte der eigendommen langs de straatzijde.
Artikel 5 - Eenheidsprijs
Wanneer er twee of meer eigendommen of gedeelten van eigendommen in één van de zones liggen die zich langs beide zijden van de weg over een diepte van 12 meter uitstrekken, wordt de belasting berekend overeenkomstig art. 4, verdeeld onder de betrokken eigenaars naar rato van de oppervlakte die hun in die betrokken zone toebehoort.
Op het snijpunt van twee wegen wordt de zone lateraal begrensd door de bissectrice van de hoek.
Wanneer er een strook non-aedificandi bestaat, wordt er met haar diepte geen rekening gehouden voor de berekening van de diepte van 12 meter, bedoeld in alinea 1.
Artikel 6 - Verdeling belasting
In de mate waarin de zones, voorzien in het vorig artikel, samenvallen kan een eigendom of een gedeelte van een eigendom geen tweemaal belast worden wegens werken in twee afzonderlijke wegen.
Wanneer werken gelijktijdig aan twee verschillende wegen uitgevoerd worden, geldt de vrijstelling voor de belasting die verschuldigd is voor de werken aan de weg waar de éénheidsprijs het laagst is. Dit artikel is niet toepasselijk op de hoekterreinen.
Artikel 7 - Gelijktijdige aanleg
Wanneer de gelijktijdige aanleg van twee riolen in een openbare weg noodzakelijk is wegens de breedte van die weg of om welkdanige technische reden, worden de twee riolen als één uitgave beschouwd om het bedrag der terugvorderbare kosten te bepalen.
Deze worden ten laste gelegd van de boordeigenaars langs beide zijden van de weg. Wanneer de gelijktijdige aanleg niet noodzakelijk is en slechts langs één zijde van de weg riolen aangelegd worden, zullen de kosten ervan alleen gedragen worden door de boordeigenaars langs de kant van de riolen. Het zal in dit geval verboden zijn aan de eigenaars van d e overzijde onder de straat door aan te sluiten.
Wanneer om welkdanige redenen ook het slechts mogelijk is over het geheel of over een deel van een weg één enkel riool aan te leggen, dan zullen de kosten van de aanleg van alle riolen in deze straat ten laste zijn van de eigenaars van alle eigendommen die de mogelijkheid hebben tot aansluiten en dit zoals bepaald in art. 4.
Artikel 8 - Vrijstelling
Ieder eigendom, gelegen aan de hoek van twee openbare wegen, dat uitgeeft op ieder van deze wegen en slechts aangesloten is aan het riool van één van die wegen, wordt vrijgesteld van belasting van de weg waar de werken het laatst uitgevoerd werden en dit over een lengte te rekenen vanaf de top van de hoek van :
● 12 meter indien de hoek gevormd door het snijpunt der rooilijnen minder bedraagt dan 45°;
● 9 meter indien de hoek gevormd door de snijpunten der rooilijnen van 45° tot minder dan 90° bedraagt;
● 6 meter indien de hoek gevormd door de snijpunten der rooilijnen van 90° tot minder dan 135° bedraagt.
Het aantal meters waarop de ontlasting slaat, wordt vermeerderd met de diepte van de non-aedificandi strook langs de eerst uitgevoerde weg.
Maken die werken in beide wegen het voorwerp uit van een zelfde onderneming, dan wordt de voormelde vrijstelling toegepast voor de zijde die aanleiding geeft tot de laagste belasting.
Wanneer het gaat om een afgesneden of afgeronde hoek gevormd door twee openbare wegen, wordt zijn lengte voor de helft aangerekend langs elke straatzijde.
Voor de bestaande gebouwen gelegen in de zones beschreven in artikel 14 wordt de belastbare lengte van het eigendom aan de straatzijde beperkt tot de breedte van het gebouw aan de straatzijde vermeerderd met 10 m. evenwel beperkt tot de breedte aan de straatzijde.
De breedte aan de straatzijde wordt bepaald door de afstand te nemen tussen de 2 loodlijnen op de straat die de rooilijnen van het gebouw zijn.
De verkaveling of de vormveranderingen van een eigendom kunnen geen wijziging brengen aan de in dit artikel voorziene vrijstellingen.
Artikel 9 - Interesten
De jaarlijkse te betalen belasting omvat de jaarlijkse schijf van het terug te betalen kapitaal dat aangewend werd ter betaling van de terugvorderbare uitgaven, vermeerderd met het bedrag van de intrest die op het niet teruggestorte gedeelte moet worden betaald.
De toe te passen rentevoet is deze welke door Belfius toegepast wordt op het tweede semester van het vorig kalenderjaar voor aan de gemeente toegestane leningen voor de financiering van werken van dezelfde aard als die welke aanleiding geven tot de belasting.
Zo de werken worden uitgevoerd zonder lening zal de aflossingstermijn vastgesteld worden op 20 jaar terwijl de intrest zal gelijkgesteld worden met deze van Belfius voor leningen op lange termijn.
Artikel 10 - Vervroegde terugbetaling
De belastingplichtige kan ten allen tijde, het eigendom ontlasten van het bedrag der terugvorderbare uitgaven, die erop betrekking heeft, door aan de gemeente de waarde te storten van het totaal bedrag der nog niet eisbare schijven van het kapitaal.
De intrest is steeds verschuldigd voor het jaar tijdens hetwelk de betaling plaats heeft.
Artikel 11 - De belasting slaat op het eigendom en is verschuldigd door de eigenaar
Ingeval van een recht van opstal of een recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de opstalhouder of de erfpachter, terwijl de eigenaar hoofdelijk mede de belasting verschuldigd is. Wanneer het eigendom bestaat uit een gebouw met meerdere appartementen, waarop de verschillende eigenaars een uitsluitend recht hebben, dan wordt de belasting die betrekking heeft op het gebouw, verdeeld onder hen in de verhouding van hun aandeel in het belaste eigendom.
Bij deze berekening kunnen, bij beslissing van de gemeenteraad achtergelegen bouwpercelen en gebouwen met toegang tot de openbare weg in aanmerking genomen worden.
Ingeval van overgang van onroerende zakelijke rechten, wordt de nieuwe titularis belastingplichtige vanaf 1 januari volgend op de datum der akte die hem het recht toekent.
Artikel 12 - Invordering
Worden op rol gebracht de schuldenaren, aangeduid zoals bepaald in artikel 11, ingevolge hun hoedanigheid van belastingplichtige op 1 januari volgend op de voltooiing van de werken en op 1 januari van ieder volgend belastingdienstjaar.
De belasting wordt ingevorderd en de geschillen worden beslecht overeenkomstig de bepalingen van het invorderingsdecreet van 30 mei 2008.
Een bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
Artikel 13 - Verschuldigd
De eerste jaarlijkse belasting is verschuldigd op de 1ste januari volgend op de voltooiing van de werken vastgesteld door een besluit van het College van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 14 - Uitstel
De belasting wordt uitgesteld in volgende gevallen
Deze landelijke zone omvat : de groenzone, de landbouwzone en alle andere zones waarop het in beginsel niet toegelaten is exclusief woongebieden op te richten zoals vermeld in het goedgekeurd gewestplan, zoals het desgevallend gewijzigd zal worden.
Wanneer de toestand, om reden waarom de belasting uitgesteld werd, geheel of gedeeltelijk een einde neemt voor het verstrijken van de periode waarover de afbetaling geschiedt, te rekenen vanaf het eerste belastingdienstjaar, is de jaarlijkse belasting verschuldigd vanaf 1 januari hieropvolgend.
Indien bij het verstrijken van de afbetalingsperiode, deze toestand nog geen einde genomen heeft, wordt het goed definitief vrijgesteld.
Voor de toepassing van 2) alinea 1 worden de aaneenpalende terreinen die aan éénzelfde eigenaar toebehoren als één geheel beschouwd.
Artikel 15 - Geldigheid
Het huidig reglement is toepasselijk op de werken waarvan de voltooiing gelegen is tijdens de dienstjaren 2026 tot en met 2031. Het heeft uitwerking na bekendmaking overeenkomstig het Decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 16 - Vroegere reglementen
De vroegere reglementen zijn van kracht voor werken waarvan het einde plaats had binnen hun toepassingsperiode onder voorbehoud van toepassing van artikel 17.
Artikel 17 - Opheffing of niet hernieuwing
Ingeval van opheffing of niet-hernieuwing van de verordening voor het verstrijken van de terugbetalingstermijn bepaald bij artikel 1 laatste alinea, betaalt de gemeente aan de bij artikel 10 bedoelde belastingplichtige de kapitaalschijven terug die betrekking hebben op de nog overblijvende jaren.
Ingeval van vermindering van de belastingvoet tijdens diezelfde periode, gebeurt de terugbetaling op dezelfde manier naar ra rato van het verschil tussen de bedragen en het saldo van de betalingsduur.
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
24.
Titel | Retributie op werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein 2026-2028 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
Het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein is geldig tot en met aanslagjaar 2025 en dient verlengd te worden.
Juridische gronden
• Art. 41, 162 en 170§4 Grondwet
• Art. 40 en 41 Decreet Lokaal Bestuur
• Invorderingsdecreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
• Gemeenteraadsbesluit van 15/12/2022 betreffende het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein
Advies
/
Motivatie
Sedert verschillende jaren kan de gemeente aan de distributienet beheerder Fluvius/Sibelgas een retributie aanrekenen voor de hinder op het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan de nutsvoorzieningen. De mogelijkheid om bij de distributienetbeheerder de betaling te verkrijgen van een gemeentelijk opgelegde retributieheffing vindt zijn grondslag in de statuten, waarvoor de raad van bestuur een algemeen kader kan creëren, en voor zover dit aanvaard is in het distributienettarief door de reguleringsinstantie. Er is eveneens voorzien dat de distributienetbeheerder aan haar vennoten alle informatie ter beschikking zal stellen die noodzakelijk is om de belasting of retributie te heffen.
Voor de jaren 2026-2028 ontvingen we het schrijven van Fluvius op 25/09/2025 (brief + model gemeenteraadsbeslissing in koppeling). Op basis hiervan wordt het retributiereglement aangepast voor de periode 2026-2028.
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-70057000 Nutsvoorzieningen" voor € 32.000 in 2026 met jaarlijkse verhoging van € 1.000 tot 2031.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein goed voor de periode 2026-2028.
Retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein 2026-2028
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1 - algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen zijn :
● alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen,…), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten , palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten…) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof,
● telecommunicatie,
● radiodistributie en kabeltelevisie,
● de transmissie van enigerlei data, ongeacht of een privé-gebruiker al dan niet op die installaties kan aangesloten worden,
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.
De retributie wordt geheven voor een termijn die ingaat op 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028.
Artikel 2 - Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per lopende meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt voor werken in rijwegen € 10,24, voor werken in voetpaden € 7,88 en voor werken in aardewegen € 4,73.
Op deze basisbedragen wordt, in analogie met de niet-periodieke tarieven, een indexatie toegepast.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Elk deel van een lopende meter wordt als een volledige lopende meter in rekening gebracht.
Artikel 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van € 1,00 per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als haar werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van € 0,50 per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente.
Op deze basisbedragen wordt, in analogie met de niet-periodieke tarieven, een indexatie toegepast.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 4 - inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Isabelle Baele Gil Vandevoorde Didier Noltincx Liv Crabbé Bernard Carpriau Wies Herpol Raf De Visscher Guido Schollen Laura Deneve Erwin Ollivier Veerle Haemers Dirk Vandervelden Marc Joseph Roger Mertens Houda Khamal Arbit Cedric Caeymaex Walter Vansteenkiste Christian Andries Kevin Desmet Orhan Aydin Géraldine Hermann Fatima Bouyidou Mireille Van Acker Arlette De Ridder aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 7 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
25.
Titel | Reglement opname leegstandregister en belasting leegstaande woningen en gebouwen 2026-2031 |
Dienst | Huisvesting |
Stemming | Goedgekeurd met 17 stemmen voor bij 7 onthoudingen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
Het huidige gemeentelijk belastingreglement betreffende leegstand en leegstandsheffing is geldig tot en met aanslagjaar 2025 en dient te worden hernieuwd.
Juridische gronden
● Artikels 40 §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017 (DLB).
● Artikel 170, §4 van de Grondwet.
● Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
● Het bestuursdecreet van 07/12/2018.
● Boek 2, Deel 2, Titel 3, artikels 2.9 - 2.14 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
● Boek 2. Deel 2. Titel 4 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 betreffende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid. Onder artikel 2.14 staat leegstaande gebouwen en woningen opsporen, registreren en aanpakken opgenomen als basisinitiatief.
● Besluit van de gemeenteraad van 18/09/2025 houdende het verderzetten van de deelname aan de Interlokale Vereniging “Woonwinkel West-Brabant”.
● Besluit van de gemeenteraad van 24/06/2021 houdende een gemeentelijk belastingreglement leegstaande woningen en gebouwen - aanslagjaren 2021-2025 + alle voorgaande reglementen waar momenteel nog een woning op het register staat die op basis van dat reglement werd opgenomen.
Advies
Het reglement werd opgemaakt rekening houdende met de adviezen van de Interlokale Vereniging Woonwinkel Noord waar de gemeente deel van uitmaakt.
Motivatie
Langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden. De leegstandsheffing dient als instrument om leegstand en verloedering tegen te gaan en opwaardering van de buurt te stimuleren.
Leegstand van woningen opsporen, registreren en aanpakken is een gemeentelijke bevoegdheid. Gemeenten hebben een ruime vrijheid om te bepalen hoe ze leegstand bestrijden, maar er zijn enkele basisvoorwaarden:
● Gemeenten met een leegstandsregister moeten de definities uit de Vlaamse Codex Wonen (art. 2.9–2.14) gebruiken.
● Nieuwbouw mag pas zeven jaar na de vergunning, zonder functiegebruik, als leegstaand worden beschouwd.
● Schrapping uit het register gebeurt als het gebouw of de woning zes maanden volgens de functie wordt gebruikt.
● De leegstandsregistratie geldt voor gebouwen zonder economische functie of met een economische functie op percelen kleiner dan 500 m², die niet onder het decreet van 19 april 1995 vallen.
De gemeente zal vanaf 2026 deel uitmaken Interlokale Vereniging Woonwinkel West-Brabant. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande gebouwen en woningen als verplichte activiteit (2020-2025) en als basisactiviteit (2026-2031) zoals vermeld in artikel 2.14 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Het is aangewezen het reglement aan te passen naar volgende:
Algemene wijzigingen:
● De definities zijn geactualiseerd door te verwijzen naar de Vlaamse Codex Wonen van 2021, conform de geldende regelgeving.
● Het beschrijvend verslag en de administratieve akte zijn samengevoegd tot één document: het opnameattest. Het opmaken van beide documenten is niet langer verplicht.
● De term zakelijk gerechtigde wordt vervangen door houder van een zakelijk recht, in overeenstemming met de terminologie van de Vlaamse Codex Wonen.
● De indicaties die leegstand aantonen werden verduidelijkt en er werden indicaties toegevoegd:
○ Gemeenschapswachten onder de categorie getuigenissen;
○ Het ontbreken van openingsuren of bedrijfsinformatie bij een gebouw of online;
○ Het ontbreken van een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) voor een gebouw;
○ Een onbruikbaar gemaakte, weggehaalde of (over)volle brievenbus.
● Enkele indicaties worden uit de limitatieve lijst geschrapt:
○ Aangifte als tweede verblijf → leegstand primeert op tweede verblijf.
○ Langdurig te huur of te koop aanbieden → de term langdurig is vaag en vereist meerdere vaststellingen; deze indicatie wordt in de praktijk niet gebruikt.
○ Vermindering van het kadastraal inkomen → deze gegevens zijn niet beschikbaar voor de administratie en worden in de praktijk niet gebruikt.
○ Vermoeden van niet-bewoning ondanks inschrijving in het bevolkingsregister → dit valt onder domiciliefraude en kan niet via het leegstandsreglement worden aangepakt.
● Het artikel "Een gebouw of woning wordt niet opgenomen indien..." wordt volledig geschrapt:
○ Het aantonen van gebruik conform de functie → dit valt onder de beroepsprocedure tegen opname.
○ De bepaling over een periode van maximaal 2 jaar waarin het gebouw of de woonentiteit te huur of te koop wordt aangeboden →zie eerdere opmerking.
○ De bepaling over een periode van maximaal 5 jaar voor afgewerkte of nieuwe gebouwen die nog niet in gebruik zijn genomen → dit is strijdig met de Vlaamse Codex Wonen, die een termijn van 7 jaar voorziet voor nieuwbouwwoningen.
○ De bepaling over het gebruik als tweede verblijfplaats met minimale verbruiksdrempels → in het reglement tweede verblijf kan gewerkt worden met de verbruiksindicatoren van Fluvius (geen/laag/matig/hoog verbruik).
● In de beroepsprocedure wordt de ontvangstbevestiging geschrapt.
● Naar aanleiding van het Grond- en Pandendecreet was het mogelijk om verschillende belastingbedragen te hanteren voor kamers, studentenkamers, appartementen en studio’s. De Vlaamse Codex Wonen maakt echter enkel onderscheid tussen woningen en gebouwen. Hoewel het technisch mogelijk blijft om voor kamers een apart bedrag te voorzien, is dit binnen de gemeente niet toegestaan. Deze onderverdeling wordt daarom geschrapt.
● De behandeling van vrijstellingen kan niet worden toevertrouwd aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband. De Vlaamse Codex Wonen laat wel toe dat de opmaak, opbouw, het beheer en de actualisatie van het leegstandsregister worden uitbesteed aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband (zie artikel 2.9 VCW).
Bijzondere wijzigingen:
● Aanpassing van de termijn van heffing, naar analogie van het reglement verwaarlozing, van twaalf maand naar zes maand, zodat sneller kan worden ingespeeld op de problematiek
● Aanpassing van het belastingtarief: het belastingtarief wordt opgetrokken van €1.750 naar €2.000. De maximale heffing bedraagt €10.000 vanaf vijf opeenvolgende aanslagjaren. de bedragen worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari.
● Verduidelijking van vrijstellingsmogelijkheden:
○ Minder dan één jaar houder van het zakelijk recht: deze vrijstelling biedt nieuwe houders van het zakelijk recht de mogelijkheid om de woning in gebruik te nemen of te renoveren. Het is redelijk dat iemand die recent een eigendom heeft verworven, nog geen tijd heeft gehad om de leegstand aan te pakken.
○ Verblijf in een erkende oudervoorziening of psychiatrische instelling: de houder zakelijk recht is fysiek of mentaal niet in staat om de woning te bewonen of te beheren. Deze sociaal gemotiveerde vrijstelling houdt rekening met overmacht en kwetsbare situaties.
○ Gelegen in een goedgekeurd onteigeningsplan: indien een woning of gebouw gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, is het logisch dat de houder van het zakelijk recht geen investeringen meer doet. De overheid erkent hiermee dat de houder van het zakelijk recht geen controle meer heeft over het lot van het pand. De vrijstelling geldt voor de eerste vijf aanslagjaren na de goedkeuring van het plan.
○ Vernield of beschadigd door een plotse ramp: wanneer een woning of gebouw ernstig werd beschadigd of vernield ten gevolge van een plotse ramp, zoals brand of overstroming, is het onredelijk om een belasting op te leggen. De houder van het zakelijk recht is in dat geval slachtoffer van overmacht en moet voldoende tijd krijgen om de schade te herstellen. Deze vrijstelling geldt enkel indien de woning of het gebouw pas na de ramp werd opgenomen in het leegstandsregister, en de ramp dus de aanleiding vormt voor de leegstand.
● Volgende vrijstellingsmogelijkheid werd toegevoegd:
○ Meerdere woningen tegelijk renoveren of slopen en vervangen: Deze vrijstelling is bedoeld voor situaties waarin een houder van het zakelijk recht meerdere leegstaande panden tegelijk aanpakt in het kader van een groter renovatie- of herontwikkelingsproject. Dergelijke projecten vergen vaak een langere voorbereidingstijd, coördinatie van aannemers, vergunningsprocedures en aanzienlijke investeringen. Door tijdelijk vrijstelling te verlenen, wordt ruimte gecreëerd om deze projecten op een haalbare en planmatige manier uit te voeren, zonder dat de belastingdruk een rem zet op de herbestemming van leegstaande panden. De vrijstelling is tijdelijk en gekoppeld aan een jaarlijkse rapporteringsplicht aan het lokaal woonoverleg, dat de voortgang opvolgt en advies geeft aan het college van burgemeester en schepenen. Zo wordt misbruik vermeden en blijft de maatregel gericht op effectief hergebruik van leegstaand patrimonium. Deze vrijstelling sluit aan bij het gemeentelijk beleid om grotere herontwikkelingen te stimuleren en tegelijk de leefbaarheid van buurten te verbeteren.
● Volgende vrijstelling wordt ingekort van 5 jaar (voor vergunningsplichtige werken) en 3 jaar (voor niet vergunningsplichtige werken) naar maximum 1 jaar, met mogelijkheid tot verlening van 1 jaar bij vergunningplichtige werken:
○ Grondige renovatie in het belastingjaar: wanneer substantiële werken worden uitgevoerd om de verwaarlozing te beëindigen, wordt het doel van de belasting bereikt. De inkorting van de periode van vrijstelling stimuleert herstel. Enkel bij vergunningplichtige werken kan de vrijstelling nog verlengd worden met 1 jaar
● Volgende vrijstellingen werden geschrapt:
○ Beperkte handelingsbekwaamheid → Onderhoud blijft belangrijk, ongeacht persoonlijke situatie.
○ Tweede verblijf → Een woning staat of in het leegstandsregister, of in het register tweede verblijven. Indien het een tweede verblijf is wordt de woning geschrapt uit het leegstandsregister.
○ Openstaande nalatenschap → Geen vrijstelling kan leiden tot snellere oplossing van de situatie.
○ Erkenning als monument → Monumenten kunnen bewoond worden indien dit de functie is.
○ Beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap → Ook deze kunnen bewoond worden indien dit de functie is.
○ Verzegeling of betredingsverbod in strafrechtelijke procedure → In sommige gevallen kan de eigenaar toch maatregelen nemen.
○ Eigendom van openbare besturen of woonmaatschappijen → Vrijstelling is niet verenigbaar met het gelijkheidsbeginsel.
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-73740000 Leegstaande woningen en gebouwen" voor € 46.000 in 2026 met jaarlijkse verhoging van € 1.000 tot 2031.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het reglement Opname en belasting van leegstaande woningen en gebouwen – 1 januari 2026 t.e.m. 31 december 2031 - goed.
Reglement Opname en belasting van leegstaande woningen en gebouwen
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor toepassing van dit gemeentelijk reglement voor de opmaak van het leegstandsregister In dit reglement wordt verstaan onder:
1° Administratie:
de personeelsleden die door het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband belast zijn met de opsporing van leegstaande woningen en gebouwen. Zij bezitten onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden. De administratie voert alle taken uit met betrekking tot de opmaak, opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister;
2° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
● Een (elektronisch) aangetekend schrijven,
● een afgifte tegen ontvangstbewijs,
● elke andere door de administratie toegelaten betekeniswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
3° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
4° houder (of medehouder) van het zakelijk recht: de betrokken partij(en) met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning;
5° leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw;
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten, zoals vermeld in artikel 2.10 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
6° Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;
7° Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt al een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
8° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
9° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
A.Reglement opname leegstandsregister woningen/gebouwen
Artikel 2. Leegstandsregister
De administratie houdt een register bij van leegstaande woningen en gebouwen. In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
● het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
● het dossiernummer;
● de datum van opname in het leegstandsregister.
Artikel 3. Vaststelling van leegstand
§1. Een gebouw wordt als leegstaand beschouwd wanneer meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden.
Een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer deze niet wordt aangewend in overeenstemming met de woonfunctie gedurende een termijn van minstens twaalf opeenvolgende maanden.
§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een opnameattest. Dit attest bevat minstens één foto en een vermelding van de indicaties die de leegstand staven. De datum van het opnameattest geldt als datum van de vaststelling van de leegstand en als opnamedatum in het register.
§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van minstens één objectieve indicatie uit onderstaande lijst:
• geen inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
• het ontbreken van een stedenbouwkundige vergunning op het adres van de woning of het gebouw;
• het ontbreken van aansluitingen op de nutsvoorzieningen; of een dermate laag verbruik van de nutsvoorzieningen dat een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;
• verwaarloosde buitenruimte door opschietende en niet onderhouden beplanting, geen tekenen van betreding, of tekenen van vernieling aan of in de woning, het gebouw of de omgeving;
• de onmogelijkheid om de woning of het gebouw te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang, dichtgemetselde of dichtgetimmerde gevelopeningen;
• ernstig vervuild glas- en/of buitenschrijnwerk;
• de woning of het gebouw is niet bemeubeld of ingericht;
• getuigenissen: verklaringen van postmedewerkers, wijkinspecteurs en gemeenschapswachten;
• de woning of het gebouw wordt niet gebruikt overeenkomstig de functie;
• het ontbreken van openingsuren of bedrijfsinformatie bij een gebouw of online;
• het ontbreken van een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) voor een gebouw;
• een onbruikbaar gemaakte, weggehaalde of (over)volle brievenbus.
§ 4. Een woning of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen of woningen kan eveneens worden opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen.
§5. Register tweede verblijven en register leegstaande woningen en gebouwen kunnen niet gecombineerd worden. Bij twijfel of onvoldoende bewijzen zal de administratie de woning opnemen in het register van leegstaande woningen en gebouwen.
§6. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen, kan niet worden opgenomen in het gemeentelijk register van leegstaande woningen en gebouwen. Omgekeerd kan dit wel, een woning die opgenomen wordt in het gemeentelijk register van leegstaande woningen engebouwen, kan nadien ook opgenomen worden in de gewestelijke inventaris van ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaarde woningen.
§7. Assistentiewoningen worden juridisch niet als afzonderlijke woningen beschouwd. Ze kunnen enkel als leegstaand worden geregistreerd als meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte van het gebouw niet gebruikt wordt volgens de functie van het gebouw.
Artikel 4. Kennisgeving van de opname
§1. Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister.
§2. De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan de verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.
Artikel 5. Beroep tegen de opname
§1. Het modelformulier om beroep in te dienen tegen de opname in het register van leegstaande woningen of gebouwen is terug te vinden op de website van de gemeente of te vragen aan de administratie.
Het beroepschrift moet minstens de volgende gegevens bevatten:
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt de houder van het zakelijk recht bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij deze optreedt als advocaat die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. De houder van het zakelijk recht vult het modelformulier om beroep in te dienen tegen de opname in het register van leegstaande woningen en gebouwen in binnen een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de beveiligde zending betreffende de kennisname van de opname in het leegstandsregister.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in §1. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §2 niet verstreken is. Dan vervalt het eerste beroep.
§4. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. De beslissing wordt genomen op basis van de stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een beslissing op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd, of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent de beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de indiening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§6. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het leegstandsregister.
Artikel 6. Schrapping uit het leegstandsregister
§ 1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt wanneer een houder van het zakelijk recht bewijst dat :
● de woning gedurende minstens zes opeenvolgende maanden wordt aangewend overeenkomstig de woonfunctie
● of dat de woning volledig werd gesloopt en dit blijkt uit objectieve vaststellingen, waaronder de volledige ruiming van het puin.
De administratie kan op eigen initiatief een woning uit het leegstandsregister schrappen, op basis van objectieve en controleerbare bewijzen.
De schrapping uit het leegstandsregister geldt met terugwerkende kracht vanaf de eerste dag waarop de woning werd gebruikt overeenkomstig de woonfunctie, of vanaf de datum waarop het puin volledig werd geruimd na sloop.
Het effectief gebruik wordt aangetoond door een inschrijving van minstens zes opeenvolgende maanden in het bevolkingsregister. Indien dit onvoldoende blijkt, kan de administratie een aanvullend feitenonderzoek uitvoeren.
§2. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt wanneer een houder van het zakelijk recht bewijst dat:
● meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte gedurende minstens zes opeenvolgende maanden wordt aangewend overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 5°, of
● het gebouw volledig werd gesloopt en dit blijkt uit objectieve vaststellingen, waaronder de volledige ruiming van het puin,
De schrapping uit het leegstandsregister geldt met terugwerkende kracht vanaf de eerste dag waarop het gebouw overeenkomstig de functie werd gebruikt, of vanaf de datum waarop het puin volledig werd geruimd na sloop.
De administratie stelt deze aanwending of sloop vast op basis van administratieve gegevens of, indien nodig, na een onderzoek ter plaatse.
§3. De loutere voorlegging van een (handels)huurovereenkomst kan niet volstaan als bewijs voor de beëindiging van de leegstand van een gebouw of woning, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van het gebouw of de woning.
§4. Het modelformulier om een schrapping aan te vragen is beschikbaar op de website van de gemeente of te vragen aan de administratie. De schrappingsaanvraag bevat:
● de identiteit en het adres van de indiener;
● het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
● de bewijsstukken zoals vermeld in §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;
Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van ontvangst van het ingevulde schrappingsformulier.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, wordt een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging toegevoegd aan het dossier, tenzij deze persoon optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§5. De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van negentig dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van de beslissing met een beveiligde zending. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het leegstandsregister.
§6. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5. Dezelfde termijnen en procedures gelden.
Hoofdstuk 2: Belasting op leegstaande woningen en gebouwen
Artikel 7: Belastbaar voorwerp en belastingtermijn
§1. Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 geldt er een gemeentebelasting op woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het leegstandsregister. De belasting is voor het eerst verschuldigd op het ogenblik dat de woning of het gebouw zes opeenvolgende maanden opgenomen is in het leegstandsregister. Nadien blijft de belasting telkens verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt zolang de woning of het gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
§2. Belasting tweede verblijven en de belasting op leegstaande woningen en gebouwen kunnen niet gecombineerd worden. Bij twijfel of onvoldoende bewijzen wordt de belasting op leegstaande woningen en gebouwen toegepast.
Artikel 8. Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de leegstaande woning of het leegstaand gebouw.
§ 2. Bij mede-eigendom wordt de leegstandsbelasting pro rata verdeeld volgens het eigendomsdeel, maar alle mede-eigenaars zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het volledige bedrag. Een mede-eigenaar met een persoonsgebonden vrijstelling is vrijgesteld van betaling; de overige mede-eigenaars blijven hoofdelijk aansprakelijk voor het resterende bedrag.
§ 3. In geval van overdracht van het zakelijk recht informeert de verkoper of diens notaris de verkrijger van het zakelijk recht vooraf dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
De verkoper of diens notaris stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte via beveiligde zending in kennis van de overdracht. De kennisgeving bevat minstens de volgende gegevens:
● het adres van de overgedragen woning of gebouw;
● naam en adres van de nieuwe houder van het zakelijk recht en het eigendomsaandeel;
● datum van de akte van verkoop;
● naam en kantooradres van de notaris.
De belastingplicht gaat over op de nieuwe houder vanaf de datum van de akte van verkoop.
Bij ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
In elk geval wordt er geen rekening gehouden met de tussen partijen gesloten overeenkomst aangaande de verschuldigde belasting.
Artikel 9. Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
● Na 6 opeenvolgende maanden opname in het leegstandsregister: 2.000 euro;
● Na 18 opeenvolgende maanden: 4.000 euro;
● Na 30 opeenvolgende maanden: 6.000 euro;
● Na 42 opeenvolgende maanden: 8.000 euro;
● Vanaf 54 opeenvolgende maanden: 10.000 euro per jaar.
Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. De bedragen worden steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele bedrag.
§2. Wanneer een vrijstelling van de leegstandsheffing wordt toegekend, wordt bij het verstrijken van de vrijstellingsperiode opnieuw gekeken naar het totaal aantal opeenvolgende maanden dat het gebouw of de woning in het leegstandsregister is opgenomen.
§3. Indien er een overdracht is van het zakelijk recht vervalt het aantal termijnen dat de woning of een gebouw in het leegstandsregister staat. Op basis van artikel 11, §3, 1° kan een nieuw houder van het zakelijk recht een vrijstelling aanvragen voor het eerste jaar dat volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht. Vanaf 18 maanden zal de nieuwe houder zakelijk recht de eerste maal belast worden.
Artikel 10: Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De kohierbelasting wordt betaald binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Bij niet-betaling binnen de termijn volgen invorderingsmaatregelen conform het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Artikel 11: Bezwaarprocedure
§1. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
§2. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn door de belastingschuldige of diens vertegenwoordiger.
Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:
● E-mail: fin@wemmel.be;
● Post: gemeentebestuur Wemmel – college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel;
● Via het formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website.
§3. De belastingplichtige kan beroep doen op de volgende persoonsgebonden of woning- of gebouwgebonden vrijstellingsmogelijkheden. De persoonsgebonden vrijstellingen gaan niet over op de nieuwe houder van het zakelijk recht bij overdracht. Een vrijstelling moet jaarlijks worden aangevraagd.
Persoonsgebonden vrijstellingen:
Van de belasting op leegstaande woningen en gebouwen is vrijgesteld:
1° De belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder is van het zakelijk recht op de woning of het gebouw, voor de eerste belastingaanslag die volgt op het verkrijgen van dat zakelijk recht. Deze vrijstelling moet worden aangetoond met een attest van de notaris of de notariële akte waaruit de datum van verwerving blijkt.
2° De enige belastingplichtige die verblijft in een erkende oudervoorziening, of opgenomen is in een psychiatrische instelling. Het verblijf of de opname moet worden bevestigd met een gedateerd attest van de betrokken voorziening of instelling. De vrijstelling geldt voor de eerstvolgende belasting na de opname in de voorziening of instelling, op voorwaarde dat de belastingplichtige de laatste bewoner was van de woning.
Gebouw- of woning gebonden vrijstellingen:
Van de belasting op leegstaande woningen en gebouwen is vrijgesteld een woning of gebouw dat:
3° Grondig werd gerenoveerd in het jaar waarop de belasting betrekking heeft. De uitgevoerde werken moeten gericht zijn op het wegwerken van de leegstand. Bij vergunningsplichtige werken kan de vrijstelling maximaal één keer worden verlengd op voorwaarde dat de voortgang van de werken wordt aangetoond via het voorleggen van de volgende bewijsstukken:
● Bij vergunningsplichtige werken - bewijsstuk bij eerste vrijstellingsaanvraag: een goedgekeurde stedenbouwkundige- of omgevingsvergunning (geen sloopvergunning);
● Bij andere renovatiewerken of bij verlenging van vrijstelling voor vergunningsplichtige werken moet een renovatiedossier worden opgemaakt dat volgende documenten omvat:
● een schets of plan met aanduiding van de uitgevoerde werken;
● een beschrijving van de uitgevoerde werken;
● facturen van de uitgevoerde werken;
● foto's van voor en na de renovatie.
4° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, of geen vergunning meer kan worden afgeleverd wegens een voorlopig of definitief onteigeningsplan. De vrijstelling geldt vanaf de goedkeuring van het plan en maximaal zolang het onteigeningsplan loopt. Het goedgekeurd onteigeningsplan moet worden voorgelegd.
5° Vernield of beschadigd werd door een plotse ramp (brand of overstroming). De vrijstelling wordt toegekend op basis van een besluit van de burgemeester (artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet) en geldt tot de opheffing van dit besluit. Deze vrijstelling geldt enkel als de woning of het gebouw voor de ramp niet in het leegstandsregister was opgenomen.
6° deel uitmaakt van meerdere woningen van dezelfde houder van het zakelijk recht die tegelijk worden gerenoveerd, gesloopt of vervangen. De houder van het zakelijk recht moet jaarlijks rapporteren over de voortgang op het lokaal woonoverleg. Het woonoverleg geeft een advies aan het college van burgemeester en schepenen over de voortgang. Op basis van dit advies kan het college een vrijstelling toekennen met een maximum van vijf belastbare periodes. Deze vrijstelling dient door de houder van het zakelijk recht jaarlijks aangevraagd te worden voordat de eerste termijn van zes maanden na opname of de volgende termijn van 12 maanden verstrijkt.
Artikel 12: Overgangsbepaling
§1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk reglement betreffende opname en belasting van leegstaande woningen en gebouwen van 24 juni 2021. Woningen en gebouwen die voor 1 januari 2026 zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, blijven opgenomen met behoud van hun opnamedatum. Deze opname blijft rechtsgeldig en vormt de basis van detoepassing van dit reglement, tenzij de eigenaar aantoont dat de woning of het gebouw niet langer leegstaat conform de bepalingen van dit reglement.
§2. Voor de bepaling van het belastingtarief wordt verdergegaan op het aantal maanden dat de woning of het gebouw is opgenomen in het leegstandsregister, ongeacht of er een vrijstelling van toepassing is. Deze regeling is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2026.
§3. Voor woningen of gebouwen die vóór de inwerkingtreding van dit reglement werden opgenomen in het leegstandsregister, wordt de eerste belasting pas geheven na twaalf maanden opname, in plaats van na zes maanden. De volgende belasting volgt na achttien maanden en verder zoals voorzien in artikel 11 van dit reglement.
§4. Bij vrijstellingen waarvoor een maximaal aantal verlengingen is vastgelegd, worden de vrijstellingen die in het verleden zijn toegekend onder eerdere leegstandsreglementen niet meegeteld. Werd in 2025 een vrijstelling toegestaan voor de eerstvolgende aanslag dan krijgt de houder van het zakelijk recht een ambtshalve vrijstelling voor de eerstvolgende aanslag in 2026.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Cedric Caeymaex Christian Andries Guido Schollen Wies Herpol Isabelle Baele Liv Crabbé Laura Deneve Didier Noltincx Raf De Visscher Bernard Carpriau Houda Khamal Arbit Kevin Desmet Dirk Vandervelden Marc Joseph Veerle Haemers Fatima Bouyidou Arlette De Ridder Gil Vandevoorde Roger Mertens Géraldine Hermann Erwin Ollivier Orhan Aydin Mireille Van Acker aantal voorstanders: 22 , aantal onthouders: 2 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
26.
Titel | Reglement verwaarlozing (opname register + belasting) 2026-2031 |
Dienst | Huisvesting |
Stemming | Goedgekeurd met 22 stemmen voor bij 2 onthoudingen (Mireille Van Acker en Orhan Aydin)
|
Feiten en context
Het huidige gemeentelijk reglement inzake opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen is geldig tot en met 2025 en dient te worden hernieuwd.
Juridische gronden
● Artikels 40, §3 en 41, 14° van het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017 (DLB).
● Artikel 170, §4 van de Grondwet.
● Decreet van 30/05/2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen
● Het bestuursdecreet van 07/12/2018.
● Boek 2, Deel 2, Titel 4, artikels 2.15 - 2.20 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 over het register van verwaarloosde woningen en gebouwen.
● Boek 2. Deel 2. Titel 4 van het Besluit van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 betreffende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid. Onder artikel 2.14 staat verwaarloosde gebouwen en woningen opsporen, registreren en aanpakken opgenomen als basisinitiatief.
● Besluit van de gemeenteraad van 18/09/2025 houdende het verderzetten van de deelname aan de Interlokale Vereniging “Woonwinkel West-Brabant”.
● Besluit van de gemeenteraad van 29/02/2024 houdende het gemeentelijk reglement opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen + alle voorgaande reglementen waar momenteel nog een woning op het register staat die op basis van dat reglement werd opgenomen.
Advies
Het reglement werd opgemaakt rekening houdende met de adviezen van de Interlokale Vereniging Woonwinkel Noord waar de gemeente deel van uitmaakt.
Motivatie
De gemeente maakt momenteel deel uit van de Interlokale Vereniging Woonwinkel Noord en zal vanaf 1 januari 2026 deel uitmaken van de Interlokale Vereniging Woonwinkel West-Brabant. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van verwaarloosde gebouwen en woningen als aanvullende activiteit (2020-2025) en als basisactiviteit (2026-2031) zoals vermeld in artikel 2.14 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Verwaarlozing wordt decretaal gedefinieerd als ernstige zichtbare en storende gebreken aan o.a. buitenmuren, dak, schrijnwerk en goten. Gemeenten kunnen deze definitie verder uitwerken en de vaststellingsprocedure bepalen via een reglement.
De gemeentelijke registratie geldt enkel voor gebouwen buiten het toepassingsgebied van het decreet van 19 april 1995, dus voor niet-economische gebouwen en economische gebouwen op percelen kleiner dan 500 m².
Naast verschillende herformuleringen en wijzigingen qua indeling binnen de artikels, is het aangewezen het reglement aan te passen naar volgende:
Wijzigingen in de vrijstellingen:
De vrijstellingen maken deel uit van de bezwaarprocedure omdat de behandeling van de vrijstellingen niet kan toevertrouwd worden aan een intergemeentelijke samenwerkingsverband.
● volgende vrijstellingsmogelijkheden worden duidelijker verwoord:
○ Minder dan één jaar houder van het zakelijk recht: deze vrijstelling biedt nieuwe houders van het zakelijk recht de mogelijkheid om de verwaarlozing aan te pakken; Het is redelijk dat iemand die recent een pand heeft verworven, nog geen tijd gehad heeft om de gebreken te herstellen.
○ Gelegen in een goedgekeurd onteigeningsplan: indien een woning of gebouw gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, is het logisch dat de houder van het zakelijk recht geen investeringen meer doet. Het lokaal bestuur erkent hiermee dat de houder van het zakelijk recht geen controle meer heeft over het lot van het pand.
○ Vernield of beschadigd door een plotse ramp: wanneer een woning of gebouw ernstige werd beschadigd of vernield ten gevolge van een plotse ramp, zoals brand of overstroming, is het onredelijk om een belasting op te leggen. De houder van het zakelijk recht is in dat geval slachtoffer van overmacht en moet voldoende tijd krijgen om de schade te herstellen. Deze vrijstelling geldt enkel indien de woning of het gebouw pas na de ramp werd opgenomen in het verwaarlozingsregister, en de ramp dus de aanleiding vormt voor de verwaarlozing.
● volgende vrijstelling wordt ingekort van 3 jaar naar maximum 1 jaar, met mogelijkheid tot verlening van 1 jaar bij vergunningplichtige werken:
○ Grondige renovatie in het belastingjaar: wanneer substantiële werken worden uitgevoerd om de verwaarlozing te beëindigen, wordt het doel van de belasting bereikt. De inkorting van de periode van vrijstelling stimuleert herstel. Enkel bij vergunningplichtige werken kan de vrijstelling nog verlengd worden met 1 jaar.
● Volgende vrijstellingsmogelijkheid werd geschrapt:
○ de belastingplichtige die eigenaar bewoner is en die aan de voorwaarden voldoet voor het verkrijgen van een Sociaal Verwarmingsfonds: De begeleiding gebeurd binnen de Mijn VerbouwBegeleiding. De gemeente heeft besloten om het budget van deze begeleiding niet op te trekken tijdens het College van 17/07/2025 waardoor deze vrijstelling niet kan behouden worden.
Wijziging in het tarief van de belasting:
● De basisheffing wordt verhoogd van €1.750 naar €2.000.
● De heffing zal jaarlijks worden verhoogd met €2.000, tot een maximum na 5 jaar
● De tarieven worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-7375000 Krotten / verwaarloosde, ongeschikte of onbewoonbare woningen en gebouwen" voor € 9.200 in 2026 met jaarlijkse verhoging van € 200 tot 2031
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het reglement Opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen – aanslagjaren 2026-2031 goed.
Reglement opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen 2026-2031
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1: Begripsomschrijving
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° administratie: de personeelsleden die door het college van burgemeester en schepenen of het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband belast zijn met de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. Zij bezitten onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden. De administratie voert alle taken uit met betrekking tot de opmaak, opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister;
2° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
● een aangetekend schrijven,
● een afgifte tegen ontvangstbewijs,
● via de gemeentelijke website: indien een meldingsformulier voorzien is,
● elke andere door de administratie toegelaten betekeniswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;
3° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
4° houder (op medehouder)van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning;
5° verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 2 van dit reglement;
6° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande
HOOFDSTUK 1: OPNAME
Artikel 2: Verwaarlozingsregister
§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
Artikel 3: Vaststelling van verwaarlozing
§1. Een gebouw of woning wordt beschouwd als verwaarloosd wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten. Op basis van het opnameattest wordt geoordeeld hoeveel indicaties van verwaarlozing aanwezig zijn. Indien 3 of meer gebreken van categorie I (klein gebrek) of minstens 1 gebrek van categorie II (ernstig gebrek) aanwezig is, is er sprake van verwaarlozing.
§2. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.
§3. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§4. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§5. Een woning die opgenomen is in het gemeentelijk register tweede verblijven, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
Artikel 4: Kennisgeving van de opname
§1. Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.
§2. De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.
Artikel 5: Beroep tegen de opname
§1. Het modelformulier om beroep in te dienen tegen de opname in het verwaarlozingsregister is terug te vinden op de website van de gemeente of op te vragen aan de administratie.
Het beroepschrift moet minstens de volgende gegevens bevatten:
● de identiteit en het adres van de indiener,
● het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft,
● de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister onterecht is gebeurd. De opname kan worden betwist met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt de houder van het zakelijk recht bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij deze optreedt als advocaat die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. De houder van het zakelijk recht vult het modelformulier om beroep in te dienen tegen de opname in het verwaarlozingsregister in binnen een termijn van dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van de beveiligde zending betreffende de opname in het verwaarlozingsregister.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf §1. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §2 niet verstreken is. Dan vervalt het eerste beroep.
§4. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. De beslissing gebeurt op basis van de bewijsstukken zoals vermeld in §1 als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een beslissing op basis van de bewijsstukken niet volstaat, wordt de beslissing genomen op basis van een feitenonderzoek uitgevoerd door de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd, of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§5. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent de beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de indiening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§6. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister.
Artikel 6: Schrapping uit het verwaarlozingsregister
§1. Een woning of gebouw wordt uit het verwaarlozingsregister geschrapt als de houder van het zakelijk recht bewijst dat
● de woning of het gebouw maximaal twee gebreken van categorie I vertoont en geen gebreken categorie II, zoals vermeld in het opnameattest, en deze toestand niet langer aanleiding geeft tot verwaarlozing;
● De woning of het gebouw werd gesloopt, wat blijkt uit objectieve vaststellingen waaronder de volledige ruiming van het puin.
De houder van het zakelijk recht kan dit aantonen door het aanleveren van bewijsstukken. Indien dit onvoldoende blijkt, kan de administratie een aanvullend feitenonderzoek uitvoeren.
De administratie kan op eigen initiatief een woning of gebouw uit het verwaarlozingsregister schrappen, indien bij een controle ter plaatse blijkt dat maximaal twee gebreken van categorie I aanwezig zijn en geen gebreken van categorie II voorkomen, zoals vastgesteld in het opnameattest.
§2. Het modelformulier om een schrapping aan te vragen is beschikbaar op de website van de gemeente of te vragen aan de administratie. De schrappingsaanvraag bevat:
● de identiteit en het adres van de indiener,
● het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft,
● de bewijsstukken zoals vermeld in §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister.
Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van ontvangst van het ingevulde schrappingsformulier.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, wordt een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging toegevoegd aan het dossier, tenzij deze persoon optreedt als advocaat die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§3. De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van negentig dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.
§4. Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6. Dezelfde termijnen en procedures gelden.
HOOFDSTUK 2: BELASTING OP VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN
Artikel 7: Belastbaar voorwerp en belastingstermijn
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 geldt er een gemeentebelasting op de woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister. De belasting is voor het eerst verschuldigd op het ogenblik dat de woning of het gebouw zes opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister. Nadien blijft de belasting telkens verschuldigd op het ogenblik dat de nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt.
Artikel 8: Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw
§2. Bij mede-eigendom wordt de verwaarlozingsbelasting pro rata verdeeld volgens het eigendomsdeel, maar alle mede-eigenaars zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het volledige bedrag. Een mede-eigenaar met een persoonsgebonden vrijstelling is vrijgesteld van betaling; de overige mede-eigenaars blijven hoofdelijk aansprakelijk voor het resterende bedrag.
§3. ln geval van overdracht van het zakelijk recht informeert de verkoper of diens notaris de verkrijger van het zakelijk recht vooraf dat het goed is opgenomen in het verwaarlozingsregister. De verkoper of diens notaris stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte via beveiligde zending in kennis van de overdracht.
De kennisgeving bevat minstens de volgende gegevens:
● het adres van de overgedragen woning of gebouw;
● naam en adres van de nieuwe houder van het zakelijk recht en het eigendomsaandeel;
● datum van de akte van verkoop;
● naam en kantooradres van de notaris.
De belastingplicht gaat over op de nieuwe houder vanaf de datum van de akte van verkoop.
Bij ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
In elk geval wordt er geen rekening gehouden met de tussen partijen gesloten overeenkomst aangaande de verschuldigde belasting.
Artikel 9: Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
● na 6 opeenvolgende maanden opname € 2.000;
● na 18 opeenvolgende maanden € 4.000;
● na 30 opeenvolgende maanden opname € 6.000;
● na 42 opeenvolgende maanden opname € 8.000;
● vanaf 54 opeenvolgende maanden € 10.000 per jaar.
Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. De bedragen worden steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele bedrag.
§2. Wanneer een vrijstelling van de verwaarlozingsbelasting wordt toegekend, wordt bij het verstrijken van de vrijstellingsperiode opnieuw gekeken naar het totaal aantal opeenvolgende maanden dat het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister is opgenomen.
§3. Indien er een overdracht is van het zakelijk recht, vervalt het aantal termijnen dat de woning of een gebouw in het verwaarlozingsregister staat. Op basis van artikel 11, §3, 1° kan de nieuwe houder van het zakelijk recht een vrijstelling aanvragen voor het eerste jaar dat volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht. Vanaf het tweede jaar zal de nieuwe houder zakelijk recht voor het eerst worden belast.
Artikel 10: Wijze van inning
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet worden betaald binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11: Bezwaarprocedure
§1. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
§2. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn door de belastingschuldige of diens vertegenwoordiger.
Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend:
● E-mail: fin@wemmel.be;
● Post: gemeentebestuur Wemmel – college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel;
● Via het formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website.
§3. De belastingplichtige kan beroep doen op de volgende persoonsgebonden of woning- of gebouwgebonden vrijstellingsmogelijkheden. De persoonsgebonden vrijstellingen gaan niet over op nieuwe houder van het zakelijk recht bij overdracht. Een vrijstelling moet jaarlijks worden aangevraagd.
Persoonsgebonden vrijstellingen:
Van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen is vrijgesteld:
1° De belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder is van het zakelijk recht op de woning of het gebouw, voor de eerste belastingaanslag die volgt op het verkrijgen van dat zakelijk recht. Deze vrijstelling moet worden aangetoond met een attest van de notaris of de notariële akte waaruit de datum van verwerving blijkt.
Gebouw- of woning gebonden vrijstellingen:
Van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen is vrijgesteld een woning of gebouw dat:
2° Grondig werd gerenoveerd in het jaar waarop de belasting betrekking heeft. De uitgevoerde werken moeten gericht zijn op het wegwerken van de verwaarlozing. Bij vergunningsplichtige werken kan de vrijstelling maximaal één keer worden verlengd op voorwaarde dat de voortgang van de werken wordt aangetoond via het voorleggen van de volgende bewijsstukken:
● Bij vergunningsplichtige werken - bewijsstuk bij eerste vrijstellingsaanvraag: een goedgekeurde stedenbouwkundige- of omgevingsvergunning (geen sloopvergunning);
● Bij andere renovatiewerken of bij verlenging van vrijstelling voor vergunningsplichtige werken moet een renovatiedossier worden opgemaakt dat volgende documenten omvat:
● een schets of plan met aanduiding van de uitgevoerde werken;
● een beschrijving van de uitgevoerde werken;
● facturen van de uitgevoerde werken;
● foto's van voor en na de renovatie.
3° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, of geen vergunning meer kan worden afgeleverd wegens een voorlopig of definitief onteigeningsplan. De vrijstelling geldt vanaf de goedkeuring van het plan en maximaal zolang het onteigeningsplan loopt. Het goedgekeurd onteigeningsplan moet worden voorgelegd.
4° Vernield of beschadigd werd door een plotse ramp (brand of overstroming). De vrijstelling wordt toegekend op basis van een besluit van de burgemeester (artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet) en geldt tot de opheffing van dit besluit. Deze vrijstelling geldt enkel als de woning of het gebouw voor de ramp niet in het verwaarlozingsregister was opgenomen.
Artikel 12: Overgangsbepaling
§1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk reglement opname en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen van 29 februari 2024. Woningen en gebouwen die voor 1 januari 2026 zijn opgenomen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister, blijven opgenomen met behoud van hun opnamedatum. Deze opname blijft rechtsgeldig en vormt de basis van de toepassing van dit reglement, tenzij de eigenaar aantoont dat de woning of het gebouw niet langer verwaarloost is conform de bepalingen van dit reglement.
§2. Voor de bepaling van het belastingtarief wordt verdergegaan op het aantal maanden dat de woning of het gebouw is opgenomen in het verwaarlozingsregister, ongeacht of er een vrijstelling van toepassing is. Deze regeling is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2026.
§3. Voor woningen of gebouwen die vóór de inwerkingtreding van dit reglement werden opgenomen in het verwaarlozingsregister, wordt de eerste belasting pas geheven na twaalf maanden opname, in plaats van na zes maanden. De daaropvolgende belasting vindt plaats op 18 maanden en verder zoals bepaald in artikel 9 van dit reglement.
§4. Bij vrijstellingen waarvoor een maximaal aantal verlengingen is vastgelegd, worden de vrijstellingen die in het verleden zijn toegekend onder eerdere verwarlozingsreglement niet meegeteld. Werd in 2025 een vrijstelling toegestaan voor de eerstvolgende aanslag dan krijgt de houder van het zakelijk recht een ambtshalve vrijstelling voor de eerstvolgende aanslag in 2026.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Géraldine Hermann Cedric Caeymaex Isabelle Baele Kevin Desmet Guido Schollen Christian Andries Orhan Aydin Roger Mertens Houda Khamal Arbit Erwin Ollivier Didier Noltincx Wies Herpol Fatima Bouyidou Liv Crabbé Bernard Carpriau Dirk Vandervelden Arlette De Ridder Marc Joseph Veerle Haemers Raf De Visscher Gil Vandevoorde Walter Vansteenkiste Laura Deneve Mireille Van Acker aantal voorstanders: 23 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
27.
Titel | Belasting op tweede verblijven 2026-2031 |
Dienst | Financiën |
Stemming | Goedgekeurd met 23 stemmen voor bij 1 onthouding (Mireille Van Acker)
|
Feiten en context
Het belastingreglement op tweede verblijven is geldig t.e.m. aanslagjaar 2025 en moet verlengd worden.
Juridische gronden
● Art. 41, 162 en 170§4 Grondwet
● Art. 40 en 41 Decreet Lokaal Bestuur
● Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (30/05/2008) en latere wijzigingen
● Besluit gemeenteraad 21/11/2024 betreffende het belastingreglement op tweede verblijven
Advies
/
Motivatie
De gemeente staat in voor o.a. de aanleg van infrastructuur op haar grondgebied, verschillende dienstverleningen, administratie en afvalbeheer. Niet alleen de gedomicilieerde personen maken gebruik van deze gemeentelijke diensten en inspanningen, maar ook de niet gedomicilieerde personen die in de gemeente verblijven. In tegenstelling tot de gedomicilieerde personen betalen de niet gedomicilieerde personen geen inkomstenbelasting (aanvullende personenbelasting) die ten goede komt aan de gemeente. Daarom is het verantwoord om deze personen op een andere manier te laten bijdragen in de algemene lasten die de gemeente draagt.
Via deze belasting wil de gemeente eveneens het residentieel wonen in Wemmel beschermen en het sociale leven in de gemeente bevorderen.
In het nieuwe belastingreglement worden enkele aanpassingen doorgevoerd om rechtsmisbruik te voorkomen en nog beter aan te sluiten bij het leegstandsbeleid. Zo wordt de definitie van tweede verblijf verfijnd en worden een aantal vrijstellingsgronden geschrapt. Daardoor wordt een woning die niet gebruikt wordt als tweede verblijf of conform de woonfunctie beschouwd als een leegstaande woning.
In het kader van de algemene stijging van de prijzen, wordt beslist de huidige tarieven voor 2026 te verhogen ter compensatie van de niet doorgevoerde indexering in het verleden en vanaf dan jaarlijks te indexeren:
- tarief open bebouwing wordt verhoogd van € 1.000 naar € 1.250
- tarief elke andere woongelegenheid wordt verhoogd van € 700 naar € 875
Financiële gevolgen
Deze belasting is in het meerjarenplan 2026-2031 opgenomen op budgetsleutel "0020-00-73770000 Tweede verblijven" voor een jaarlijks bedrag van € 180.000,00.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2026-2031 goed.
Belasting op tweede verblijven - aanslagjaren 2026-2031
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 01/12/2025
Artikel 1 - heffingstermijn
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse belasting gevestigd op de tweede verblijven gelegen op het grondgebied van de gemeente, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger zijn ingeschreven.
Artikel 2 - belastbare grondslag
Als tweede verblijf wordt beschouwd elke constructie met woon- of verblijfgelegenheid die:
● op 1 januari van het aanslagjaar voor de eigenaar, de huurder of de gebruiker ervan niet als hoofdverblijf dient maar wel op elk moment bewoond kan worden;
● en die minstens 7 dagen per aanslagjaar bewoond wordt of waarvoor het waterverbruik hoger ligt dan 5 m³ of het elektriciteitsverbruik hoger ligt dan 100 kWh.
De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt bepaald op 1 januari van het aanslagjaar aan de hand van het bevolking- of vreemdelingenregister indien daaruit blijkt dat niemand daar voor het hoofdverblijf werd ingeschreven of zoals vastgesteld door het onderzoek gedaan door de gemeente.
Artikel 3 - tarief
Het bedrag van de belasting wordt per jaar en per tweede verblijf vastgesteld op:
● € 1.250 voor een open bebouwing;
● € 875,00 voor elke andere woon-of verblijfsgelegenheid
(kamer/appartement/gesloten of halfopen bebouwing)
Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de index van de consumptieprijzen door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december voorafgaand aan het aanslagjaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025. De bedragen worden steeds afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele bedrag.
Artikel 4 - belastingplichtige
§1. De belasting is ondeelbaar en voor het hele aanslagjaar verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf. De hoedanigheid van tweede verblijf wordt op diezelfde datum beoordeeld.
§2. In geval van mede-eigendom wordt de belasting pro rata verdeeld volgens het eigendomsaandeel, maar alle mede-eigenaars zijn hoofdelijk gehouden tot de betaling van de volledige belasting.
§3. In geval er een recht van opstal, een recht van erfpacht of een recht van vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de opstalhouder, de erfpachthouder of de vruchtgebruiker. De eigenaar is hoofdelijk mee aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
§4. De houder van het zakelijk recht is ook belastingplichtig als de woning verhuurd wordt als tweede verblijf.
§5. Bij verkoop in de loop van het jaar is de belasting ondeelbaar en blijft de belasting verschuldigd door de zakelijk gerechtigde op 1 januari van het aanslagjaar.
§6. Het gemeentebestuur komt niet tussen in onderlinge afspraken tussen eigenaar en huurder.
Artikel 5 - vrijstellingen
Een vrijstelling wordt verleend :
● het eerste aanslagjaar na aankoop van de eigendom; deze vrijstelling moet worden aangetoond met een attest van de notaris of de notariële akte waaruit de datum van verwerving blijkt.
● het eerste jaar na stopzetting van de verhuurperiode indien de huurders gedomicilieerd waren in de verhuurde wooneenheid; deze vrijstelling moet worden aangetoond via inschrijving in het bevolkingsregister
Artikel 6 - aangifte
Artikel 6.1 - aangifteformulier
§1. De belastingplichtige is verplicht het tweede verblijf bij het gemeentebestuur aan te geven. De belastingplichtige ontvangt hiertoe jaarlijks een "voorstel van aangifte" dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd aan het gemeentebestuur ten laatste 31 december van het aanslagjaar.
§2. De aangifteplicht blijft gelden, ook indien geen voorstel van aangifte werd ontvangen. In dat geval moet de belastingplichtige uiterlijk op 31 december van het aanslagjaar spontaan aangifte doen via het gemeentelijke aangifteformulier dat beschikbaar wordt gesteld op de gemeentelijke website.
§3. De aangifte kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be
● post : gemeentebestuur Wemmel - financiële dienst, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel
● via het e-formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website
§4. De belastingplichtige is vrijgesteld van aangifteplicht indien hij voor het vorig aanslagjaar werd aangeslagen en indien de gegevens op het toegestuurde formulier "voorstel van aangifte" overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar. In dat geval is automatisch aan de aangifteplicht voldaan en wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens vermeld op het toegestuurde voorstel van aangifte. In geval van overdracht van het zakelijk recht of wijziging van de belastbare toestand is de overdrager, resp. belastingplichtige, ertoe gehouden om het gemeentebestuur hiervan binnen de 30 kalenderdagen op de hoogte te brengen.
Artikel 6.2 - ambtshalve inkohiering
Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd overeenkomstig artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met het dubbel van de verschuldigde belasting. De ambtshalve verhoging wordt jaarlijks mee geïndexeerd zoals bepaald in artikel 3. Het bedrag van deze verhoging wordt ook ingekohierd.
Artikel 7 - Wijze van invordering en betalingstermijn
De belasting wordt ingevorderd via een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet. Bij niet-betaling binnen de termijn volgen invorderingsmaatregelen conform het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Artikel 8 - Bezwaar
§1. De belastingschuldige of diens vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting of de belastingverhoging bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
§3. Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen worden ingediend :
● e-mail : fin@wemmel.be;
● post : gemeentebestuur Wemmel - college van burgemeester en schepenen, Dr. H. Folletlaan 28, 1780 Wemmel;
● Door middel van het formulier dat ter beschikking wordt gesteld op de gemeentelijke website.
Artikel 9 - Overgangsbepaling reglement tweede verblijf
§1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die datum het gemeentelijk belastingreglement betreffende belasting op tweede verblijven van 21/11/2024.
§2. Bij vrijstellingen waarvoor een maximaal aantal verlengingen is vastgelegd, worden de vrijstellingen die in het verleden zijn toegekend onder eerdere belastingreglementen op tweede verblijven niet meegeteld.
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
28.
Titel | Reglement opcentiemen VIVOO 2026-2031 |
Dienst | Huisvesting |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
Elke woning in Vlaanderen moet voldoen aan minimale normen inzake veiligheid, gezondheid en comfort, zoals vastgelegd in de Vlaamse Codex Wonen (VCW). Dit staat ook vermeld in het artikel artikel 23 van de Grondwet (recht op een menswaardig leven, waaronder behoorlijke huisvesting).
Woningen die niet aan deze normen voldoen, kunnen na een conformiteitsonderzoek door de burgemeester ongeschikt en/of onbewoonbaar worden verklaard (artikel 3.12 VCW). Deze woningen worden opgenomen in de Vlaamse Inventaris Voor Ongeschikt en Onbewoonbare woningen (VIVOO). Na één jaar opname op deze inventaris wordt een heffing gevestigd door de Vlaams gewest.
Gemeenten kunnen kiezen voor één van volgende opties:
- Een eigen belastingreglement opstellen waarbij de Vlaamse heffing vervalt en de gemeente zelf instaat voor de volledige inning en administratie mits opmaak van een eigen belastingreglement
- Opcentiemen heffen boven op de Vlaamse heffing, waarbij de Vlaamse Belastingdienst instaat voor de inning en doorstorting
De gemeenteraad besliste tijdens de zitting van14/12/2023 om voor de optie van de opcentiemen te kiezen. Deze beslissing loopt tot 31/12/2025 en moet hernieuwd worden vanaf 2026.
Juridische gronden
● Artikels 40 en 41 van het Decreet lokaal bestuur van 22/12/2017 (DLB).
● Artikel 170, §4 van de Grondwet.
● Artikel 464/1 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992.
● Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13/04/2019.
● Decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30/05/2008.
● Artikel 2.5.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13/12/2013.
● Besluit van de Vlaamse Regering van 13/12/2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
● De Vlaamse Codex Wonen van 2021.
● Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
● De gemeenteraadsbeslissing van 14/12/2023 betreffende opcentiemen op de heffing van het Vlaamse Gewest op ongeschikte en onbewoonbare woningen voor de periode 2024-2025.
Advies
Advies woonloket
Heffing van 100 (honderd) opcentiemen verderzetten op de heffing van het Vlaamse Gewest op ongeschikt en onbewoonbare woningen voor de periode van 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Motivatie
Het is aangewezen het reglement te verlengen op basis van volgende argumenten:
- Door het heffen van opcentiemen wordt de druk op eigenaars verhoogd om hun woning in orde te brengen. Dit ondersteunt het lokaal woonbeleid in de strijd tegen leegstand en verloedering.
- Bij een gemeentelijk belastingreglement komt de gehele procedure betreffende het inkohieren en
behandelen van bezwaarschriften en vrijstellingen binnen de gemeentelijke administratie. Bij het
heffen van opcentiemen, blijft deze zware administratieve last bij de Vlaamse Belastingdienst die
nadien de opcentiemen doorstort naar de gemeente.
- het tarief van 100 opcentiemen is een redelijk tarief en is het gemiddelde bedrag dat door de omliggende gemeentes wordt gehanteerd
Financiële gevolgen
In het MJP 2026-2031 wordt op de budgetsleutel "0020-00-730400000 Gewestbelasting op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen" jaarlijks een bedrag van € 500 voorzien.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het reglement betreffende de opcentiemen van het Vlaamse Gewest op ongeschikte en onbewoonbare woningen goed voor de periode 2026-2031.
Reglement gemeentelijke opcentiemen op de heffing van het Vlaamse Gewest op ongeschikte en onbewoonbare woningen, aanslagjaren 2026-2031
Datum goedkeuring gemeenteraad: 20/11/2025
Datum publicatie website: 15/12/2025
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 tot 31 december 2031, worden honderd (100) opcentiemen geheven op de heffing van het Vlaamse Gewest op ongeschikte en/of onbewoonbare woningen.
Artikel 2
De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning en doorstorting van deze opcentiemen.
Artikel 3.
Dit reglement wordt aan het Agentschap Vlaamse Belastingdienst overgemaakt vóór 1 maart 2026.
Artikel 4.
Het reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig het decreet lokaal bestuur, artikels 287 en 288.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Liv Crabbé Christian Andries Raf De Visscher Marc Joseph Arlette De Ridder Laura Deneve Bernard Carpriau Dirk Vandervelden Orhan Aydin Erwin Ollivier Cedric Caeymaex Géraldine Hermann Didier Noltincx Veerle Haemers Isabelle Baele Gil Vandevoorde Walter Vansteenkiste Fatima Bouyidou Guido Schollen Houda Khamal Arbit Roger Mertens Kevin Desmet Wies Herpol Mireille Van Acker aantal voorstanders: 23 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
29.
Titel | Reglement opcentiemen leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimtes 2026-2031 |
Dienst | Huisvesting |
Stemming | Goedgekeurd met 23 stemmen voor bij 1 onthouding (Mireille Van Acker)
|
Feiten en context
Mogelijke leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimtes groter dan 500 m² worden door de gemeente doorgegeven aan het Vlaams Gewest die deze panden na controle al dan niet opneemt op de inventaris van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimtes. Wanneer deze panden minstens 3 jaar op deze inventaris staan, heft het Vlaams Gewest hierop een gewestelijke belasting.
In het kader van deze heffing van het Vlaams Gewest op leegstaande / verwaarloosde panden kan de gemeente hierop inspelen door te kiezen voor één van volgende opties:
● Een eigen belastingreglement opstellen (waarbij de Vlaamse heffing vervalt en de gemeente zelf instaat voor de volledige inning en administratie)
● Opcentiemen heffen bovenop de Vlaamse heffing, waarbij de Vlaamse belastingdienst instaat voor inning en doorstorting.
Voor deze belasting bestaat voor gemeentebestuur Wemmel nog geen (aanvullend) belastingreglement. De keuze moet gemaakt worden of deze belasting zal ingevoerd worden vanaf 2026.
Juridische gronden
● Artikels 40 en 41 van het Decreet lokaal bestuur van 22/12/2017 (DLB).
● Artikel 170, §4 van de Grondwet.
● Artikel 464/1 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992.
● Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen van 13/04/2019.
● Artikel 2.6.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13/12/2013.
● Besluit van de Vlaamse Regering van 13/12/2013 houdende de uitvoering van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
● De Vlaamse Codex Wonen van 2021.
● Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Advies
Advies Woonloket: Heffing van 100 (honderd) opcentiemen bovenop gewestelijke belasting op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimtes die minstens drie jaar op de inventaris staan, voor de periode van 01/01/2026 tot en met 31/12/2031.
Motivatie
Het is aangewezen om deze aanvullende belasting in te voeren op basis van volgende argumenten:
- door het heffen van opcentiemen wordt de druk op eigenaars verhoogd om hun panden opnieuw in gebruik te nemen of te renoveren. Dit ondersteunt het lokale beleid inzake ruimtelijke ordening en economische herontwikkeling.
- het aanpakken van de leegstand/verloedering heeft een positieve impact op het straatbeeld
- door te kiezen voor de opcentiemen bovenop de heffing van het Vlaams gewest, worden de inkomsten door de Vlaamse overheid doorgestort naar de gemeente en moeten er geen administratieve handelingen gesteld worden door de financiële dienst
- het tarief van 100 opcentiemen is een redelijk bedrag en is het gemiddelde bedrag dat door de omliggende gemeenten wordt gehanteerd
Financiële gevolgen
In het MJP 2026-2031 wordt op de budgetsleutel "0020-00-730500000 Gewestbelasting op leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten" jaarlijks een bedrag van € 1.000 voorzien.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt het gemeentelijk reglement betreffende de opcentiemen van het Vlaamse Gewest op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten goed.
Gemeentelijk Reglement opcentiemen op de door het Vlaamse Gewest geheven heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten, aanslagjaren 2026-2031
Datum goedkeuring gemeenteraad 20/11/2025
Datum publicatie website: 15/12/2025
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 tot 31 december 2031, worden honderd (100) opcentiemen geheven op de heffing van het Vlaamse Gewest op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten.
Artikel 2
De gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse Belastingdienst voor de inning en doorstorting van deze opcentiemen.
Artikel 3
Dit reglement wordt aan het Agentschap Vlaamse Belastingdienst overgemaakt vóór 1 maart 2026.
Artikel 4.
Het reglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig het decreet lokaal bestuur, artikels 287 en 288.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Marc Joseph Dirk Vandervelden Houda Khamal Arbit Erwin Ollivier Wies Herpol Raf De Visscher Guido Schollen Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Veerle Haemers Didier Noltincx Gil Vandevoorde Cedric Caeymaex Roger Mertens Bernard Carpriau Liv Crabbé Laura Deneve Arlette De Ridder Fatima Bouyidou Orhan Aydin Mireille Van Acker Kevin Desmet Christian Andries Géraldine Hermann aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 0 , aantal tegenstanders: 7 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
30.
Titel | Beperkte duurtijd conformiteitsattest |
Dienst | Huisvesting |
Stemming | Goedgekeurd met 17 stemmen voor bij 7 stemmen tegen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
Het reglement van 17/12/2020 beperkte geldigheidsduur van het conformiteitsattest wordt aangepast na evaluatie.
Juridische gronden
● Art. 40 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22/12/2017 en latere wijzigingen.
● Het besluit van de Vlaamse Regering van 16/12/2018 over het lokaal woonbeleid.
● Vlaamse Codex Wonen van 2021.
● Uitvoeringsbesluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
● Beslissing Vlaamse Regering van 08/12/2023 over de minimale energienorm voor woningen.
● Besluit van de gemeenteraad van 18/09/2025 houdende het verderzetten van de deelname aan de Interlokale Vereniging “Woonwinkel West-Brabant”.
● Gemeenteraadsbeslissing van 17/12/2020 over beperkte geldigheidsduur conformiteitsattesten.
Advies
/
Motivatie
De gemeente maakt vanaf 2026 deel uit van de Interlokale Vereniging Woonwinkel West. Het activiteitenpakket van het project bevat het conformiteitsattest (CA) beperken in tijd als aanvullende activiteit (2020-2025) en als eigen initiatief (2026-2031) zoals vermeld in artikel 2.13 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Door het voeren van een preventief woningkwaliteitsbeleid streeft de gemeente naar een kwaliteitsvoller patrimonium dat zich aanpast aan de wijzigende regelgeving. De gemeente kan de geldigheidsduur van het conformiteitsattest – standaard tien jaar – beperken. Hierin kan de gemeente gaan differentiëren naar keuze. Wonen in Vlaanderen past de beperking van de geldigheidsduur ook toe als zij een CA aflevert op het grondgebied van de gemeente.
Indien een woning voldoet aan de minimale normen volgens de Vlaamse Codex Wonen 2021, levert de gemeente een gratis CA af aan de houder van het zakelijk recht.
De gemeenteraad van 17/12/2020 besliste reeds om het CA te beperken in bepaalde situaties:
5 jaar indien het conformiteitsattest minimaal 4 en maximaal 6 gebreken van categorie I vermeldt;
Indien op 31/12/2022 niet voldaan aan de dubbelglasnorm vervalt het conformiteitsattest.
Voor de overige blijft het 10 jaar geldig.
De meeste technische verslagen vermelden geen gebreken, wat erop wijst dat eigenaars doorgaans ook de gebreken van categorie I aanpakken. Gebreken van categorie I leiden niet automatisch tot ongeschiktheid, tenzij er meer dan zes zijn. In dat geval wordt minstens één gebrek als categorie II beschouwd, wat wel aanleiding geeft tot ongeschiktheid. Categorie III gebreken wijzen op onbewoonbaarheid.
Hoewel het zelden voorkomt dat een woning vier tot zes gebreken van categorie I heeft, blijft een beperkte geldigheidsduur van vijf jaar aangewezen. Dergelijke gebreken kunnen immers evolueren naar ernstigere problemen. Door het CA te beperken in duur, wordt de woningkwaliteit beter opgevolgd. Eigenaars worden tijdig aangeschreven om een nieuw attest aan te vragen.
Vochtproblemen komen vaak voor en worden niet altijd grondig aangepakt. Vocht kan structurele schade veroorzaken en vormt een gezondheidsrisico voor bewoners. Daarom wordt de geldigheidsduur beperkt tot maximaal vijf jaar wanneer het technisch verslag een gebrek van categorie I vermeldt in één van de volgende onderdelen:
101: dak(en) of (hellende en vlakke) plafonds – insijpelend vocht
111: buitenmuren (en gemeenschappelijke scheidingsmuren) – opstijgend vocht/doorslaand vocht
131: onderste (draag)vloer(en) – vochtschade
151: binnenwanden – opstijgend vocht
Ook bij de aanwezigheid van kachels en verwarmingstoestellen type B wordt de geldigheidsduur beperkt tot vijf jaar. Deze toestellen brengen een verhoogd risico op CO-vergiftiging met zich mee, zeker wanneer verluchtingsopeningen worden afgesloten of onderhoud uitblijft.
Sinds 1 januari 2025 wordt in technische verslagen rekening gehouden met de nieuwe energienorm, die vanaf 2030 stapsgewijs wordt aangescherpt. Woningen die tegen de deadlines niet voldoen aan het vereiste EPC-label, krijgen een gebrek van categorie II en kunnen ongeschikt verklaard worden. In dat geval kan geen conformiteitsattest worden afgeleverd. Voor rijwoningen en appartementen gelden strengere normen, gezien hun lagere warmteverliesoppervlakte.
Elke open en halfopen woning moet
vanaf 2030 minimum label E halen;
vanaf 2035 minimum label D halen;
vanaf 2040 minimum label C halen.
Elke rijwoning en appartement moet
vanaf 2030 minimum label D halen;
vanaf 2035 minimum label C halen.
Om te anticiperen op deze verstrengde energienorm wordt de geldigheidsduur van het CA afgestemd op het jaartal waarin een beter EPC-label verplicht wordt. De beoordeling gebeurt op basis van het meest recente EPC –attest in VLOK (Vlaams Loket Woningkwaliteit). Indien geen attest beschikbaar is, wordt dit opgevraagd bij de houder van het zakelijk recht.
Wanneer meerdere risicofactoren tegelijk aanwezig zijn, meer dan vier gebreken categorie I, vochtproblemen en een onveilige verwarming, wijst dit op een verzwakte woonkwaliteit. In dat geval wordt de geldigheidsduur van het conformiteitsattest beperkt tot maximaal drie jaar, zodat de situatie sneller kan worden opgevolgd.
Financiële gevolgen
/
Besluit
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om de geldigheidsduur van het conformiteitsattest als volgt te beperken:
Indien minstens twee van de bovenstaande situaties (punten 1 t.e.m. 3) gelijktijdig van toepassing zijn, wordt de geldigheidsduur van het conformiteitsattest beperkt tot maximaal drie jaar.
In alle andere gevallen blijft de standaard geldigheidsduur van het conformiteitsattest behouden op tien jaar.
Artikel 2
Deze bepalingen treden in werking op 1 januari 2026 en blijven van kracht tot en met 31 december 2031.
Ze zijn van toepassing op alle conformiteitsattesten die worden afgeleverd vanaf 1 januari 2026.
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
31.
Titel | Kiemkracht 2026 - 2030 |
Dienst | Milieudienst |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
● 2016 - 2019
In 2016 trad gemeente Wemmel toe tot het project 'Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen' (INL-ploegen) voor een tewerkstelling van 0,5 VTE. De provincie wees de organisatie van INL-ploegen binnen het werkingsgebied arrondissement Halle- Vilvoorde toe aan Pro Natura vzw, die instond voor de praktische uitvoering. De provincie faciliteerde en coördineerde het project. De periode liep tot en met 2019.
● 2020 - 2025
In december 2019 besliste de Gemeenteraad om de samenwerking verder te zetten en het engagement te verhogen naar 1 VTE. Op 1 januari 2023 fusioneerde Pro Natura met Spoor 2 tot Kiemkracht vzw. De huidige samenwerkingsovereenkomst loopt tot 31 december 2025.
● 2026 - 2031
Eind 2025 besloot de Provincie Vlaams-Brabant, in tegenstelling tot de vorige meerjarenplanningen, geen samenwerkingsovereenkomst (SO) meer op te stellen tussen de provincie, Kiemkracht vzw en de lokale besturen binnen het kader van een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de organisatie van de INL-ploegen.
Daarom stelt Kiemkracht vzw zelf een nieuwe samenwerkingsovereenkomst voor binnen dezelfde DAEB-contouren. Deze overeenkomst bepaalt:
de duur van de samenwerking,
de rollen en taakverdelingen,
de uitvoering van acties,
de financiële compensatieregeling,
de communicatierichtlijnen, en
de geschillenregeling.
De dienstverlening aan de gemeenten blijft ongewijzigd.
In bijlage zijn zowel de oude als de nieuwe samenwerkingsovereenkomst opgenomen, met een overzicht van de aangebrachte wijzigingen.
De nieuwe overeenkomst geldt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Juridische gronden
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017
Hieronder wordt toegelicht waarom het juridisch en beleidsmatig verdedigbaar is om aan Kiemkracht vzw een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) toe te kennen, in plaats van een overheidsopdracht uit te schrijven.
De redenering steunt op drie pijlers:
Elke overheid – dus ook een lokaal bestuur – beschikt volgens de Europese regelgeving over een discretionaire bevoegdheid om een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) in het leven te roepen. Het gaat hier om activiteiten die weliswaar economisch van aard zijn, maar die een duidelijk maatschappelijk belang dienen dat zonder tussenkomst van de overheid niet of onvoldoende door de markt zou worden opgenomen. In die zin kan het lokaal bestuur perfect beslissen dat de activiteiten van Kiemkracht onder de DAEB-regeling vallen, net zoals de provincie Vlaams-Brabant dat al die jaren heeft gedaan.
Of een bepaalde dienstverlening via een subsidie dan wel een overheidsopdracht tot stand kan komen is niet zwart-wit, er is een grijze zone. Agentschap Binnenlands bestuur ontwikkelde daartoe een afwegingskader subsidie – overheidsopdracht dat door Binnenlands Bestuur werd uitgewerkt. Volgens dat kader kan een overheid kiezen voor een subsidie in de vorm van een DAEB wanneer de activiteit hoofdzakelijk vanuit een maatschappelijke doelstelling wordt georganiseerd. Zie ook de beslissingsboom in bijlage.
Het Altmark-arrest stelt dat er bij een DAEB geen overcompensatie mag zijn. Eén van de mogelijkheden om dat te vermijden is een overheidsopdracht uitschrijven. Een andere manier om te garanderen dat er geen overcompensatie is, is er voor zorgen dat de vergoeding vooraf wordt bepaald, er een externe controle is voorzien, en de berekeningswijze transparant is. Dit is het geval bij de DAEB van Kiemkracht: dit gebeurt via een onafhankelijke revisor en door een duidelijke berekeningsmethode. Daarover heeft een advocatenkantoor zich destijds gebogen in opdracht van de provincie en deze principes werden overgenomen in deze overeenkomst.
Op basis van bovenstaande overwegingen is het dus juridisch en beleidsmatig verdedigbaar om voor Kiemkracht een DAEB-besluit op te maken in plaats van een overheidsopdracht te lanceren.
Advies
Voorstel is om akkoord te gaan met de verdere samenwerking voor 1 VTE (1450 uur/jaar) zonder tussenkomst van de provincie Vlaams-Brabant en de samenwerkingsovereenkomst goed te keuren.
Motivatie
Gemeente Wemmel maakte in het verleden dankbaar gebruik van voorgaande SO om allerhande natuurgerelateerde projecten vorm te geven en onrendabel natuurwerk te laten uitvoeren. In Wemmel doen zij onder andere exotenbeheer (Japanse Duizendknoop, Reuzenberenklauw), hooilandbeheer (Motte, Reekbeek, faymonville square, bouwkavels), maaibeheer met schapen (Reekbeek), en plaatsen van nestkasten. Op vraag van de gemeente wordt hun werk ingezet waar nodig. Kiemkracht vzw staat garant voor een kwalitatieve aanpak door deskundige arbeiders met omkadering. Ze helpen het lokale en provinciale biodiversiteit- en klimaatbeleid concreet op het terrein vorm te geven.
Kiemkracht vzw stelt mensen te werk met een afstand tot de arbeidsmarkt. Via begeleiding en aangepaste werkomgevingen krijgen zij de kans om volwaardig deel te nemen aan het arbeidsproces.
Werknemers bouwen vaardigheden op die ook inzetbaar zijn in de reguliere arbeidsmarkt. De sociale
economie fungeert als opstap naar duurzame tewerkstelling.
Financiële gevolgen
Oude code: A-1.5.1
Nieuwe actiecode MJP
Actienummer: GBB | Algemene Rekening: 61030009 | Beleidscode: 0680-00 |
Goedgekeurd Budget: € 315.000,00 | Effectieve uitgave: € 40.983 | Saldo Budget: € - |
Periode 2020–2025: De kosten waren vastgelegd op een stijgende schaal, met een geplande maximale bijdrage (excl. BTW) van € 41.622/VTE voor 2025.
Het bedrag voor het startjaar 2026 in de nieuwe overeenkomst (2026–2031) bedraagt € 40.983 per VTE (excl. BTW).
Vergeleken met de geplande maximale bijdrage voor 2025 (€ 41.622/VTE), is de nieuwe basisprijs voor 2026 dus lager. De lagere kostprijs (ondanks het wegvallen van de steun van de provincie) is het resultaat van de aanpassing van het project aan nieuwe, gunstigere subsidiekaders op Vlaams en federaal niveau (o.a. door de overgang naar Collectief Maatwerk).
Vanaf 2027 wordt de bijdrage jaarlijks aangepast door middel van indexatie.
• Het jaarlijkse contractbedrag wordt aangepast aan de evolutie van de consumptieprijsindex van oktober van het jaar N-1.
• De aanpassing gebeurt op januari van jaar N.
Besluit
Artikel 1
De samenwerkingsovereenkomst tussen Kiemkracht vzw en de gemeente Wemmel betreffende de Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) voor de organisatie van de Intergemeentelijke Natuur- en Landschapsploegen (INL-ploegen) met een tewerkstelling van 1 VTE wordt goedgekeurd.
De tekst van de overeenkomst maakt integraal deel uit van dit besluit.
De samenwerking loopt van 1 januari 2026 tot 31 december 2031.
Artikel 2
De gemeente Wemmel neemt deel aan de INL-ploegen 2026–2031 met 1 VTE (overeenstemmend met 1.450 uren) en draagt hiervoor een jaarlijkse kost van € 40.983 (excl. btw) voor het jaar 2026.
De hiermee gepaard gaande loonkosten zijn opgenomen in het meerjarenplan 2026–2031.
Indexering
Het jaarlijkse contractbedrag wordt geïndexeerd overeenkomstig de evolutie van de consumptieprijsindex van oktober van het jaar N-1.
De aanpassing gebeurt telkens op 1 januari van jaar N, volgens onderstaande formule:
Nieuw contractbedrag jaar N = Basisbedrag × (Index oktober (N-1) / Index oktober 2025)
Waarbij:
Basisbedrag = € 40.983 (contractbedrag op de startdatum);
Index oktober (N-1) = de door Statbel gepubliceerde consumptieprijsindex van oktober van het voorgaande jaar;
Index oktober 2025 = de consumptieprijsindex van oktober 2025, zijnde het referentiejaar van de start van de overeenkomst.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Guido Schollen Orhan Aydin Raf De Visscher Bernard Carpriau Arlette De Ridder Walter Vansteenkiste Erwin Ollivier Dirk Vandervelden Cedric Caeymaex Isabelle Baele Kevin Desmet Géraldine Hermann Laura Deneve Marc Joseph Houda Khamal Arbit Christian Andries Roger Mertens Wies Herpol Gil Vandevoorde Didier Noltincx Liv Crabbé Veerle Haemers Fatima Bouyidou Mireille Van Acker aantal voorstanders: 23 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
32.
Titel | Goedkeuring gemeentelijke saneringstarieven |
Dienst | Patrimonium |
Stemming | Goedgekeurd met 23 stemmen voor bij 1 onthouding (Mireille Van Acker)
|
Feiten en context
Op 20 oktober 2025 heeft de gemeente een schrijven ontvangen van Farys met de vraag om de
gemeentelijke saneringstarieven voor 2026 te bepalen.
De integrale drinkwaterprijs kan onderverdeeld worden in 3 tarieven:
- Het niet-huishoudelijk vlak tarief
- Het huishoudelijk basistarief
- Het huishoudelijk comfortarief
Het huishoudelijk basistarief wordt toegepast voor het waterverbruik tot 30 m³ per wooneenheid + 30
m³ per bewoner per jaar. Bij hoger verbruik wordt het huishoudelijk comforttarief toegepast.
Elk tarief van de integrale drinkwaterprijs bestaat uit 3 componenten:
- Het tarief van het drinkwater. Dit is de prijs voor de productie en levering kraantjeswater.
- De gemeentelijke saneringsbijdrage. Dit is de kost voor het afvoeren en inzamelen van het
afvalwater via de riolering.
- De bovengemeentelijke saneringsbijdrage. De kost voor de zuivering van het afvalwater in de
zuiveringsstations.
Het is de gemeente die de gemeentelijke saneringsbijdrage moet bepalen voor 31 december van het
huidige jaar, zodat Farys de integrale drinkwaterprijs voor het komende jaar tijdig kan aanpassen.
De saneringsbijdrage komt toe aan Farys en wordt aangewend om het huidige rioleringsnetwerk te
onderhouden, vernieuwen en uit te breiden. Indien de saneringsbijdrage niet voldoende is om deze
werkzaamheden uit te voeren, zal de gemeente het tekort moeten financieren.
De gemeente opteerde in 2021, 2022, 2023, 2024 en 2025 om het decretale maximum toe te passen voor de huishoudelijke tarieven. Dit is ook het voorstel van de intercommunale.
Juridische gronden
● Decreet lokaal bestuur van 22 december 2019, artikelen 40 en 41.
● De wet van 26 mei 1989 tot bekrachtiging van KB 24.06.1988 tot codificatie van de
gemeentewet onder het opschrift 'Nieuwe gemeentewet';
● artikel 135, §2 Het Besluit van de Vlaamse Regering van 08 april 2011 houdende bepalingen
van rechten en plichten van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk en hun
klanten met betrekking tot de levering van water bestemd voor menselijke consumptie, de
uitvoering van de saneringsverplichting en
● Besluit van de gemeenteraad van Wemmel van 15/09/2022, waarbij het 'BWVR - Bijzonder
Waterverkoiop Reglement' werd goedgekeurd.
Advies
- Farys rapporteert per kwartaal voor welke werkzaamheden de gemeentelijke saneringsbijdrage
aangewend wordt. Het is nu al duidelijk dat er een tekort zal optreden om alle werken te kunnen
uitvoeren en financieren met de inkomsten uit de saneringsbijdrage. Zoals blijkt uit de laatste rapportering met een overzicht van de uitgevoerde en geplande rioolprojecten, wordt het tekort voor 2028 op 1.334.672 euro en voor 2029 op 1.544.403 euro geraamd op. Deze gemeentelijke financiering is opgenomen in het meerjarenplan 2026 - 2031.
Dat de saneringsbijdrage in 2028 en 2029 niet volstaat voor de financiering van rioolprojecten vindt vooral zijn oorsprong in het grote rioolproject van de Limburg Stirumlaan.
(Rapportering -2 de kwartaal 2025 - in bijlage bij dit besluit gevoegd).
Daarom is het van belang om de saneringsbijdrage op het decretale maximum te behouden.
- Behouden van de gelijkschakeling van het tarief met de andere gemeentebesturen.
Motivatie
Het behoud van het decretale maximum is noodzakelijk om het nodige onderhoud en de geplande
investeringen te kunnen verwezenlijken aan het rioleringsstelsel in Wemmel.
Financiële gevolgen
De inkomsten afkomstig van de saneringsbijdragen worden rechtstreeks gebruikt voor rioolwerken via
de rioolbeheerder FARYS en opgenomen in het AQUARIO-budget. Deze worden geraamd op €
1.053.104 euro. (Zie overzicht in rapportering in bijlage bij dit besluit)
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad beslist om het tarief voor de gemeentelijke saneringsbijdrage te behouden op het
decretale maximum voor 2026.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Isabelle Baele Guido Schollen Veerle Haemers Raf De Visscher Erwin Ollivier Wies Herpol Didier Noltincx Roger Mertens Cedric Caeymaex Walter Vansteenkiste Bernard Carpriau Gil Vandevoorde Dirk Vandervelden Liv Crabbé Marc Joseph Houda Khamal Arbit Laura Deneve Géraldine Hermann Arlette De Ridder Kevin Desmet Mireille Van Acker Christian Andries Fatima Bouyidou Orhan Aydin aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 7 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
33.
Titel | Goedkeuring van de actualisering van de uurtarieven en wijziging van de samenwerkingsovereenkomsten van onbepaalde duur tussen HAVILAND en de gemeente Wemmel. |
Dienst | Patrimonium |
Stemming | Goedgekeurd met 17 stemmen voor bij 7 onthoudingen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Mireille Van Acker, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
De gemeente Wemmel is als deelnemer van de dienstverlenende vereniging Haviland in de mogelijkheid om een beroep te doen op de diensten van voormelde vereniging.
De gemeente Wemmel heeft verschillende samenwerkingsovereenkomsten van onbepaalde duur met Haviland gesloten, waarin de uurtarieven voor de dienstverlening werden vastgelegd.
Overwegende dat de raad van bestuur van Haviland op 13/10/2025 goedkeuring verleende aan de actualisering van de verschillende uurtarieven en deze aldus worden gewijzigd als volgt:
● Dienst ruimtelijke ordening, mobiliteit, GIS en omgevingshandhaving: € 118,00
● Dienst milieu, burenbemiddeling: € 106,50
● Dienst informatieveiligheid, communicatie: € 110
● Juridische dienst: € 125
● Dienst infrastructuur: € 129
Gelet op kennisgeving van Haviland 23/10/2025 waarin de motieven werden opgenomen inzake de actualisering van de uurtarieven, met name:
● De uurtarieven werden bepaald in 2016. Hoewel de uurtarieven telkens werd geïndexeerd op basis van de aanpassing van de lonen in de openbare sector, is de gemiddelde loonkost ten gevolge van baremieke aanpassingen en de aanwerving van meer gespecialiseerde profielen meer gestegen.
● Een benchmark leert dat de huidige tarieven 10 tot 15% lager liggen dan de meest toegepaste tarieven bij collega streekintercommunales en tot 20% lager dan op de private markt. De nieuwe uurtarieven zijn dus marktconform.
De nieuwe uurtarieven zijn geldig voor alle nieuwe projecten die worden opgestart, en voor alle dienstverleningen waarvoor een contract van onbepaalde duur is afgesloten. De contracten van bepaalde duur wijzigen niet.
Juridische gronden
● Decreet over het Lokaal Bestuur van 22/12/2017, inzonderheid artikel 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad;
● Wet van 29/07/1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen;
Advies
De prijsverhoging, goedgekeurd door de raad van bestuur van Haviland op 13 oktober 25, ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.
Motivatie
Motivatie van Haviland voor de verhoging van de uurtarieven :
Door baremieke aanpassingen (meer anciënniteit) en de aanwerving van meer gespecialiseerde en dus duurdere profielen is de globale loonkost in de recente jaren meer gestegen dan enkel de index.
De huidige uurtarieven, bepaald in 2016, dekken de kosten niet meer voldoende.
Het nieuwe uurtarief is geldig vanaf 1 januari 2026 voor alle nieuwe projecten die worden opgestart, en voor alle dienstverleningen waarvoor een contract van onbepaalde duur is afgesloten.
Het nieuwe uurtarief dekt alle kosten (bvb. verplaatsingskosten) met uitzondering van de indexatie en baremieke aanpassingen. Een benchmark leert ons dat de huidige tarieven 10 tot 15% lager liggen dan de meest toegepaste tarieven bij onze collega streekintercommunales en tot 20% lager dan op de private markt. De nieuwe uurtarieven zijn dus marktconform.
Financiële gevolgen
Voor deze actualisering (verhoging) van het uurtarief is er geen specifieke actie of code voorzien in het meerjarenplan.
Deze actualisering van de uurtarieven zal terug te vinden zijn in verschillende lopende samenwerkingen, zoals : handhaving milieu en ruimtelijke ordening, ondersteuning bij opmaak parkeerbeleidsplan, burenbemiddelingsdossiers, studie mbt dienst infrastructuur (asfaltering wegen, ..) en ook in toekomstige samenwerkingsovereenkomsten.
Besluit
Artikel 1
De gemeenteraad keurt de actualisering van de uurtarieven van HAVILAND goed, zoals voorgesteld op de raad van bestuur van 13/10/2025. De nieuwe tarieven treden in werking op 01/01/2026 en zijn van toepassing op alle nieuwe contracten die worden afgesloten en op de contracten van onbepaalde duur.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt de gewijzigde samenwerkingsovereenkomsten van onbepaalde duur met Haviland, overeenkomstig het bijgevoegde addendum, goed.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van deze beslissing.
Bijlagen:
● Addendum samenwerkingsovereenkomsten van onbepaalde duur.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Raf De Visscher Kevin Desmet Guido Schollen Marc Joseph Liv Crabbé Fatima Bouyidou Christian Andries Walter Vansteenkiste Arlette De Ridder Didier Noltincx Dirk Vandervelden Gil Vandevoorde Orhan Aydin Bernard Carpriau Cedric Caeymaex Laura Deneve Erwin Ollivier Veerle Haemers Isabelle Baele Géraldine Hermann Houda Khamal Arbit Roger Mertens Wies Herpol Mireille Van Acker aantal voorstanders: 23 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
34.
Titel | Beslissing tot oprichting van een gemeentelijk vrijwilligerskorps |
Dienst | Patrimonium |
Stemming | Goedgekeurd met 23 stemmen voor bij 1 onthouding (Mireille Van Acker)
|
Feiten en context
Het Vlaams Regeerakkoord pleit voor een passende omkadering van vrijwilligers in crisissituaties.
In de mededeling van 4 april 2025 betreffende het Vlaams Defensieplan pleit de Vlaamse Regering voor een versterking van de burgerlijke weerbaarheid, samen met de lokale besturen.
Er wordt een Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma aangekondigd waarvan de lokale overheden de coördinatie opnemen. In die context kunnen lokale besturen lokale vrijwilligerskorpsen oprichten die onmiddellijk ingeschakeld kunnen worden in het kader van noodhulpverlening en waar vrijwilligers bijdragen aan het uitvoeren van logistieke, operationele en medische taken in het geval van bijzondere nood.
De conceptnota aan de Vlaamse Regering van 23 mei 2025 over het Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’ moedigt gemeenten aan om gemeentelijke vrijwilligerskorpsen op te richten om de weerbaarheid en paraatheid bij noodsituaties te versterken. Concreet werkt de Vlaamse Regering in deze conceptnota het vrijwilligerskorpsenmodel uit met de intentie het uitbouwen van gemeentelijke vrijwilligerskorpsen te faciliteren, en structureel te voorzien in ondersteuning voor dit engagement door via lokale besturen in te zetten op vorming, coördinatie, samenhorigheid en burgerzin. Het model ontlast lokale besturen maximaal in noodsituaties. De doelstelling van de vrijwilligerskorpsen is om de waardevolle vaardigheden, het engagement en de motivatie van Vlamingen op een gecoördineerde manier inzetbaar te maken.
Gelet op hun decretale rol als ‘helper van de Vlaamse overheid’ en hun bestaande expertise hierin, wordt de coördinatie en begeleiding van de vrijwilligerskorpsen opgenomen door Rode Kruis-Vlaanderen.
Binnen het model van de vrijwilligerskorpsen ligt de beslissing over de oprichting van een vrijwilligerskorps bij de gemeente.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2025 kent een projectsubsidie toe aan Rode Kruis-Vlaanderen van 1 september 2025 tot 31 augustus 2029 voor de ondersteuning van de gemeentelijke vrijwilligerskorpsen.
Deze ondersteuning vertaalt zich naar het aanbieden van opleidingen voor vrijwilligers en het voorzien van een digitale crisistool voor rekrutering, verzekering, inzet en coördinatie van het gemeentelijk vrijwilligerskorps.
De belangrijkste kenmerken van de gemeentelijke vrijwilligerskorpsen en de werking hiervan overeenkomstig de conceptnota Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’ zijn de volgende:
● Het gemeentelijk vrijwilligerskorps heeft een minimale omvang van 10 leden.
● Leden van het vrijwilligerskorps zijn minstens 16 jaar oud.
● Vrijwilligers volgen een basisopleiding die hen gegeven wordt door het Rode Kruis-Vlaanderen. De opleiding voor de vrijwilligers bestaat uit een basisopleiding EHBO, een jaarlijkse bijscholing en een simulatie-oefening. Op vraag van een lokaal bestuur en in overleg met Rode Kruis-Vlaanderen, kunnen deze sessies basisopleiding EHBO eventueel gegeven worden door het Vlaams Kruis, of een andere partner die voldoet aan het kwaliteitscharter voor de EHBO-lessen. Elk lokaal bestuur krijgt de vrijheid om bijkomende opleidingen aan te bieden of te organiseren.
● De rekrutering, registratie (inclusief verzekering), en coördinatie tijdens een crisis verlopen via de digitale crisistool van Rode Kruis-Vlaanderen. Bij de oprichting van een gemeentelijk vrijwilligerskorps krijgt het lokaal bestuur een inlogpagina in de crisistool.
● Vrijwilligers die geregistreerd zijn in de crisistool zijn bij inzet tijdens noodsituaties gedekt door de verzekering van Rode Kruis-Vlaanderen, zowel door de verzekering ‘lichamelijke ongevallen’ als de verzekering ‘burgerlijke aansprakelijkheid’.
● Het lanceren van een hulpvraag kan telefonisch en via de crisistool. De gemeente bepaalt zelf welke leden van het lokaal bestuur de hulpvraag kunnen lanceren bij de oprichting van het gemeentelijk vrijwilligerskorps.
● Tijdens een noodsituatie kunnen vrijwilligers o.a. logistieke, operationele en medische taken opnemen.
● Bij elke noodsituatie zorgt een coördinator van het Rode Kruis-Vlaanderen voor de aansturing.
● De leden van de gemeentelijke vrijwilligerskorpsen nemen steeds een ondersteunende rol op tijdens crisissen, en vervangen nooit de hulp- en ordediensten.
● Voor hulpvragen van lokale besturen betreffende noodsituaties waar meer hulp welkom is kan het Rode Kruis-Vlaanderen via de crisistool een spontane hulpvraag lanceren. Burgers die zich registeren als spontane vrijwilligers voor die specifieke hulpvraag worden eveneens aangestuurd door de coördinator van het Rode Kruis, en zijn op dezelfde manier als vrijwilligers van het gemeentelijk vrijwilligerskorps verzekerd. Na afloop van de noodsituatie worden alle gegevens van deze spontane vrijwilligers verwijderd.
● Bij grootschalige noodsituaties worden provinciale rampenplannen afgekondigd en coördineren de gouverneurs. In samenspraak met de lokale besturen onderzoeken zij op welke manier de gemeentelijke vrijwilligerskorpsen bij grootschalige noodsituaties kunnen ingezet worden.
● De Vlaamse overheid voorziet in een eerste fase in financiering voor de uitbouw van een gemeentelijk korps tot maximaal 80 leden. Vanaf het 81ste lid financiert de gemeente de opleiding van leden van het vrijwilligerskorps met eigen middelen. Deze bovengrens wordt jaarlijks geëvalueerd.
● De financiering door de Vlaamse overheid (t.e.m. de 80e vrijwilliger) omvat kosten voor de applicatie, het aanbod van de basisvorming, jaarlijkse bijscholingen en simulaties, de kost voor de 24/7 permanentie en de inzet van de coördinator van het Rode Kruis-Vlaanderen.
Op 6 mei 2025 werd de oprichting van een vrijwilligerskorps besproken en principieel goedgekeurd door de gemeentelijke veiligheidscel.
In zitting van 11 september 2025 werd de oprichting van een vrijwilligerskorps besproken op het college van burgemeester en schepenen en eveneens principieel goedgekeurd. Wel werd op vraag van het college een vraag gesteld aan de adjunct van de gouverneur met betrekking tot het gebruik van de taal van de EHBO opleidingen die in opdracht van de Vlaamse Regering worden voorzien door lesgevers van Rode Kruis Vlaanderen. Het college went te vernemen van de adjunct van de gouverneur dat deze opleidingen ook in de Franse taal worden voorzien voor Wemmelaars die hierom verzoeken.
De brief aan de adjunct van de gouverneur werd opgestuurd op 23/9/2025. Op 3/10/2025 werd nog geen antwoord ontvangen op deze brief.
Juridische gronden
Bevoegdheid
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 40, §1.
Juridische context
Mededeling Vlaamse Regering 23 mei 2025 Conceptnota Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’.
Besluit Vlaamse Regering 18 juli 2025 tot toekenning van een projectsubsidie aan Rode Kruis-Vlaanderen voor de ondersteuning van de gemeentelijke vrijwilligerskorpsen.
Advies
Principieel de oprichting van een vrijwilligerskorps goed te keuren.
Motivatie
De gemeenteraad erkent het belang van lokale betrokkenheid, solidariteit en burgerzin bij de uitbouw van een veerkrachtige gemeenschap. De oprichting van een gemeentelijk vrijwilligerskorps is een waardevol instrument om de gemeentelijke noodplanning te versterken. Het vrijwilligerskorps kan immers hulp en ondersteuning bieden in geval van lokale crisis- en noodsituaties. De samenwerking met Rode Kruis-Vlaanderen, beschreven in het vrijwilligerskorpsenmodel, garandeert zowel juridische bescherming voor vrijwilligers, alsook efficiëntie en coördinatie van het korps via de digitale crisistool van het Rode Kruis.
De gemeenteraad wil dus actief inzetten op de versterking van de lokale veerkracht bij lokale crisissituaties, het bevorderen van de solidariteit tussen inwoners en van de weerbaarheid van individuen. We willen vrijwilligerswerk ten dienste van de lokale gemeenschap faciliteren en we willen nieuwe vrijwilligers mobiliseren. Daarom wenst de gemeenteraad deel te nemen aan een georganiseerd kader voor vrijwilligers bij noodsituaties op basis van het vrijwilligerskorpsenmodel zoals uiteengezet in de conceptnota aan de Vlaamse Regering van 23 mei 2025 over het Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’.
Financiële gevolgen
Actienummer: MJP 2026 -2031 : Actie: A-2.7.5: Oprichting vrijwilligerskorps (cfr Vlaams defensieplan)
| Algemene Rekening: - | Beleidscode: - |
Goedgekeurd Budget: MJP 2026- 2031 2026 - oprichting € 5000 -jaarlijks € 1000 | Effectieve uitgave/ontvangst: € - | Saldo Budget: € - |
De gemeenteraad neemt akte van de ondersteuning die door de Vlaamse Regering via Rode Kruis-Vlaanderen ter beschikking wordt gesteld van gemeentelijke vrijwilligerskorpsen. De Vlaamse financiering dekt de kosten voor de applicatie waarin vrijwilligers zich moeten registreren en noodvragen gesteld kunnen worden en voor de aangeduide coördinator van het Rode Kruis-Vlaanderen. Daarnaast dekt de Vlaamse financiering de kosten voor de EHBO-opleidingen en jaarlijkse bijscholingen en simulaties van/voor de vrijwilligers en dit t.e.m. de 80e vrijwilliger. Vanaf de 81e vrijwilliger worden deze kosten door het lokaal bestuur gedragen. Alle geregistreerde vrijwilligers zijn bij inzet tijdens noodsituaties via de applicatie gedekt door de verzekering van Rode Kruis- Vlaanderen, zowel de verzekering ‘lichamelijke ongevallen’ als de verzekering ‘burgerlijke aansprakelijkheid’.
Besluit
Artikel 1.
De gemeenteraad beslist om een gemeentelijk vrijwilligerskorps op te richten.
Artikel 2.
De gemeenteraad beslist tot aansluiting van het gemeentelijk vrijwilligerskorps bij het vrijwilligerskorpsmodel zoals beschreven in de conceptnota aan de Vlaamse Regering Vlaams burgerlijk weerbaarheidsprogramma ‘vrijwilligerskorpsen’. Binnen dit model krijgt het gemeentelijk vrijwilligerskorps ondersteuning van Rode Kruis-Vlaanderen inzake:
● het opleiden van vrijwilligers;
● de coördinatie, registratie en verzekering van vrijwilligers via de digitale crisistool.
Artikel 3. Het vrijwilligerskorps zal minstens 10 leden en maximaal 80 leden omvatten.
Artikel 4. De gemeenteraad verleent de machtiging om een hulpvraag in de digitale crisistool te lanceren aan de Burgemeester en/of aan de noodplanningscoördinator van de gemeente Wemmel.
Artikel 5. De gemeenteraad engageert zich om via de communicatiekanalen van de gemeente de werving van vrijwilligers te ondersteunen.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Didier Noltincx Bernard Carpriau Kevin Desmet Erwin Ollivier Mireille Van Acker Cedric Caeymaex Liv Crabbé Wies Herpol Dirk Vandervelden Raf De Visscher Veerle Haemers Fatima Bouyidou Marc Joseph Guido Schollen Christian Andries Orhan Aydin Arlette De Ridder Géraldine Hermann Gil Vandevoorde Laura Deneve Walter Vansteenkiste Houda Khamal Arbit Roger Mertens Isabelle Baele aantal voorstanders: 23 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
35.
Titel | Restaureren van de calvarie. Goedkeuring lastvoorwaarden, bestek en raming. |
Dienst | Patrimonium |
Stemming | Goedgekeurd met 23 stemmen voor bij 1 onthouding (Isabelle Baele)
|
Feiten en context
In het kader van de opdracht “Restaureren van de calvarie - Wemmel” werd in 2022 een bestek met nr. D-2022-052 opgesteld door Grondgebiedzaken cel Patrimonium/Mobiliteit.
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 24 februari 2022
- goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
- de plaatsingsprocedure te starten
Er werden 4 architecten(-bureau's) aangeschreven.
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 7 april 2022 de goedkeuring om de ontwerpopdracht voor de opdracht “Restaureren van de calvarie” te gunnen aan Architect Verhasselt Katelyn, Steenweg naar Merchtem 52 bus 2 te 1780 Wemmel.
Het uitwerken van het dossier verliep met enige vertraging door de moeilijkheid van de onderliggende structuren van het monument.
Een voorontwerp van het dossier werd ons bezorgd op 20 maart 2023.
Het definitief ontwerp van dit dossier werd ons uiteindelijk bezorgd op 26 september 2025.
Juridische gronden
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 143.000,00 niet).
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
Advies
/
Motivatie
In het kader van de opdracht “Restaureren van de calvarie” werd een bestek met nr. W-2025-041 opgesteld door de ontwerper, Architect Verhasselt Katelyn, Steenweg naar Merchtem 52 bus 2 te 1780 Wemmel.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 121.103,22 excl. btw of € 146.534,90 incl. 21% btw (€ 25.431,68 btw medecontractant).
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Financiële gevolgen
Actienummer: A-1.2.1 | Algemene Rekening: 0990-00/27100000/GEM/CBS/0/IP-GEEN | Beleidscode: 0990-00/27100000/GEM/CBS/0/IP-GEEN |
Goedgekeurd Budget: € 150.000 € 146.534,90 incl. 21% btw (raming)
| Effectieve uitgave/ontvangst: € | Saldo Budget: € |
Besluit
Artikel 1
Het bestek met nr. W-2025-041 en de raming voor de opdracht “Restaureren van de calvarie”, opgesteld door de ontwerper, Architect Verhasselt Katelyn, Steenweg naar Merchtem 52 bus 2 te 1780 Wemmel worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 121.103,22 excl. btw of € 146.534,90 incl. 21% btw.
Artikel 2
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2025, op budgetcode 0990-00/27100000/GEM/CBS/0/IP-GEEN (actie A-1.2.1).
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
36.
Titel | Aanpassing statuten jeugdraad |
Dienst | Communicatie |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
De verschillende adviesraden werden in het voorjaar opgericht aan de hand van statuten die werden goedgekeurd. Bij het zoeken naar kandidaten werd vastgesteld dat deze statuten voor verduidelijking, vereenvoudiging en ook standaardisering vatbaar zijn.
Daarnaast bleek voor de jeugdraad in het bijzonder dat jeugdwerkinitiatieven geen afgevaardigden kunnen naar voor schuiven voor een periode van een hele legislatuur. De leidingsploeg verandert namelijk jaarlijks. Daarom wordt het voorstel geformuleerd om in de statuten nominatief op te nemen welke plaatselijke jeugdwerkinitiatieven een vertegenwoordiger kunnen afvaardigen. De personen die die vertegenwoordiging opnemen kunnen per werkjaar verschillend zijn en worden aan het begin van dat werkjaar ter kennisname voorgelegd aan de Gemeenteraad.
Het aantal stemgerechtigde leden varieert over de verschillende adviesraden van 16 tot 19 leden. Het voorstel is om dit gelijk te trekken over de verschillende adviesraden en het aantal af te stemmen op het aantal inwoners van de gemeente aan het begin van de legislatuur, met een vertegenwoordiging in de adviesraden van 1 per 1000 inwoners. Voor deze legislatuur zou dat het maximum aantal stemgerechtigde leden op 18 personen brengen.
Vanuit de jeugdraad komt ook de vraag om de presentiegelden om te zetten in een werkingsbudget. Dit wordt in een apart reglement vastgelegd.
Juridische gronden
● Art. 304 van het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017
● Decreet houdende de ondersteuning en stimulering van het lokaal jeugdbeleid van 6/07/2012
● Besluit van de gemeenteraad van 24/04/2025: oprichting jeugdraad
Motivatie
Door het bij naam opnemen van de bestaande jeugdwerkinitiatieven in de statuten, verbonden aan het jaarlijks ter kennisname voorleggen van personen die deze vertegenwoordigen, wordt er tegemoet gekomen aan de specifieke eigenheid van de jeugdraad.
Daarnaast wordt er naar gestreefd om de statuten van de verschillende adviesraden zo gelijklopend mogelijk te maken.
Financiële gevolgen
/
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de hiernavolgende aangepaste statuten van de Adviesraad jeugd goed:
1. OPRICHTING
Lokaal bestuur Wemmel wenst een beleid te voeren dat betrokkenheid in het jeugdbeleid bevordert. Het lokaal bestuur doet dit niet alleen omdat dit decretaal verplicht is, maar om inspraak, coproductie en co-creatie te bevorderen bij de beleidsvoorbereiding en de uitwerking en de evaluatie ervan. Daartoe richt het de adviesraad jeugd op, kortweg 'jeugdraad' genoemd.
2. DOELSTELLING
De jeugdraad dient op verzoek van het bestuur advies te verlenen m.b.t. het beleid dat gevoerd wordt op het vlak van jeugd, met inbegrip van de opmaak van het meerjarenplan.
Daarnaast kan de adviesraad zelf ook voorstellen doen aan het bestuur m.b.t. de andere beleidsdomeinen, alsook noden en behoeften signaleren.
Tenslotte biedt deze adviesraad ook ondersteuning aan het gemeentebestuur m.b.t.:
● het wekken van interesse bij andere jongeren voor breed jeugdbeleid en algemeen gemeentebeleid;
● het mee ondersteunen en verspreiden van andere inspraak- en participatiemethodieken voor individuele kinderen en jongeren;
● het verspreiden van informatie van het lokaal bestuur;
● het promoten van activiteiten en acties van het lokaal bestuur;
● de organisatie van initiatieven/activiteiten.
3. SAMENSTELLING
De jeugdraad wordt samengesteld uit stemgerechtigde en niet-stemgerechtigde leden. Hoogstens 2/3 van de stemgerechtigde leden is van hetzelfde geslacht.
De adviesraad kiest onder de stemgerechtigde leden een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter en een secretaris.
1. Stemgerechtigde leden: maximaal 18 leden
○ Afgevaardigden van plaatselijke jeugdwerkinitiatieven die een actieve werking hebben ten aanzien van kinderen en jongeren uit de gemeente.
● Chiro Katoke en Flater
● Scouts Egmont-Orion
● 56ième Unité Mercator
● 103ième Unité Mercator
● Jeugdhuis Barcode
● Speelplein Sunny
● vzw Jeugdraad
Aan het begin van het werkjaar geeft elke organisatie de namen door van haar vertegenwoordiger en plaatsvervanger voor het komende werkjaar. Deze worden ter kennisname voorgelegd aan de Gemeenteraad.
○ Geïnteresseerde jongeren en jongvolwassenen die in Wemmel wonen en op het moment dat ze zich kandidaat stellen de leeftijd van 30 jaar niet bereikt hebben.
2. Niet-stemgerechtigde leden
Als niet-stemgerechtigde leden maken de schepen van jeugd en de deskundige jeugd van de gemeente deel uit van de jeugdraad.
Het lidmaatschap van de adviesraad jeugd loopt gelijk met de duur van het mandaat van de leden van de gemeenteraad, maar blijft geldig tot de adviesraad effectief vernieuwd is.
Aan het mandaat van stemgerechtigd lid komt voortijdig een einde:
● door ontslag van de betrokkene zelf
● door het verdwijnen van de organisatie die hij/zij vertegenwoordigt
● door het verdwijnen van de link tussen de betrokkene en de organisatie die hij/zij vertegenwoordigt
● door het opnemen van een politiek mandaat binnen de gemeente
● door overlijden van de betrokkene
● door drie opeenvolgende afwezigheden zonder gegronde reden of kennisgeving
● door een beslissing van de gemeenteraad
Een ontslag wordt door de betrokkene zelf of door de organisatie die hij/zij vertegenwoordigt bezorgd aan de voorzitter van de jeugdraad. De beslissing van ontslag door de gemeenteraad wordt door de gemeente aan de secretaris en de voorzitter van de jeugdraad bezorgd.
Indien vervanging van het lid relevant is, wordt binnen de twee maanden na het beëindigen van het mandaat, in zijn/haar vervanging voorzien.
4. WERKING
4.1. Vergadering
De jeugdraad vergadert minimaal twee maal per jaar.
De eerste vergadering zal worden samengeroepen op initiatief van het lokaal bestuur. Tijdens deze eerste vergadering worden de leden aan elkaar voorgesteld en wordt een voorzitter en secretaris aangeduid. Daarnaast worden de opdrachten van de adviesraad toegelicht.
Het initiatief van de volgende vergaderingen wordt genomen door de voorzitter, al dan niet op verzoek van het lokaal bestuur. De leden krijgen ten minste 7 kalenderdagen voor de vergadering een uitnodiging met de agenda en het verslag van de vorige vergadering. Elk lid kan bijkomende punten agenderen op de agenda. Deze worden bezorgd aan de secretaris ten laatste bij aanvang van de vergadering.
Indien agendapunten dit vereisen kunnen externe deskundigen uitgenodigd worden op de vergadering.
Agendapunten die een voorbereiding door de gemeentelijke administratie vergen of overleg met en binnen het college van burgemeester en schepenen vereisen, worden uitgesteld naar een volgende vergadering.
De voorzitter leidt de vergadering in goede banen, stuurt het proces en de besluitvorming aan en superviseert de verslaggeving opgemaakt door de secretaris.
Bij afwezigheid van de voorzitter wordt door de aanwezige leden beslist bij de aanvang van de vergadering wie de betreffende vergadering van het overleg zal voorzitten.
4.2. Wijze van stemmen
Elk stemgerechtigd lid heeft één stem.
Om geldig te kunnen beslissen en adviseren moet tenminste de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig zijn.
Adviezen/beslissingen worden genomen bij gewone meerderheid.
Wanneer er geen beslissing kan genomen worden omdat er onvoldoende stemgerechtigde leden aanwezig zijn of er een staking van stemmen is, wordt een volgend overleg georganiseerd waarop opnieuw gestemd wordt. Bij deze “tweede” stemming vervalt de voorwaarde van aanwezigheid van tenminste de helft van het aantal stemgerechtigde leden. Er kan dan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden toch een rechtsgeldig advies uitgebracht worden. Wanneer zich bij een tweede stemming weer een staking van stemmen voordoet, is de stem van de voorzitter doorslaggevend, op voorwaarde dat de voorzitter stemgerechtigd is.
Een lid dat een persoonlijk belang heeft bij een besproken onderwerp mag noch de bespreking noch de beraadslaging over het advies, noch de stemming bijwonen.
4.3. Adviezen en verslaggeving
Het lokaal bestuur zal de adviesvragen via de bevoegde ambtenaar steeds schriftelijk stellen.
Deze adviesvragen bevatten bij voorkeur de volgende gegevens:
● een duidelijke omschrijving van de vraag;
● een vermelding van de wettelijke en financiële randvoorwaarden waarmee de gemeente rekening moet houden;
● een vermelding van de uiterste datum van inlevering van het advies.
Het advies dat door de stemgerechtigde leden is uitgebracht, zal in het verslag worden omschreven en dient de essentie van de bespreking weer te geven en de gebruikte argumenten.
Het is de secretaris die het verslag maakt staande de vergadering, dit houdt in dat het verslag wordt voltooid op basis van de gemaakte aantekeningen tijdens de vergadering. Het verslag wordt, na goedkeuring door de leden, ondertekend door de voorzitter en de secretaris en via de bevoegde ambtenaar bezorgd aan het bestuur.
Het bestuur brengt binnen een redelijke termijn de adviesraad op de hoogte van het gevolg dat aan het advies werd gegeven of zal gegeven worden. Als het advies niet gevolgd wordt, geeft het bestuur een omstandige motivering.
4.4. Ondersteuning
De gemeente waakt erover dat de nodige middelen en informatie ter beschikking worden gesteld voor de vervulling van de opdrachten van de jeugdraad.
De bevoegde gemeentelijke ambtenaren kunnen indien vereist (administratieve) ondersteuning bieden. Zij fungeren als tussenpersoon voor de communicatie met het lokaal bestuur.
De vergoedingen en/of werkingsbudget voor de adviesraad worden vastgelegd in een gemeentelijk reglement.
Het lokaal bestuur stelt kosteloos haar vergaderzalen ter beschikking van de jeugdraad.
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
37.
Titel | Aanpassing statuten sportraad |
Dienst | Communicatie |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
De verschillende adviesraden werden in het voorjaar opgericht aan de hand van statuten die werden goedgekeurd. Bij het zoeken naar kandidaten werd vastgesteld dat deze statuten voor verduidelijking, vereenvoudiging en ook verdere standaardisering vatbaar zijn.
Voor de sportraad verandert er niets aan de eigenlijke inhoud buiten het maximum aantal stemgerechtigde leden. Enkel de indeling, volgorde en formulering werden gelijk getrokken met de andere adviesraden.
Het aantal stemgerechtigde leden varieert over de verschillende adviesraden van 16 tot 19 leden. Het voorstel is om dit gelijk te trekken over de verschillende adviesraden en het aantal af te stemmen op het aantal inwoners van de gemeente aan het begin van de legislatuur, met een vertegenwoordiging in de adviesraden van 1 per 1000 inwoners. Voor deze legislatuur zou dat het maximum aantal stemgerechtigde leden op 18 personen brengen.
Juridische gronden
Art. 304 van het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017
Besluit van de gemeenteraad van 22/05/2025: adviesraad sport: oprichting
Motivatie
Het verder gelijklopend maken van de statuten van de verschillende adviesraden, zal het eenvoudiger maken om een beter overzicht te behouden over de werking van de adviesraden. Een gelijklopende aanpak, ondersteuning en standaardisering in de opvolging van de adviezen kan worden uitgewerkt.
Financiële gevolgen
/
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de hiernavolgende aangepaste statuten van de Adviesraad sport goed:
1. OPRICHTING
Lokaal bestuur Wemmel wenst een beleid te voeren dat betrokkenheid in het sportbeleid bevordert. Het lokaal bestuur doet dit om inspraak, coproductie en co-creatie te bevorderen bij de beleidsvoorbereiding en de uitwerking en de evaluatie ervan. Daartoe richt het de adviesraad sport op, kortweg 'sportraad' genoemd.
2. DOELSTELLING
De sportraad dient op verzoek van het bestuur advies te verlenen m.b.t. het beleid dat gevoerd wordt op het vlak van sport, met inbegrip van de opmaak van het meerjarenplan.
Daarnaast kan de adviesraad zelf ook voorstellen doen aan het bestuur m.b.t. de andere beleidsdomeinen, alsook noden en behoeften signaleren.
Tenslotte biedt deze adviesraad ook ondersteuning aan het gemeentebestuur m.b.t.:
● het verspreiden van informatie van het lokaal bestuur;
● het promoten van activiteiten en acties van het lokaal bestuur;
● de organisatie van initiatieven/activiteiten.
3. STRUCTUUR EN SAMENSTELLING
De sportraad wordt samengesteld uit stemgerechtigde en niet-stemgerechtigde leden. Hoogstens 2/3 van de stemgerechtigde leden is van hetzelfde geslacht.
De adviesraad kiest onder de stemgerechtigde leden een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter en een secretaris.
○ Afgevaardigden van competitieve/recreatieve sportverenigingen of sportorganisaties
○ Afgevaardigden van scholen
○ Gebruikers van sportinitiatieven, wonend in Wemmel
○ Inwoners met enige deskundigheid op het vlak van sport
Per afgevaardigde kan er een plaatsvervanger aangeduid worden.
Als niet-stemgerechtigde leden maken de schepen van sport en de deskundige sport van de gemeente deel uit van de sportraad.
Het lidmaatschap van de adviesraad sport loopt gelijk met de duur van het mandaat van de leden van de gemeenteraad, maar blijft geldig tot de adviesraad effectief vernieuwd is.
Aan het mandaat van stemgerechtigd lid komt voortijdig een einde:
● door ontslag van de betrokkene zelf
● door het verdwijnen van de organisatie die hij/zij vertegenwoordigt
● door het verdwijnen van de link tussen de betrokkene en de organisatie die hij/zij vertegenwoordigt
● door het opnemen van een politiek mandaat binnen de gemeente
● door overlijden van de betrokkene
● door drie opeenvolgende afwezigheden zonder gegronde reden of kennisgeving
● door een beslissing van de gemeenteraad
Een ontslag wordt door de betrokkene zelf of door de organisatie die hij/zij vertegenwoordigt bezorgd aan de voorzitter van de sportraad. De beslissing van ontslag door de gemeenteraad wordt door de gemeente aan de secretaris en de voorzitter van de sportraad bezorgd.
Indien vervanging van het lid relevant is, wordt binnen de twee maanden na het beëindigen van het mandaat, in zijn/haar vervanging voorzien.
4. WERKING
4.1. Vergadering
De sportraad vergadert minimaal twee maal per jaar.
De eerste vergadering zal worden samengeroepen op initiatief van het lokaal bestuur. Tijdens deze eerste vergadering worden de leden aan elkaar voorgesteld en wordt een voorzitter en secretaris aangeduid. Daarnaast worden de opdrachten van de adviesraad toegelicht.
Het initiatief van de volgende vergaderingen wordt genomen door de voorzitter, al dan niet op verzoek van het lokaal bestuur. De leden krijgen ten minste 7 kalenderdagen voor de vergadering een uitnodiging met de agenda en het verslag van de vorige vergadering. Elk lid kan bijkomende punten agenderen op de agenda. Deze worden bezorgd aan de secretaris ten laatste bij aanvang van de vergadering.
Indien agendapunten dit vereisen kunnen externe deskundigen uitgenodigd worden op de vergadering.
Agendapunten die een voorbereiding door de gemeentelijke administratie vergen of overleg met en binnen het college van burgemeester en schepenen vereisen, worden uitgesteld naar een volgende vergadering.
De voorzitter leidt de vergadering in goede banen, stuurt het proces en de besluitvorming aan en superviseert de verslaggeving opgemaakt door de secretaris.
Bij afwezigheid van de voorzitter wordt door de aanwezige leden beslist bij de aanvang van de vergadering wie de betreffende vergadering van het overleg zal voorzitten.
4.2. Wijze van stemmen
Elk stemgerechtigd lid heeft één stem.
Om geldig te kunnen beslissen en adviseren moet tenminste de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig zijn.
Adviezen/beslissingen worden genomen bij gewone meerderheid.
Wanneer er geen beslissing kan genomen worden omdat er onvoldoende stemgerechtigde leden aanwezig zijn of er een staking van stemmen is, wordt een volgend overleg georganiseerd waarop opnieuw gestemd wordt. Bij deze “tweede” stemming vervalt de voorwaarde van aanwezigheid van tenminste de helft van het aantal stemgerechtigde leden. Er kan dan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden toch een rechtsgeldig advies uitgebracht worden. Wanneer zich bij een tweede stemming weer een staking van stemmen voordoet, is de stem van de voorzitter doorslaggevend, op voorwaarde dat de voorzitter stemgerechtigd is.
Een lid dat een persoonlijk belang heeft bij een besproken onderwerp mag noch de bespreking noch de beraadslaging over het advies, noch de stemming bijwonen.
4.3. Adviezen en verslaggeving
Het lokaal bestuur zal de adviesvragen via de bevoegde ambtenaar steeds schriftelijk stellen.
Deze adviesvragen bevatten bij voorkeur de volgende gegevens:
● een duidelijke omschrijving van de vraag;
● een vermelding van de wettelijke en financiële randvoorwaarden waarmee de gemeente rekening moet houden;
● een vermelding van de uiterste datum van inlevering van het advies.
Het advies dat door de stemgerechtigde leden is uitgebracht, zal in het verslag worden omschreven en dient de essentie van de bespreking weer te geven en de gebruikte argumenten.
Het is de secretaris die het verslag maakt staande de vergadering, dit houdt in dat het verslag wordt voltooid op basis van de gemaakte aantekeningen tijdens de vergadering. Het verslag wordt, na goedkeuring door de leden, ondertekend door de voorzitter en de secretaris en via de bevoegde ambtenaar bezorgd aan het bestuur.
Het bestuur brengt binnen een redelijke termijn de adviesraad op de hoogte van het gevolg dat aan het advies werd gegeven of zal gegeven worden. Als het advies niet gevolgd wordt, geeft het bestuur een omstandige motivering.
4.4. Ondersteuning
De gemeente waakt erover dat de nodige middelen en informatie ter beschikking worden gesteld voor de vervulling van de opdrachten van de sportraad.
De bevoegde gemeentelijke ambtenaren kunnen indien vereist (administratieve) ondersteuning bieden. Zij fungeren als tussenpersoon voor de communicatie met het lokaal bestuur.
De vergoedingen en/of werkingsbudget voor de adviesraad worden vastgelegd in een gemeentelijk reglement.
Het lokaal bestuur stelt kosteloos haar vergaderzalen ter beschikking van de sportraad.
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
38.
Titel | Aanpassing statuten milieuraad |
Dienst | Communicatie |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
De verschillende adviesraden werden in het voorjaar opgericht aan de hand van statuten die werden goedgekeurd. Bij het zoeken naar kandidaten werd vastgesteld dat deze statuten voor verduidelijking, vereenvoudiging en ook verdere standaardisering vatbaar zijn.
Voor de milieuraad werd in een vorige aanpassing de samenstelling licht gewijzigd. Verder verandert er niets aan de eigenlijke inhoud buiten het maximum aantal stemgerechtigde leden. Enkel de indeling, volgorde en formulering werden gelijk getrokken met de andere adviesraden.
Het aantal stemgerechtigde leden varieert over de verschillende adviesraden van 16 tot 19 leden. Het voorstel is om dit gelijk te trekken over de verschillende adviesraden en het aantal af te stemmen op het aantal inwoners van de gemeente aan het begin van de legislatuur, met een vertegenwoordiging in de adviesraden van 1 per 1000 inwoners. Voor deze legislatuur zou dat het maximum aantal stemgerechtigde leden op 18 personen brengen.
Juridische gronden
Art. 304 van het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017
Besluit van de gemeenteraad van 22/05/2025: Milieuraad: oprichting
Besluit van de gemeenteraad van 18/09/2025: aanpassing statuten milieuraad
Motivatie
Het verder gelijklopend maken van de statuten van de verschillende adviesraden, zal het eenvoudiger maken om een beter overzicht te behouden over de werking van de adviesraden. Een gelijklopende aanpak, ondersteuning en standaardisering in de opvolging van de adviezen kan worden uitgewerkt.
Financiële gevolgen
/
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de hiernavolgende aangepaste statuten van de Milieuraad goed:
1. OPRICHTING
Lokaal bestuur Wemmel wenst een beleid te voeren dat betrokkenheid in het milieu-, natuur- en duurzaamheidsbeleid bevordert. Het lokaal bestuur doet dit om inspraak, coproductie en co-creatie te bevorderen bij de beleidsvoorbereiding en de uitwerking en de evaluatie ervan. Daartoe richt het de adviesraad milieu, natuur en duurzaamheidsbeleid op, kortweg 'milieuraad' genoemd.
2. DOELSTELLING
De milieuraad dient op verzoek van het bestuur advies te verlenen m.b.t. het beleid dat gevoerd wordt op het vlak van:
● het gemeentelijk milieu- en natuurbeleid
● het duurzaamheidsbeleid
● de uitvoering van dit beleid (opvolging - evaluatie - bijsturing - en afstemming met andere aanverwante beleidsdomeinen)
Daarnaast kan de adviesraad zelf ook voorstellen doen aan het bestuur m.b.t. de beleidsdomeinen milieu, natuur, duurzaamheid, …. alsook noden en behoeften signaleren.
Tenslotte biedt deze adviesraad ook ondersteuning aan het gemeentebestuur m.b.t. :
● het verspreiden van informatie van het lokaal bestuur
● het promoten van activiteiten en acties van het lokaal bestuur
● de organisatie van initiatieven/activiteiten
3. STRUCTUUR EN SAMENSTELLING
De milieuraad wordt samengesteld uit stemgerechtigde en niet-stemgerechtigde leden. Hoogstens 2/3 van de stemgerechtigde leden is van hetzelfde geslacht.
○ vertegenwoordigers die effectief lid zijn van een vereniging, instelling of organisatie waarvan de werking zich situeert op het grondgebied van de gemeente en die in haar werking belangstelling stelt in de milieu, natuur - en duurzaamheidsproblematiek. Volgende organisaties komen hiervoor in aanmerking:
● milieu- en natuurverenigingen: min. 2 - max. 3 vertegenwoordigers en max. evenveel plaatsvervangers
● erkende wildbeheereenheden: max. 3 vertegenwoordigers en 3 plaatsvervangers
● onderwijsinstellingen: max.2 vertegenwoordigers en 2 plaatsvervangers
● sociaal-culturele organisaties en vormingsorganisaties: max. 3 vertegenwoordigers en 3 plaatsvervangers
● beroepsgroepen en -organisaties: max. 2 vertegenwoordigers en 2 plaatsvervangers
○ Inwoners met enige deskundigheid inzake milieu en natuur
○ Geïnteresseerde inwoners: max. 2 vertegenwoordigers en 2 plaatsvervangers
Als niet-stemgerechtigde leden maken de schepen voor milieu, duurzaam beleid en afvalbeleid, alsook de projectleider milieu deel uit van de milieuraad.
Het lidmaatschap van de milieuraad loopt gelijk met de duur van het mandaat van de leden van de gemeenteraad maar blijft geldig tot de milieuraad effectief vernieuwd is.
Aan het mandaat van stemgerechtigd lid komt voortijdig een einde:
● door ontslag van de betrokkene zelf
● door het verdwijnen van de organisatie die hij-zij vertegenwoordigt
● door het verdwijnen van de link tussen de betrokkene en de organisatie die hij/zij vertegenwoordigt
● door opnemen van een politiek mandaat binnen de gemeente
● door overlijden van de betrokkene
● door drie opeenvolgende afwezigheden zonder gegronde reden of kennisgeving
● door een beslissing van de gemeenteraad
Een ontslag wordt door de betrokkene zelf of de organisatie die hij/zij vertegenwoordigt bezorgd aan de voorzitter van de milieuraad. De beslissing van ontslag door de gemeenteraad wordt door de gemeente aan de secretaris en voorzitter van de milieuraad bezorgd.
Indien vervanging van het lid relevant is, wordt binnen de twee maanden na het beëindigen van het mandaat, in zijn/haar vervanging voorzien.
4. WERKING
4.1. Vergadering
De milieuraad vergadert minimaal twee maal per jaar.
De eerste vergadering zal worden samengeroepen op initiatief van het lokaal bestuur. Tijdens deze eerste vergadering worden de leden aan elkaar voorgesteld en wordt een voorzitter en secretaris aangeduid. Daarnaast worden de opdrachten van de adviesraad toegelicht.
Het initiatief van de volgende vergaderingen wordt genomen door de voorzitter, al dan niet op verzoek van het lokaal bestuur. De leden krijgen ten minste 7 kalenderdagen voor de vergadering een uitnodiging met de agenda en het verslag van de vorige vergadering. Elk lid kan bijkomende punten agenderen op de agenda. Deze worden bezorgd aan de secretaris ten laatste bij aanvang van de vergadering.
Indien agendapunten dit vereisen kunnen externe deskundigen uitgenodigd worden op de vergadering.
Agendapunten die een voorbereiding door de gemeentelijke administratie vergen of overleg met en binnen het college van burgemeester en schepenen vereisen, worden uitgesteld naar een volgende vergadering.
De voorzitter leidt de vergadering in goede banen, stuurt het proces en de besluitvorming aan en superviseert de verslaggeving opgemaakt door de secretaris.
Bij afwezigheid van de voorzitter wordt door de aanwezige leden beslist bij de aanvang van de vergadering wie de betreffende vergadering van het overleg zal voorzitten.
4.2. Wijze van stemmen
Elk stemgerechtigd lid heeft één stem.
Om geldig te kunnen beslissen en adviseren moet tenminste de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig zijn.
Adviezen/beslissingen worden genomen bij gewone meerderheid.
Wanneer er geen beslissing kan genomen worden omdat er onvoldoende stemgerechtigde leden aanwezig zijn of er een staking van stemmen is, wordt een volgend overleg georganiseerd waarop opnieuw gestemd wordt. Bij deze “tweede” stemming vervalt de voorwaarde van aanwezigheid van tenminste de helft van het aantal stemgerechtigde leden. Er kan dan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden toch een rechtsgeldig advies uitgebracht worden. Wanneer zich bij een tweede stemming weer een staking van stemmen voordoet, is de stem van de voorzitter doorslaggevend, op voorwaarde dat de voorzitter stemgerechtigd is.
Een lid dat een persoonlijk belang heeft bij een besproken onderwerp mag noch de bespreking noch de beraadslaging over het advies, noch de stemming bijwonen.
4.3. Adviezen en verslaggeving
Het lokaal bestuur zal de adviesvragen via de bevoegde ambtenaar steeds schriftelijk stellen.
Deze adviesvragen bevatten bij voorkeur de volgende gegevens:
● een duidelijke omschrijving van de vraag;
● een vermelding van de wettelijke en financiële randvoorwaarden waarmee de gemeente rekening moet houden;
● een vermelding van de uiterste datum van inlevering van het advies.
De bijhorende stukken van het dossier worden ter inzage gelegd op de dienst Omgeving vanaf het versturen van de aanvraag tot advies.
Het advies dat door de stemgerechtigde leden is uitgebracht, zal in het verslag worden omschreven, en dient de essentie van de bespreking weer te geven en de gebruikte argumenten.
Het is de secretaris die het verslag maakt staande de vergadering, dit houdt in dat het verslag wordt voltooid op basis van de gemaakte aantekeningen tijdens de vergadering. Het verslag wordt, na goedkeuring door de leden, ondertekend door de voorzitter en de secretaris en via de bevoegde ambtenaar bezorgd aan het bestuur.
De door de milieuraad uitgebrachte adviezen worden door de voorzitter en secretaris bezorgd aan het college van burgemeester en schepenen, of de gemeenteraad.
Het bestuur brengt binnen een redelijke termijn de adviesraad op de hoogte van het gevolg dat aan het advies werd gegeven of zal gegeven worden. Als het advies niet gevolgd wordt, geeft het bestuur een omstandige motivering.
4.4. Ondersteuning
De gemeente waakt erover dat de nodige middelen en informatie ter beschikking worden gesteld voor de vervulling van de opdrachten van de sportraad.
De bevoegde gemeentelijke ambtenaren kunnen indien vereist (administratieve) ondersteuning bieden. Zij fungeren als tussenpersoon voor de communicatie met het lokaal bestuur.
De vergoedingen en/of werkingsbudget voor de adviesraad worden vastgelegd in een gemeentelijk reglement.
Het lokaal bestuur stelt kosteloos haar vergaderzalen ter beschikking van de milieuraad.
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
39.
Titel | Aanpassing statuten seniorenraad |
Dienst | Communicatie |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
De verschillende adviesraden werden in het voorjaar opgericht aan de hand van statuten die werden goedgekeurd. Bij het zoeken naar kandidaten werd vastgesteld dat deze statuten voor verduidelijking, vereenvoudiging en ook verdere standaardisering vatbaar zijn.
Voor de seniorenraad verandert er niets aan de eigenlijke inhoud buiten het maximum aantal stemgerechtigde leden. Enkel de indeling, volgorde en formulering werden gelijk getrokken met de andere adviesraden.
Het aantal stemgerechtigde leden varieert over de verschillende adviesraden van 16 tot 19 leden. Het voorstel is om dit gelijk te trekken over de verschillende adviesraden en het aantal af te stemmen op het aantal inwoners van de gemeente aan het begin van de legislatuur, met een vertegenwoordiging in de adviesraden van 1 per 1000 inwoners. Voor deze legislatuur zou dat het maximum aantal stemgerechtigde leden op 18 personen brengen.
Juridische gronden
Art. 304 van het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017
Besluit van de gemeenteraad van 22/05/2025: adviesraad senioren: oprichting
Motivatie
Het verder gelijklopend maken van de statuten van de verschillende adviesraden, zal het eenvoudiger maken om een beter overzicht te behouden over de werking van de adviesraden. Een gelijklopende aanpak, ondersteuning en standaardisering in de opvolging van de adviezen kan worden uitgewerkt.
Financiële gevolgen
/
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de hiernavolgende aangepaste statuten van de Adviesraad senioren goed:
1. OPRICHTING
Lokaal bestuur Wemmel wenst een beleid te voeren dat betrokkenheid in het seniorenbeleid bevordert. Het lokaal bestuur doet dit om inspraak, coproductie en co-creatie te bevorderen bij de beleidsvoorbereiding en de uitwerking en de evaluatie ervan. Daartoe richt het de adviesraad senioren op, kortweg 'seniorenraad' genoemd.
2. DOELSTELLING
De adviesraad senioren dient op verzoek van het bestuur advies te verlenen m.b.t. het beleid dat gevoerd wordt op het vlak van senioren, met inbegrip van de opmaak van het meerjarenplan.
Daarnaast kan de adviesraad zelf ook voorstellen doen aan het bestuur m.b.t. de andere beleidsdomeinen, alsook noden en behoeften signaleren.
Tenslotte biedt deze adviesraad ook ondersteuning aan het gemeentebestuur m.b.t. :
● het verspreiden van informatie van het lokaal bestuur
● het promoten van activiteiten en acties van het lokaal bestuur
● de organisatie van activiteiten
3. STRUCTUUR EN SAMENSTELLING
De seniorenraad wordt samengesteld uit stemgerechtigde en niet-stemgerechtigde leden. Hoogstens 2/3 van de stemgerechtigde leden is van hetzelfde geslacht.
De adviesraad kiest onder de stemgerechtigde leden een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter en een secretaris.
● Afgevaardigden van lokale ouderenverenigingen
● Afgevaardigden van de centrumraad van het Lokaal Dienstencentrum
● Afgevaardigden van bewonersraden van private rust- en verzorgingstehuizen op het grondgebied van Wemmel.
● Afgevaardigden van de bewonersraad van de residentie Geurts
● Senioren of deskundigen die in Wemmel wonen en die geen deel uitmaken van een vereniging, van de centrumraad of van een bewonersraad, maar die positief kunnen bijdragen tot de werking van de seniorenraad.
Als niet-stemgerechtigde leden maken de bevoegde schepen en de bevoegde ambtenaar van de gemeente deel uit van de seniorenraad.
Het lidmaatschap van de adviesraad senioren loopt gelijk met de duur van het mandaat van de leden van de gemeenteraad, maar blijft geldig tot de adviesraad effectief vernieuwd is.
Aan het mandaat van stemgerechtigd lid komt voortijdig een einde:
● door ontslag van de betrokkene zelf
● door het verdwijnen van de organisatie die hij/zij vertegenwoordigt
● door het verdwijnen van de link tussen de betrokkene en de organisatie die hij/zij vertegenwoordigt
● door het opnemen van een politiek mandaat binnen de gemeente
● door overlijden van de betrokkene
● door drie opeenvolgende afwezigheden zonder gegronde reden of kennisgeving
● door een beslissing van de gemeenteraad
Een ontslag wordt door de betrokkene zelf of door de organisatie die hij/zij vertegenwoordigt bezorgd aan de voorzitter van de seniorenraad. De beslissing van ontslag door de gemeenteraad wordt door de gemeente aan de secretaris en de voorzitter van de seniorenraad bezorgd.
Indien vervanging van het lid relevant is, wordt binnen de twee maanden na het beëindigen van het mandaat, in zijn/haar vervanging voorzien.
4. WERKING
4.1. Vergadering
De eerste vergadering zal worden samengeroepen op initiatief van het lokaal bestuur. Tijdens deze eerste vergadering worden de leden aan elkaar voorgesteld en wordt een voorzitter en secretaris aangeduid. Daarnaast worden de opdrachten van de adviesraad toegelicht.
Het initiatief van de volgende vergaderingen wordt genomen door de voorzitter, al dan niet op verzoek van het lokaal bestuur. De leden krijgen ten minste 7 kalenderdagen voor de vergadering een uitnodiging met de agenda en het verslag van de vorige vergadering. Elk lid kan bijkomende punten agenderen op de agenda. Deze worden bezorgd aan de secretaris ten laatste bij aanvang van de vergadering.
Indien agendapunten dit vereisen kunnen externe deskundigen uitgenodigd worden op de vergadering.
Agendapunten die een voorbereiding door de gemeentelijke administratie vergen of overleg met en binnen het college van burgemeester en schepenen vereisen, worden uitgesteld naar een volgende vergadering.
De voorzitter leidt de vergadering in goede banen, stuurt het proces en de besluitvorming aan en superviseert de verslaggeving opgemaakt door de secretaris.
Bij afwezigheid van de voorzitter wordt door de aanwezige leden beslist bij de aanvang van de vergadering wie de betreffende vergadering van het overleg zal voorzitten.
4.2. Wijze van stemmen
Elk stemgerechtigd lid heeft één stem.
Om geldig te kunnen beslissen en adviseren moet tenminste de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig zijn.
Adviezen/beslissingen worden genomen bij gewone meerderheid.
Wanneer er geen beslissing kan genomen worden omdat er onvoldoende stemgerechtigde leden aanwezig zijn of er een staking van stemmen is, wordt een volgend overleg georganiseerd waarop opnieuw gestemd wordt. Bij deze “tweede” stemming vervalt de voorwaarde van aanwezigheid van tenminste de helft van het aantal stemgerechtigde leden. Er kan dan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden toch een rechtsgeldig advies uitgebracht worden. Wanneer zich bij een tweede stemming weer een staking van stemmen voordoet, is de stem van de voorzitter doorslaggevend, op voorwaarde dat de voorzitter stemgerechtigd is.
Een lid dat een persoonlijk belang heeft bij een besproken onderwerp mag noch de bespreking noch de beraadslaging over het advies, noch de stemming bijwonen.
4.3. Adviezen en verslaggeving
Het lokaal bestuur zal de adviesvragen via de bevoegde ambtenaar steeds schriftelijk stellen.
Deze adviesvragen bevatten bij voorkeur de volgende gegevens:
● een duidelijke omschrijving van de vraag;
● een vermelding van de wettelijke en financiële randvoorwaarden waarmee de gemeente rekening moet houden;
● een vermelding van de uiterste datum van inlevering van het advies.
Het advies dat door de stemgerechtigde leden is uitgebracht, zal in het verslag worden omschreven en dient de essentie van de bespreking weer te geven en de gebruikte argumenten.
Het is de secretaris die het verslag maakt staande de vergadering, dit houdt in dat het verslag wordt voltooid op basis van de gemaakte aantekeningen tijdens de vergadering. Het verslag wordt, na goedkeuring door de leden, ondertekend door de voorzitter en de secretaris en via de bevoegde ambtenaar bezorgd aan het bestuur.
Het bestuur brengt binnen een redelijke termijn de adviesraad op de hoogte van het gevolg dat aan het advies werd gegeven of zal gegeven worden. Als het advies niet gevolgd wordt, geeft het bestuur een omstandige motivering.
4.4. Ondersteuning
De gemeente waakt erover dat de nodige middelen en informatie ter beschikking worden gesteld voor de vervulling van de opdrachten van de seniorenraad.
De bevoegde gemeentelijke ambtenaren kunnen indien vereist (administratieve) ondersteuning bieden. Zij fungeren als tussenpersoon voor de communicatie met het lokaal bestuur.
De vergoedingen en/of werkingsbudget voor de adviesraad worden vastgelegd in een gemeentelijk reglement.
Het lokaal bestuur stelt kosteloos haar vergaderzalen ter beschikking van de seniorenraad.
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
40.
Titel | Adviesraad Lokaal Overleg Kinderopvang en gezinsbeleid: uitbreiding statuten |
Dienst | Communicatie |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
De verschillende adviesraden werden in het voorjaar opgericht aan de hand van statuten die werden goedgekeurd. Bij het zoeken naar kandidaten werd vastgesteld dat deze statuten voor verduidelijking, vereenvoudiging en ook standaardisering vatbaar zijn.
Daarnaast is het specifiek voor het Lokaal Overleg Kinderopvang nodig dat de statuten verder aangevuld worden in het kader van het BOA-decreet. Aangezien het bestaande LOK grotendeels uit dezelfde partners bestaat als de partners die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband van BOA en Huis van het kind, zal het LOK ook fungeren als overlegorgaan voor de partners van het Huis van het kind (HvK) en voor het BOA Lokaal Samenwerkingsverband (LSV). De doelstellingen van elk van beide worden opgenomen in de voorgestelde aanpassingen van de statuten van het LOK.
Door de uitbreiding van de opdrachten van het LOK, wordt het voorstel gedaan ook de naam van deze adviesraad uit te breiden naar Lokaal Overleg Kinderopvang en Gezinsbeleid (LOKG).
Het aantal stemgerechtigde leden varieert over de verschillende adviesraden van 16 tot 19 leden. Het voorstel is om dit gelijk te trekken over de verschillende adviesraden en het aantal af te stemmen op het aantal inwoners van de gemeente aan het begin van de legislatuur, met een vertegenwoordiging in de adviesraden van 1 per 1000 inwoners. Voor deze legislatuur zou dat het maximum aantal stemgerechtigde leden op 18 personen brengen.
Juridische gronden
● Art. 304 van het decreet over het lokaal bestuur van 22/12/2017
● Art. 2 en 3 van het Besluit van de Vlaamse Regering over het Lokaal Beleid Kinderopvang van 24/05/2013
● Besluit van de gemeenteraad van 22/05/2025: oprichting van de Adviesraad Lokaal Overleg Kinderopvang
● Besluit van de gemeenteraad van 18/09/2025: aanpassing statuten
Advies
De uitbreiding van het LOK naar het LOKG en de herwerking van de statuten kwamen tot stand met ondersteuning van het consultancy bureau Mondea.
Motivatie
De bijkomende bepalingen in het kader van het BOA-decreet maken dat we aanspraak kunnen maken op subsidies, deze waren onvoldoende uitgewerkt bij de vorige aanpassing van de statuten.
Daarnaast wordt er naar gestreefd om de statuten van de verschillende adviesraden zo gelijklopend mogelijk te maken.
Financiële gevolgen
/
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de hiernavolgende aangepaste statuten van de Adviesraad Lokaal Overleg Kinderopvang en Gezinsbeleid (LOKG) goed:
1. OPRICHTING
De eerder opgerichte gemeentelijke adviesraad voor kinderopvang wordt uitgebreid tot de gemeentelijke adviesraad voor kinderopvang en gezinsbeleid, hierna Lokaal Overleg Kinderopvang en Gezinsbeleid (LOKG) genoemd.
2. DOELSTELLING
Het LOKG heeft tot doel hetzij op eigen initiatief, hetzij op vraag van het college van burgemeester en schepenen of van de gemeenteraad, de gemeente te adviseren over:
● het beleid van de gemeente inzake kinderopvang
● de uitvoering van dit beleid (opvolging - evaluatie - bijsturing - en afstemming met andere aanverwante beleidsdomeinen)
● de uitbouw van kinderopvangvoorzieningen binnen de gemeente
● het aanstellen van een Lokaal Samenwerkingsverband (LSV) voor de uitbouw van een netwerk rond het BOA-decreet rekening houdend met desbetreffende adviezen.
● Het bewaken en ondersteunen van de beleidsmatige visie met betrekking tot het loket kinderopvang en Huis van het Kind.
Daarnaast kan de adviesraad zelf ook voorstellen doen aan het bestuur m.b.t. de andere beleidsdomeinen, alsook noden en behoeften signaleren.
Tenslotte biedt deze adviesraad ook ondersteuning aan het gemeentebestuur m.b.t.:
● het verspreiden van informatie van het lokaal bestuur;
● het promoten van activiteiten en acties van het lokaal bestuur;
● de organisatie van initiatieven/activiteiten.
3. SAMENSTELLING
Het LOKG is samengesteld uit stemgerechtigde en niet-stemgerechtigde leden. Hoogstens 2/3 van de stemgerechtigde leden is van hetzelfde geslacht.
De adviesraad kiest onder de stemgerechtigde leden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
○ Een vertegenwoordiging van de lokale actoren kinderopvang:
○ Een vertegenwoordiging van de gebruikers van kinderopvang, vrijetijdsaanbod en vakantie-initiatieven voor kinderen: maximaal een kwart van het aantal stemgerechtigde leden
○ Een vertegenwoordiging van het lokaal bestuur, zijnde een ambtenaar van de dienst Opgroeien van het lokaal bestuur, die fungeert als secretaris
○ De afgevaardigde van Opgroeien Vlaanderen.
○ De schepen bevoegd voor Welzijn.
○ De schepen bevoegd voor Onderwijs.
Het lidmaatschap van het LOKG loopt gelijk met de duur van het mandaat van de leden van de gemeenteraad maar blijft geldig tot de adviesraad effectief vernieuwd is.
Aan het mandaat van stemgerechtigd lid komt voortijdig een einde:
● door ontslag van de betrokkene zelf
● door het verdwijnen van de organisatie, dienst of voorziening die hij/zij vertegenwoordigt
● door het verdwijnen van de link tussen de betrokkene en de organisatie, dienst of voorziening die hij/zij vertegenwoordigt in het LOKG
● door het verdwijnen van de link tussen de organisatie die hij/zij vertegenwoordigt en de gemeente
● door het opnemen van een politiek mandaat binnen de gemeente
● door overlijden van de betrokkene
● door drie opeenvolgende afwezigheden zonder gegronde reden of kennisgeving
● door een beslissing van de gemeenteraad
Een ontslag wordt door de betrokkene zelf of door de organisatie, dienst of voorziening die hij/zij vertegenwoordigt bezorgd aan de voorzitter van het LOKG. De beslissing van ontslag door de gemeenteraad wordt door de gemeente aan de secretaris en voorzitter van het LOKG bezorgd.
Indien vervanging van het lid relevant is, wordt binnen de twee maanden na het beëindigen van het mandaat in zijn/haar vervanging voorzien.
4. WERKING
4.1. Vergadering
Het LOKG vergadert ten minste tweemaal per jaar.
De eerste vergadering van het LOKG zal worden samengeroepen op initiatief van het lokaal bestuur. Tijdens deze eerste vergadering worden de leden aan elkaar voorgesteld en wordt een voorzitter aangeduid. Daarnaast worden de opdrachten van de adviesraad toegelicht.
Het initiatief van de volgende vergaderingen wordt genomen door de voorzitter, al dan niet op verzoek van het lokaal bestuur. De leden krijgen ten minste 7 kalenderdagen voor de vergadering een uitnodiging met de agenda en het verslag van de vorige vergadering. Elk lid kan bijkomende punten agenderen op de agenda. Deze worden bezorgd aan de secretaris ten laatste bij aanvang van de vergadering.
Indien agendapunten dit vereisen kunnen externe deskundigen uitgenodigd worden op de vergadering.
Agendapunten die een voorbereiding door de gemeentelijke administratie vergen of overleg met en binnen het college van burgemeester en schepenen vereisen, worden uitgesteld naar een volgende vergadering.
De voorzitter leidt de vergadering in goede banen, stuurt het proces en de besluitvorming aan en superviseert de verslaggeving opgemaakt door de secretaris.
Bij afwezigheid van de voorzitter wordt door de aanwezige leden beslist bij de aanvang van de vergadering wie de betreffende vergadering van het lokaal overleg zal voorzitten.
4.2. Wijze van stemmen
Elk stemgerechtigd lid heeft één stem.
Om geldig te kunnen beslissen en adviseren moet tenminste de helft van de stemgerechtigde leden aanwezig zijn.
Adviezen/beslissingen worden genomen bij gewone meerderheid.
Wanneer er geen beslissing kan genomen worden omdat er onvoldoende stemgerechtigde leden aanwezig zijn of er een staking van stemmen is, wordt een volgend overleg georganiseerd waarop opnieuw gestemd wordt. Bij deze “tweede” stemming vervalt de voorwaarde van aanwezigheid van tenminste de helft van het aantal stemgerechtigde leden. Er kan dan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden toch een rechtsgeldig advies uitgebracht worden. Wanneer zich bij een tweede stemming weer een staking van stemmen voordoet, is de stem van de voorzitter doorslaggevend, op voorwaarde dat de voorzitter stemgerechtigd is.
Een lid dat een persoonlijk belang heeft bij een besproken onderwerp mag noch de bespreking, noch de beraadslaging over het advies, noch de stemming bijwonen.
4.3.Adviezen en verslaggeving
Het lokaal bestuur zal de adviesvragen via de bevoegde ambtenaar steeds schriftelijk stellen.
Deze adviesvragen bevatten bij voorkeur de volgende gegevens:
● een duidelijke omschrijving van de vraag;
● een vermelding van de wettelijke en financiële randvoorwaarden waarmee de gemeente rekening moet houden;
● een vermelding van de uiterste datum van inlevering van het advies.
De bijhorende stukken van de te bespreken dossiers worden ter inzage gelegd op de dienst Opgroeien vanaf het versturen van de aanvraag tot advies.
Het advies dat door de stemgerechtigde leden is uitgebracht, zal in het verslag worden omschreven, en dient de essentie van de bespreking weer te geven en de gebruikte argumenten.
Het is de secretaris die het verslag maakt staande de vergadering, dit houdt in dat het verslag wordt voltooid op basis van de gemaakte aantekeningen tijdens de vergadering. Het verslag wordt, na goedkeuring door de leden, ondertekend door de voorzitter en de secretaris en via de bevoegde ambtenaar bezorgd aan het bestuur.
Het bestuur brengt binnen een redelijke termijn de adviesraad op de hoogte van het gevolg dat aan het advies werd gegeven of zal gegeven worden. Als het advies niet gevolgd wordt, geeft de gemeente een omstandige motivering.
4.4. Werkgroepen
Het lokaal bestuur kan het LOKG naast de kerndoelstellingen ook aanvullende opdrachten toewijzen.
Aangezien het LOKG grotendeels uit dezelfde partners bestaat als de partners die betrokken zijn bij het samenwerkingsverband van BOA en Huis van het kind, zal het LOKG ook fungeren als overlegorgaan voor de partners van het Huis van het kind (HvK) en voor het BOA Lokaal Samenwerkingsverband (LSV). Zowel voor HvK als voor BOA kunnen er werkgroepen met partners buiten het LOKG worden opgericht.
4.4.1 Doelstellingen van het Lokaal Samenwerkingsverband Buitenschoolse opvang en activiteiten (LSV BOA)
○ Advies uitbrengen aan het lokaal bestuur over de uitvoering van zijn opdrachten over BOA en de meerjarenplanning.
○ gezamenlijke operationele doelstellingen ontwikkelen en acties coördineren om het lokaal beleid rond BOA uit te voeren .
○ Inspraak en samenwerking met relevante actoren organiseren
○ Het gebruik van het Nederlands als verbindende taal stimuleren
○ Nadenken over goede communicatie over het lokale aanbod
4.4.2. Doelstellingen van Huis van het kind.
○ Alle gezinnen vlot toegang geven tot informatie, hulp en dienstverlening rond opvoeding, gezondheid, welzijn en vrije tijd
○ Ouders en andere opvoedingsverantwoordelijken warm verwelkomen en, indien nodig, naar de juiste dienst doorverwijzen
○ Het organiseren van spel en ontmoetingsmomenten
○ Een geïntegreerd netwerk uitbouwen waarin lokale actoren (onderwijs, kinderopvang, jeugd, welzijn, gezondheidszorg …) samenwerken en elkaar versterken.
○ Zorg dragen voor afstemming van aanbod en doorverwijzing tussen verschillende partners.
○ Initiatieven ondersteunen die bijdragen aan een gezonde en veilige ontwikkeling van kinderen en jongeren.
○ Ouders en andere opvoedingsverantwoordelijken versterken met informatie en laagdrempelige ondersteuning.
○ Zorgen voor duidelijke, toegankelijke en gecoördineerde communicatie over het aanbod en de werking van het Huis van het Kind.
○ Gebruik maken van verschillende communicatiekanalen die gezinnen effectief bereiken.
4.4.3. Samenstelling en werking van de werkgroepen
De samenstelling en de leden van het LSV en het HvK kunnen variëren afhankelijk van de betrokkenheid tot het onderwerp.
Het lidmaatschap is afhankelijk of de partner een rol opneemt binnen BOA en het LSV of het HvK.
Deelname aan het Lokaal Samenwerkingsverband (LSV) en aan het HvK gebeurt op vrijwillige basis.
De werkgroep verstrekt verplicht adviezen over het BOA-beleid. Het bestuur brengt binnen een redelijke termijn het LSV op de hoogte van het gevolg dat aan het advies werd gegeven of zal gegeven worden. Als het advies niet gevolgd wordt, geeft de gemeente een omstandige motivering.
Het LSV komt samen zo vaak als nodig is op basis van de onderwerpen die tot haar bevoegdheid behoren, en minstens twee keer per jaar.
Er worden geen vergoedingen voorzien voor de vergaderingen van het LSV en het Huis van het kind.
4.5. Ondersteuning
De gemeente waakt erover dat de nodige middelen en informatie ter beschikking worden gesteld voor de vervulling van de opdrachten van het LOKG.
De dienst Opgroeien kan indien vereist (administratieve) ondersteuning bieden. Deze fungeert als tussenpersoon voor de communicatie met het gemeentebestuur.
De vergoedingen en/of werkingsbudget voor de adviesraad worden vastgelegd in een gemeentelijk reglement.
Het lokaal bestuur stelt kosteloos haar vergaderzalen ter beschikking van het LOKG en de werkgroepen die hieronder vallen.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele aantal voorstanders: 23 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
41.
Titel | Nieuwe kandidatuur lid LOK |
Dienst | Flankerend onderwijs |
Stemming | Goedgekeurd met 23 stemmen voor bij 1 onthouding
|
Feiten en context
Na een oproep via diverse kanalen werden de kandidaturen voor de verschillende geledingen verzameld.
Tijdens de gemeenteraad van 18 september 2025 werden de leden van het LOK verkozen.
Op 10 oktober 2025 ontvingen we via de dienst kinderopvang een verzoek van de verantwoordelijke van een kinderdagverblijf om alsnog toe te treden als lid van het LOK.
Juridische gronden
● Art. 304 $3 Decreet Lokaal Bestuur
● GR 22/05/2025: goedkeuring statuten adviesraad Lokaal Overleg Kinderopvang
Advies
/
Motivatie
Onder de gelding 'kinderopvangvoorzieningen' is het maximum aantal leden nog niet overschreden.
Organiserende besturen van kinderopvangvoorzieningen
(max. 4 vertegenwoordigers en 4 plaatsvervangers)
● Kinderdagverblijf BV De Pamperkontjes- Bertens Christine- vertegenwoordiger
● Kinderdagverblijf BV De Pamperkontjes- Braem Evelyn- vervanger
Geheime stemming bekomen
● Kinderdagverblijf BV De Pamperkontjes- Bertens Christine- vertegenwoordiger
● Kinderdagverblijf BV De Pamperkontjes- Braem Evelyn- vervanger
23 stemmen voor bij 1 onthouding.
Financiële gevolgen
/
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad stelt -na geheime stemming- het volgende lid aan:
GELEDING
| EFFECTIEVE KANDIDAAT
| PLAATSVERVANGER
|
Kinderdagverblijf BV De Pamperkontjes
| Bertens Christine
| Braem Evelyn
|
Alle kandidaten worden in kennis gesteld van de beslissing van de gemeenteraad.
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
42.
Titel | Erkenningskaders BOA |
Dienst | Flankerend onderwijs |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
● Het Decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) legt de krijtlijnen vast voor een geïntegreerde, kwaliteitsvolle buitenschoolse opvang en activiteitenaanbod voor kinderen van 2,5 tot 12 jaar.
● Het college besliste eerder om de implementatie van het BOA-decreet lokaal te organiseren met het oog op operationele opstart in januari 2026.
● Op 2/10/2025 ontvingen we van Opgroeien 'Aanvraag tot vervroegde stopzetting overgangstermijn vanaf 1 januari 2026 voor buitenschoolse opvang en activiteiten'.
● Lokale besturen moeten op 1 januari 2026 aan een aantal voorwaarden, zoals het beschikken over een goedgekeurd erkennings-en financieel kader en een samenwerkingsverband, voldoen.
In samenspraak met Mondea werd er gewerkt aan de verfijning van deze kaders. Zij vormen de basis voor de latere subsidiering en samenwerkingsovereenkomsten met de lokale aanbieders van buitenschoolse opvang en activiteiten.
Samengevat gaat het erkenningskader in bijlage over het volgende :
Het erkenningskader BOA is van toepassing op alle aanbieders van buitenschoolse opvang en activiteiten voor kinderen van 2,5 tot 12 jaar op het grondgebied van Wemmel. Het beoogt de erkenning van kwalitatieve, toegankelijke en kindgerichte werkingen die samenwerken met het lokaal bestuur en andere actoren binnen het lokaal samenwerkingsverband BOA.
Het kader onderscheidt drie profielen: opvang, vakantie-aanbod en activiteiten. Elk profiel omvat voorwaarden op vlak van organisatie, toegankelijkheid, pedagogie, medewerkersbeleid, verbondenheid en kwaliteitsbewaking.
Juridische gronden
● Decreet van 7 juli 2023 betreffende de buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA-decreet), in werking getreden op 1 januari 2025 (B.S. 3 augustus 2023);
● Besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2023 tot uitvoering van het decreet van 7 juli 2023 betreffende de buitenschoolse opvang en activiteiten (B.S. 29 december 2023)
● De goedgekeurde Conceptnota nieuwe BOA voorwaarden februari 2025- College 8/5/2025: De gemeentelijke beslissing tot lokale implementatie van het BOA-decreet met inwerkingtreding De dienst Flankerend Onderwijs adviseert positief over de voorliggende erkenningskaders voor buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA).
● voorzien op 1 januari 2026.
Advies
De dienst Flankerend Onderwijs adviseert positief over de voorliggende erkenningskaders voor buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA).
Motivatie
Het lokaal bestuur Wemmel engageerde zich om de bepalingen van het Decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) tijdig te implementeren en uiterlijk tegen 1 januari 2026 te voldoen aan de decretale voorwaarden.
De goedkeuring van de erkenningskaders vormt hierbij een noodzakelijke stap om de lokale regierol van het bestuur te verankeren, de samenwerking met de lokale partners formeel te structureren en duidelijkheid te bieden over de kwaliteitscriteria en erkenningsvoorwaarden.
Door nu over te gaan tot goedkeuring van deze kaders, kan de verdere voorbereiding richting 2026 planmatig verlopen: het afsluiten van samenwerkingsovereenkomsten, de voorbereiding van de subsidiereglementen en de communicatie naar de betrokken actoren binnen het lokaal samenwerkingsverband BOA.
Om het verdere traject conform planning te kunnen voortzetten, wordt de gemeenteraad nu gevraagd om de erkenningskaders formeel goed te keuren.
Financiële gevolgen
De goedkeuring van de erkenningskaders zelf heeft geen directe budgettaire impact.
Besluit
Enig artikel
De gemeenteraad keurt de erkenningskaders voor buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) goed, zoals opgenomen in bijlage bij dit besluit.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Dirk Vandervelden Bernard Carpriau Erwin Ollivier Laura Deneve Didier Noltincx Raf De Visscher Gil Vandevoorde Guido Schollen Roger Mertens Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Cedric Caeymaex Marc Joseph Veerle Haemers Mireille Van Acker Orhan Aydin Géraldine Hermann Fatima Bouyidou Kevin Desmet Arlette De Ridder Christian Andries aantal voorstanders: 17 , aantal onthouders: 6 , aantal tegenstanders: 1 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
43.
Titel | Intradura: buitengewone algemene vergadering van 10/12/2025 - goedkeuring agenda en mandatering vertegenwoordiger |
Dienst | Secretariaat |
Stemming | Goedgekeurd met 17 stemmen voor bij 1 stem tegen (Mireille Van Acker) bij 6 onthoudingen (Christian Andries, Arlette De Ridder, Géraldine Hermann, Orhan Aydin, Kevin Desmet en Fatima Bouyidou)
|
Feiten en context
● Brief van Intradura van 10/10/2025 : uitnodiging buitengewone algemene vergadering van 10/12/2025
● Gemeenteraad 20/02/2025: aanduiding Cedric Caeymaex als vertegenwoordiger van de gemeente Wemmel voor de algemene vergaderingen voor de hele legislatuur. De heer Bernard Carpriau wordt aangeduid als plaatsvervanger om de gemeente te vertegenwoordigen op de algemene vergaderingen gedurende de huidige legislatuur
Juridische gronden
● Oprichtingsakte Intradura 27/04/2017
● Statuten Intradura
● Art. 40, 41 en 432 Decreet Lokaal Bestuur
Advies
● Gelet op de agenda van de Algemene Vergadering van Intradura dd. 18 juni 2025 waarbij het voorstel van statutenwijziging werd goedgekeurd.
● Gelet op het feit dat in de voorbereiding van het voorstel van statutenwijziging geen voorafgaand niet-bindend advies werd gevraagd bij de Vlaamse Regering.
(Het oorspronkelijke goedkeuringstoezicht werd vervangen door een voorafgaand niet-bindend advies.)
● Overwegende dat op 3 juli 2025 een niet-bindend advies werd gevraagd bij de Vlaamse Regering.
● Gelet op het ontvangen advies van de Vlaamse Regering op 20 augustus 2025.
● Gelet op de administratieve rechtzetting van de procedure inzake de goedkeuring statutenwijziging, dienen de vennoten de eerder goedgekeurde statutenwijzigingen formeel te herbevestigen
Motivatie
Op voorstel van de raad van bestuur van Intradura.
Financiële gevolgen
/
Besluit
Artikel 1
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de dagorde van de buitengewone algemene vergadering van Intradura van 10/12/2025:
Artikel 2
De goedkeuring van het voorstel van statutenwijzigingen wordt herbevestigd (gemeenteraad 23/10/2025).
Artikel 3
De vertegenwoordiger van de gemeente, Cedric Caeymaex of plaatsvervangend afgevaardigde, Bernard Carpriau, is gemandateerd om agenda goed te keuren en de goedkeuring van statutenwijzigingen te herbevestigen op de algemene vergadering van Intradura van 10/12/2025.
Artikel 4
Het College van Burgemeester en Schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit.
Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Joke Van Gansberghe Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Walter Vansteenkiste Wies Herpol Liv Crabbé Houda Khamal Arbit Bernard Carpriau Veerle Haemers Erwin Ollivier Roger Mertens Dirk Vandervelden Marc Joseph Laura Deneve Géraldine Hermann Didier Noltincx Mireille Van Acker Christian Andries Gil Vandevoorde Arlette De Ridder Raf De Visscher Guido Schollen Kevin Desmet Cedric Caeymaex Fatima Bouyidou Orhan Aydin Isabelle Baele Didier Noltincx Erwin Ollivier Dirk Vandervelden Fatima Bouyidou Gil Vandevoorde Mireille Van Acker Bernard Carpriau Orhan Aydin Marc Joseph Liv Crabbé Guido Schollen Arlette De Ridder Roger Mertens Veerle Haemers Géraldine Hermann Raf De Visscher Wies Herpol Houda Khamal Arbit Laura Deneve Walter Vansteenkiste Isabelle Baele Kevin Desmet Cedric Caeymaex Christian Andries aantal voorstanders: 23 , aantal onthouders: 1 , aantal tegenstanders: 0 Goedgekeurd
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
44.
Titel | Haviland: Buitengewone Algemene Vergadering van 10/12/2025 - goedkeuring agenda en mandatering vertegenwoordiger |
Dienst | Secretariaat |
Stemming | Goedgekeurd met 23 stemmen voor bij 1 onthouding (Christian Andries)
|
Feiten en context
● Email van 14/10/2025 van Haviland: uitnodiging buitengewone algemene vergadering van 10/12/2025
● De gemeente is aangesloten bij Haviland Intercommunale die werd opgericht op 24 maart 1965 bij oprichtingsakte verschenen in de Bijlage tot het Belgisch Staatsblad van 16 april 1965 onder het nummer 8226 EN verlengd werd op 23 oktober 2019, verschenen in de Bijlage tot het Belgisch Staatsblad van 21 november 2019 onder het nummer 19151652;
● Gemeenteraad 20/02/2025: aanduiding mevrouw Laura Deneve als vertegenwoordiger en de heer Cedric Caeymaex als plaatsvervanger van de gemeente Wemmel voor de algemene en buitengewone algemene vergaderingen voor de hele legislatuur
Juridische gronden
● Statuten Haviland, inzonderheid artikel 38 betreffende de statutenwijziging
● Overwegende dat Haviland Intercommunale als intergemeentelijk samenwerkingsverband voor de ruimtelijke ordening en de economisch sociale expansie van het arrondissement Halle-Vilvoorde, een dienstverlenende vereniging is die wordt beheerst door het Decreet Lokaal Bestuur.
● Art. 40, 41, 427 en 432 Decreet Lokaal Bestuur
● Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van de bestuurshandelingen
Advies
● Dat uiterlijk negentig dagen voor de Algemene Vergadering die de statutenwijzigingen moet beoordelen, een door de Raad van Bestuur opgesteld ontwerp aan alle deelnemers wordt voorgelegd; dat de beslissingen daarover van hun raden die de oorspronkelijke statuten hebben goedgekeurd, het mandaat van de respectieve vertegenwoordigers op de Algemene Vergadering bepalen en bij het verslag worden gevoegd
● Dat de deelnemers die nalaten binnen de gestelde termijn een beslissing te nemen en voor te leggen, worden geacht zich te onthouden; dat de onthouding het mandaat van hun vertegenwoordiger op de Algemene Vergadering bepaalt
Motivatie
Op voorstel van de Raad van Bestuur van Haviland.
Financiële gevolgen
/
Besluit
Artikel 1
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de dagorde van de buitengewone algemene vergadering van Haviland Intercommunale van 10/12/2025:
Artikel 2
Het voorstel van statutenwijziging van Haviland zoals werd aangenomen door de Raad van Bestuur op 16 juni 2025 wordt goedgekeurd (gemeenteraad 18/09/2025).
Artikel 3
De vertegenwoordiger van de gemeente, Laura Deneve , of de plaatsvervangende vertegenwoordiger, Cedric Caeymaex,, is gemandateerd om de agendapunten op de buitengewone algemene vergadering van Haviland Intercommunale van 10/12/2025 goed te keuren.
Artikel 4
Het College van Burgemeester en Schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit.
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
45.
Titel | Creat Services dv: buitengewone algemene vergadering van 16/12/2025 - goedkeuring agenda en mandatering vertegenwoordiger |
Dienst | Secretariaat |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
● Brief van Creat Services dv van 13/10/2025: uitnodiging buitengewone algemene vergadering van 16/12/2025
● Gemeenteraad 13/02/2025: aanduiding mevrouw Houda Khamal Arbit als vertegenwoordiger en mevrouw Laura Deneve als plaatsvervanger van de gemeente Wemmel voor de algemene vergaderingen voor de hele legislatuur
Juridische gronden
● Decreet lokaal bestuur
● Statuten Creat Services dv
Advies
/
Motivatie
/
Financiële gevolgen
/
Besluit
Artikel 1
De gemeenteraad beslist goedkeuring te verlenen aan alle punten op de agenda van de buitengewone algemene Vergadering van Creat Services dv van 16/12/2025 en de daarbij behorende documentatie nodig voor het onderzoek van de agendapunten :
1. Wijziging van vermogen
2. Actualisering van bijlagen 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijziging van vermogen
3. Evaluatieverslag met betrekking tot de werking van de dienstverlenende vereniging, het ondernemingsplan 2025-2030, de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie 2026 (overeenkomstig art. 432 en 459 Decreet over het Lokaal Bestuur)
4. Begroting 2026 (cfr. artikel 432 Decreet over het Lokaal Bestuur)
5. Statutaire benoemingen
Varia
Artikel 2
De gemeenteraad draagt de aangeduide vertegenwoordiger, Houda Khamal Arbit of plaatsvervangend vertegenwoordiger, Laura Deneve, op om namens het bestuur alle akten en bescheiden met betrekking tot de Algemene Vergadering van Creat Services dv vastgesteld op 16/12/2025, te onderschrijven en het stemgedrag af te stemmen op het in de beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agendapunten van voormelde Algemene Vergadering.
Artikel 3
Een afschrift van dit besluit wordt aan Creat Services dv bezorgd.
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
46.
Titel | Farys ov: buitengewone algemene vergadering van 19/12/2025 - goedkeuring agenda en mandatering vertegenwoordiger |
Dienst | Secretariaat |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
● De gemeente is aangesloten bij Farys ov
● Brief van 15/10/2025 van Farys ov: uitnodiging buitengewone algemene vergadering van 19/12/2025
● Gemeenteraad 13/02/2025: aanduiding mevrouw Isabelle Baele als vertegenwoordiger van de gemeente Wemmel en de heer Bernard Carpriau als plaatsvervangend vertegenwoordiger voor de algemene vergaderingen van Farys ov voor de hele legislatuur
Juridische gronden
● Statuten van Farys ov
● Decreet Lokaal Bestuur
Advies
/
Motivatie
/
Financiële gevolgen
/
Besluit
Artikel 1
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan alle punten op de agenda van de buitengewone algemene vergadering Farys ov van 19/12/2025 en de daarbij behorende documentatie nodig voor het onderzoek van de agendapunten:
Varia
Artikel 2
De gemeenteraad draagt de aangeduide vertegenwoordiger, Isabelle Baele, of plaatsvervangend vertegenwoordiger, Bernard Carpriau, op om namens het bestuur alle akten en bescheiden met betrekking tot de Algemene Vergadering van Farys ov vastgesteld op 19/12/2025, te onderschrijven en het stemgedrag af te stemmen op het in de beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agendapunten van voormelde Algemene Vergadering.
Artikel 3
Een afschrift van dit besluit wordt aan Farys ov bezorgd.
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
47.
Titel | I.B.E.G.: buitengewone algemene vergadering van 16/12/2025 - goedkeuring agenda en mandatering vertegenwoordigers |
Dienst | Secretariaat |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
● Brief van I.B.E.G. van 30/10/2025: uitnodiging buitengewone algemene vergadering van 16/12/2025
● Gemeenteraad 13/02/2025: aanduiding de heren Cedric Caeymaex, Bernard Carpriau en mevrouw Mireille Van Acker als vertegenwoordigers voor de algemene vergaderingen van I.B.E.G.
Juridische gronden
● Art. 432 decreet lokaal bestuur
● Statuten I.B.E.G.
Advies
/
Motivatie
Op voorstel van I.B.E.G..
Financiële gevolgen
/
Besluit
Artikel 1
De gemeenteraad verleent haar goedkeuring aan de dagorde van de buitengewone algemene vergadering van I.B.E.G. van 16/12/2025:
1. Bespreking in het kader van artikel 432 van het Vlaams decreet houdende de intergemeentelijke
samenwerking van de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het boekjaar 2026
alsook van de door de raad van bestuur opgestelde begroting 2026
2. Statutaire ontslagnemingen en benoemingen.
3. Statutaire mededelingen.
Artikel 2
De heren Cedric Caeymaex en Bernard Carpriau en mevrouw Mireille Van Acker worden aangesteld als vertegenwoordigers op de buitengewone algemene vergadering van I.B.E.G. die zal gehouden worden op 16/12/2025 met mandaat de agendapunten goed te keuren.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit.
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
48.
Titel | Havicrem IGS: buitengewone algemene vergadering van 17/12/2025 - goedkeuring agenda en mandatering vertegenwoordiger |
Dienst | Secretariaat |
Stemming | Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen
|
Feiten en context
● De gemeente Wemmel is deelnemer van de intergemeentelijke vereniging voor crematoriumbeheer in het arrondissement Halle-Vilvoorde (IGS Havicrem), opgericht op 10 juni 2003 en verlengd in haar bestaansduur tot 10 juni 2035
● Email van Havicrem IGS van 07/11/2025: uitnodiging algemene vergadering van 17/12/2025
● Gemeenteraad 20/02/2025: aanduiding Géraldine Hermann als effectief vertegenwoordiger en Arlette De Ridder als plaatsvervangend vertegenwoordiger van de gemeente Wemmel voor de algemene vergaderingen voor de hele legislatuur
Juridische gronden
● Art. 432 decreet lokaal bestuur
● Statuten Havicrem
Advies
/
Motivatie
Gelet op het ondernemingsplan 2026-2031 en de jaaractienota en begroting 2026, beide vastgesteld door de raad van bestuur van Havicrem van 4 november 2025.
Financiële gevolgen
/
Besluit
Artikel 1
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de dagorde van de buitengewone algemene vergadering van Havicrem IGS van 17/12/2025:
Artikel 2
De agendapunten 1, 3 en 4 van de buitengewone algemene vergadering van Havicrem IGS op 17/12/2025 worden goedgekeurd.
Artikel 3
De vertegenwoordiger van de gemeente, Géraldine Hermann, of de plaatsvervanger, Arlette De Ridder, is gemandateerd om de agendapunten 1, 3 en 4 van de buitengewone algemene vergadering van Havicrem IGS van 17/12/2025 goed te keuren.
Artikel 3
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit.
De gemeenteraadszitting van 20 november 2025
49.
Titel | Mondelinge vragen |
Dienst | Secretariaat |
VRAGEN VAN GEMEENTERAADSLEDEN
In toepassing van art. 32 en 278 van het decreet lokaal bestuur kan het zittingsverslag (audio-opname) beluisterd worden op de website www.wemmel.be. De mondelinge vragen starten om 22u58.
Publicatie LBLOD
De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie werd uitgevoerd.
Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.